Onderwijsvernieuwing Geefwet

Onderwijsvernieuwing: Met uw giften kan ons onderwijs beter worden

Van de nieuwe ‘Geefwet’, bedoeld voor particulieren en bedrijven, kan ook het onderwijs profiteren.

Examentraining voor VMBO-T op Het Streek in Ede. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het basis- en voortgezet onderwijs staan in het middelpunt van politieke en maatschappelijke discussies. Ik wil eens een positieve boodschap brengen. Naast terechte claims voor grotere overheidsinvesteringen in het onderwijs, liggen er kansen voor substantiële aanvullende financiële en materiële steun als onderwijs­instellingen in staat worden gesteld én erin slagen hun maatschappelijk draagvlak te vergroten.

De betrokkenheid van Nederlandse burgers, fondsen en bedrijven bij maatschappelijke doelen is groot. Wat betreft geefgedrag en vrijwilligerswerk behoort Nederland internationaal tot de top. Naast de bereidheid zich persoonlijk en/of financieel in te zetten zijn er gunstige condities.

Nederland was ook nog nooit zo rijk. De komende twintig jaar vindt de grootste intergenerationele vermogensoverdracht uit onze geschiedenis plaats en het geld dat vrijkomt, zal deels naar collectieve doelen gaan, ­zoals het onderwijs. Tenminste, als de noodzakelijke stappen worden gezet.

Natuurlijk maakt toenemende rijkdom ook de tweedeling groter en zichtbaarder. Zeker in het onderwijs, zie de groei van het particuliere onderwijs met kleine klassen, persoonlijke aandacht en gegarandeerde slagingskansen (aldus de marketing), de commerciële examentrainingen en bijspijkercursussen. Wie het financieel goed heeft kan het voor de eigen (klein)kinderen regelen. Maar: hadden wij niet een overactief maatschappelijk betrokken middenveld?

Oer-Hollands beleidsmodel

Het probleem is de ‘institutionele hardheid’ van regels en procedures in het grotendeels door de overheid gefinancierde onderwijssysteem. Maar het ministerie van OCW kwam met een innovatieve ‘Geefwet’, die particulieren en bedrijven fiscaal aanmoedigt extra te geven aan culturele instellingen. Wellicht onbewust en onbedoeld werden zo de contouren geschetst van een nieuw en toch oer-Hollands beleidsmodel: overheid, markt én maatschappelijk betrokken draagvlak. Dit ietwat ‘Rijnlandse model’ kan een opening bieden uit de ­beleidsmatige fuik van óf overheid óf markt, het keuzemenu van het Angelsaksische model.

De onmiddellijke bezwaren luiden dan: ‘Het onderwijs is een overheidszaak; als we deze richting inslaan krijgen we Amerikaanse toestanden en een groeiende kloof tussen rijke en arme scholen.’

Het antwoord luidt dat de beeldvorming over filantropie is ‘gekaapt’ door de overmatige media-aandacht voor de rijken en superrijken van deze wereld, waarmee wordt vergeten dat filantropie een zaak is van alle mensen. Gewone huishoudens en het midden- en kleinbedrijf nemen het grootste deel van de filantropische bijdragen in Nederland voor hun ­rekening.

Als de politiek, de overheid en onderwijsinstellingen er niet in slagen deze maatschappelijke betrokkenheid een plaats te geven in het verzorgingsstaat-paradigma en regelgeving, dan wordt de tweedeling in het onderwijs alleen maar vergroot.

Theo Schuyt is hoogleraar filantropische studies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden