ColumnFrank Kalshoven

Onderwijsbestuur verdient geen lof voor gedrag in crisistijd

Liefst negen lessen trok deze krant gisteren over ‘onderwijs in crisistijd’, en deze zullen in de sector door velen met warmte zijn gelezen. Naar mijn idee, echter, zijn er nog wel steviger lessen te leren, want het gedrag in het primair en voortgezet onderwijs liet én laat veel te wensen over.

Wie spreek ik hiermee aan? De bestuurders in het onderwijs, want die zijn in het Nederlandse systeem nu eenmaal eerstverantwoordelijk. Plus de verantwoordelijke minister Arie Slob. En ja, ik scheer de sector hieronder over een kam, maar dat zullen de witte raven – die zijn er ook – me heus vergeven.

Les 1: Scholen duiken bij het eerste teken van onraad

Dat de scholen überhaupt zijn gesloten was niet op advies van het RIVM of het ‘outbreak management team’, maar onder druk van de sector zelf. Het onderwijs is echt de enige sector die er zelf op heeft aangedrongen de deuren te mogen sluiten.

Les 2: Scholen geven snel op

De scholen waren nog niet gesloten of de eindexamens in het voortgezet onderwijs werden al afgeblazen. Zo, dat klusje was vast van de agenda. Alternatieven? Geen interesse. Uitstel om even aan te zien hoe de zaken zouden lopen? Nee hoor, te lastig. Uitzonderingen maken voor leerlingen die met een goede score op het centraal schriftelijk toch zouden kunnen slagen? Geen rekening mee gehouden.

Les 3: Scholen laten hun zwakke leerlingen makkelijk in de steek

Kansgelijkheid in het onderwijs staat hoog op de vergaderagenda in het onderwijs. En terecht. Het sluiten van scholen vergroot de ongelijkheid omdat kinderen van hoogopgeleide ouders met bovenmodale inkomens thuis nu eenmaal meer leermogelijkheden hebben dan andere kinderen. Heeft de sector, toen het er dus even echt op aankwam, voor deze zwakke kinderen gevochten? Voor hen een uitzondering bedongen op de schoolsluiting? Neen. Zijn er sectorbrede plannen gemaakt om deze kinderen, zo gauw dat mogelijk is, extra ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van zomerscholen? Neen.

Les 4: Scholen wentelen hun organisatorisch onvermogen af op anderen

Zo blij met zichzelf dat ze hadden ontdekt dat het internet bestond en dat het mogelijk is online les te geven, wentelden scholen de bijbehorende organisatie soepel af op de ouders. Ga maar lesgeven, maak maar werkjes, lever die huiswerkjes maar in. Dat deze werkjes vervolgens veelal niet werden nagekeken heeft menig ouder wel verbaasd. Soortgelijke afwenteling doet zich dezer dagen voor bij de gedeeltelijke heropening van scholen: ouders (én kinderopvangorganisaties) moeten de organisatorische rommel opruimen – de school dicteert het dagschema dat de school goed uitkomt.

Les 5: Scholen nemen hun vak niet serieus

Uit een enquête van deze krant blijkt dat ruim de helft van de middelbare scholen dit jaar afziet van het toepassen van de normale ‘overgangsnormen’. Vier op de tien scholen heeft zittenblijven zelfs afgeschaft: alle kids gaan over. Dit klinkt misschien sympathiek en empathisch, maar getuigt toch vooral van gemakzucht. Scholen die hun vak serieus nemen hadden gezegd: we hebben tot eind augustus om alle leerlingen te helpen met vlag en wimpel over te gaan naar de volgende klas en we gaan er deze zomer alles aan doen om dat mogelijk te maken.

Nee, het bestuur van ons primair en voortgezet onderwijs verdient geen lof voor gedrag in crisistijd. Witte raven uitgezonderd.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden