Opinie

Onderwijs niet alleen witte maar ook zwarte talen

Bij meertalig onderwijs moet niet alleen Engels, Frans en Duits worden gegeven, maar ook migrantentalen als Turks en Arabisch.

Meisjes passen hoofddoeken op een markt in Konya. Beeld Nick Hannes

Amsterdam gaat twee miljoen euro investeren in tweetalig onderwijs. Dat liet wethouder Simone Kukenheim (D66) weten. Het initiatief past binnen het landelijk onderwijsbeleid dat meertalige scholen wilt promoten. Maar terwijl kennis van het Engels, Frans en Duits steeds meer wordt gevaloriseerd in het onderwijs, wordt het spreken van de immigratietalen zoals het Turks en het Arabisch gezien als een ultiem integratieprobleem. Wat is er dan aan de hand?

Vandaag bieden in Nederland ongeveer 130 scholen meertalig onderwijs. Dit houdt in dat een deel van de reguliere vakken zoals wiskunde en aardrijkskunde in het Engels wordt gegeven. Volgens het ministerie van Onderwijs moeten alle basisscholen ruimte krijgen om tot 15 procent van hun onderwijstijd het Engels, Frans of Duits als instructietaal te hanteren. Recentelijk liet Minister Asscher ook weten dat hij meertalige buitenschoolse kleuteropvang wil mogelijk maken. Volgens de beleidsmakers biedt meertalig onderwijs een cognitieve en economische meerwaarde.

De positieve visie op meertalig onderwijs is gebouwd op belangrijke wetenschappelijke inzichten. Er zijn tientallen (internationale) studies die de effectiviteit van meertalig onderwijs hebben aangetoond. Belangrijk om te weten is dat het in deze studies ook gaat over meertalig onderwijs aan taalminderheden zoals Latino Spaanstalige leerlingen in de VS.

Gebrek

De positieve gevolgen van meertalig onderwijs gelden dus zowel voor native-sprekers als voor anderstalige taalminderheden. In Nederland wordt meertalig onderwijs echter enkel elitair ingevuld: het gaat dus niet over de talen van etnische minderheden. In veel scholen is het zelfs verboden om talen als het Turks of het Arabisch te spreken; laat staan dat ze in het curriculum worden opgenomen.

In 2004 werden de initiatieven van Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur (OETC), en Onderwijs van Allochtone Levende Talen (OALT) landelijk afgeschaft. Hierna werd geen enkel structureel initiatief meer genomen om de talen van de migratie te valoriseren.

Integendeel, als er over de talen van etnische minderheden wordt gesproken, is dit vaak in termen van een gebrek. Bij gekleurde leerlingen spreekt men zelden over meertaligheid, maar wel over taalachterstand. Het lijkt alsof deze leerlingen niet méér, maar juist minder culturele bagage hebben, doordat ze een taal extra spreken.

Maar is het niet logisch dat er alleen aandacht gaat naar talen als het Engels die een economische meerwaarde hebben? Nee, want Engels is niet de enige taal met een economische meerwaarde. Zo wijzen verschillende studies uit dat migratietalen wel degelijk een economische meerwaarde hebben. Immigranten en hun kinderen die hun moedertaal beter beheersen verdienen op de arbeidsmarkt doorgaans meer dan degenen die hun moedertaal vergeten.

Onontgonnen goud

Iemand die door de straten van de grote steden wandelt, begrijpt ook heel goed waarom dat zo is. De bloeiende etnische micro-economieën draaien immers voor een belangrijke deel op deze talen. Ook buiten de etnische enclaves hebben de talen van de migratie een economische meerwaarde.

Bijna iedere maand krijg ik wel een vraag van een collega-wetenschapper die op zoek is naar een anderstalige enquêteur, data-codeur of vertaler.
De talen van de migratie zijn ook relevant voor de internationale economie. Neem nu het Turks. De handel tussen Nederland en Turkije is in het afgelopen decennium verdriedubbeld. Nederland is wereldwijd een van de belangrijkste investeerders in Turkije. Talrijke Nederlandse bedrijven hebben een vestiging in Turkije en andersom. Binnen dergelijk internationale sectoren is de kennis van de migratietalen goud waard. Het gaat echter om onontgonnen goud: potentieel dat niet wordt benut in het onderwijs.

Niet de economie maar wel de etnische connotatie die we aan talen geven, verklaart waarom we bepaalde talen niet waarderen. We kunnen inderdaad over 'witte' en 'zwarte' talen spreken. In het onderwijs worden witte talen benut en zwarte talen worden quasi uitgesloten. Het uitsluiten van zwarte talen gebeurt vaak met de beste intenties. Zo wil men bijvoorbeeld 'taalachterstand' en 'groepsvorming' tegengaan.

Maar goede intenties maken negatieve gevolgen niet goed. Want door hun talige repertoires uit te sluiten, zeggen we aan gekleurde leerlingen dat meertaligheid goed is, zolang het maar niet gaat over hun moedertaal. En zo definieert het onderwijssysteem zich als een witte ruimte. Maar als we de potentie van talige diversiteit ten volle willen benutten, dan moeten we alle kleuren van meertaligheid waarderen in onze scholen, en niet enkel witte talen.

Orhan Agirdag is universitair docent en als onderwijswetenschapper verbonden aan Universiteit van Amsterdam en aan Katholieke Universiteit Leuven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.