Opinie & debat

Onderwijsconcepten hebben veel weg van kwakzalverij

Het lerend vermogen van de onderwijssector is ‘gering’, stelt de Inspectie. Docent Raymond de Kreek gelooft in verandering ‘in het klein’.

Scholieren van het Beatrix College beginnen aan het eindexamen in sporthal de Dongewijk in Tilburg. Vanwege het grote aantal examenkandidaten wordt het examen op meerdere locaties afgenomen. Beeld ANP

Op 10 april publiceerde de Onderwijsinspectie De Staat van het Onderwijs. Als docent in het voorgezet onderwijs en vader van twee naar de basisschool gaande dochters, ben ik nauw bij het onderwijs betrokken. Ik ervaar hoe de ene na de andere onderwijskundige trend passeert. Goed bedoeld, maar vaak ondoordacht wordt de deur geopend, aldus het rapport. Misschien heeft u uw zoon of dochter onlangs aangemeld bij een school die met een onderwijsconcept wonderen belooft. Maar is de leerling met de vernieuwing wel echt geholpen?

De Inspectie spreekt van ‘haarvaten’ als metafoor voor de problemen in de sector. Die beeldspraak doet de ernst en omvang van het lerarentekort, de situatie op de havo en segregatie in het onderwijs ernstig tekort. Wat de omgang met vernieuwingen betreft, gebruikt de Inspectie duidelijkere taal. Kort en bondig stelt men dat ‘het lerend vermogen van het onderwijs gering is’: een ‘paradoxale constatering’.

Terwijl we als samenleving juist van het onderwijs, waar leren gemeengoed is, een lerend vermogen mogen verwachten. In 2008 concludeerde de Commissie Dijsselbloem dat veel onderwijsvernieuwingen niet goed werden onderbouwd en dat positieve effecten nauwelijks aantoonbaar waren. Deze boodschap werd door de onderwijssector herkend en serieus genomen. Men beloofde beterschap. Maar een paar jaar later lijkt die belofte te zijn vergeten.

Talentontwikkeling

Ook ik word bestookt met allerhande veelbelovende onderwijsconcepten. Populaire innovatietrends als 21st century skills, ‘zelfontdekkend leren’, gepersonaliseerd onderwijs en talentontwikkeling trekken in rap tempo voorbij. ‘Regelmatig zien inspecteurs innovaties die niet kansrijk zijn’, volgens de Inspectie. Wat maakt deze vernieuwingen tot kansloze exercities? Ondanks een legitieme droom om het onderwijs te verbeteren, worden ze vaak ingezet als profilering en dus als wervingsmiddel voor nieuwe leerlingen. Inhoudelijk blijken de innovaties vaak gebaseerd te zijn op onderwijskundige kwakzalverij of anekdotisch bewijs. Voordat iedereen er erg in heeft, is de school alweer gehuld in een nieuw setje kleren van de keizer.

In het onderwijs zijn we helaas geneigd om te ‘simpel’ over complexe veranderingen en veranderprocessen te denken. De genoemde trends dringen niet snel en efficiënt door in het klaslokaal. Zeker niet als ze worden aangestuurd op basis van een rechtlijnige blauwdruk die van bovenaf wordt opgelegd. De meest levensvatbare vernieuwingen vinden plaats in het klein. Ze ontstaan in de klas. Bedacht en uitgeprobeerd door de docent. Door resultaten te evalueren en lesmateriaal te delen, kunnen innovaties met potentie ook wortel schieten. Dat geduld wil de onderwijsvernieuwer niet opbrengen. Veranderplannen moeten vaak tot een snelle cultuuromslag leiden. Maar die wordt niet bereikt als de docenten achter de deuren van hun lokalen blijven doen wat ze altijd al – goed – deden.

De Inspectie vraagt zich in haar rapport af hoe goed het onderwijs is voorbereid op de veranderende toekomst. Het korte antwoord daarop luidt ‘niet’, als we niet snel iets doen aan ons lerend vermogen. Dat vermogen kan betrekkelijk eenvoudig worden gereanimeerd.

Ten eerste moeten de kennisdoelen concreter worden geformuleerd. Alleen dan kunnen we aantoonbaar maken of vernieuwingen de gewenste leeropbrengst bereiken. Het inzetten en begeleiden van innovaties vergt niet alleen wetenschappelijke kennis over complexe onderwijskundige thema’s. Onderwijskundig leiders moeten ook beter worden geschoold. De docent moet bovendien mede leiding geven aan de vernieuwing. Dat vergt voldoende tijd en facilitering. Maar ontwikkeltijd voor de reguliere lessen is nu al beperkt, laat staan dat deze beschikbaar is voor complexe veranderingen.

Gelukkig geeft de Inspectie in haar rapport aan dat leren gebeurt door ‘kleine stapjes te zetten’. Als we die stapjes maar goed doordacht, onderbouwd en ambitieus nemen. Alleen dan is het onderwijs voorbereid op de veranderende toekomst. Dat is te zien aan die scholen waar innovaties wel succesvol zijn doorgevoerd.

 Raymond de Kreek is docent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden