COLUMNDirk poetst

Onderweg naar de supermarkt mijmer ik over poetsen bij meneer K.: hoe kijkt híj hierop terug?

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Ik krijg geen nieuwe opdracht; vrijdag wordt toch écht mijn laatste invalbeurt bij meneer K.

Bij binnenkomst blijkt meneer goed gehumeurd. We drinken een kop thee aan de keukentafel en nemen het boodschappenlijstje door. De ‘Yorkham met boter’ blijkt geen product, maar de manier waarop meneer zijn ham graag eet: op een broodje met een dikke laag roomboter. Of ik daar een klein pakje van wil meenemen. De kant-en-klaarmaaltijden, de soep, het brood en ook de repen chocola ontbreken. Ik check de koelkast, keukenla en broodtrommel, en tel vier broodjes, twee pakken soep en drie maaltijden. De chocola is op.

Eet meneer wel genoeg? Dan herinner ik mij dat ook mijn moeder, toen ze de 80 was gepasseerd, nog maar bitter weinig tot zich nam. Ondanks mijn aanmoedigingen. Bovendien hield ze er een eigenaardig eetpatroon op na. Eén keer heb ik moeten ingrijpen, toen ik haar betrapte terwijl ze met een vorkje in een blikje hondenvoer peuterde. ‘Best lekker, eigenlijk’, was haar reactie op mijn afgrijzen. Meneer K. heeft geen huisdieren, dus ik hoef me in dit opzicht geen zorgen te maken. Wel zal ik nog wat extra repen inslaan.

Ik sta alweer voor zijn deur als mijn telefoon gaat. Het is meneer. ‘Toch graag ook zo’n Italiaanse bol.’ Ik leg uit dat ik net bij hem wilde aanbellen, waarop hij, zonder een woord te zeggen, ophangt. De deur blijft gesloten. Verwacht hij nu écht dat ik meteen terugfiets? Het blijkt dat meneer, toen hij mij belde, in de veronderstelling verkeerde dat ik nog in de supermarkt stond.

Terug in de keuken beloof ik alsnog een bol voor hem te zullen regelen. Eerst die vermaledijde schoonmaak. Meneer trekt zich terug in de woonkamer. Ik grijp mijn kans en sluit zachtjes de kamerdeur. De juiste schoonmaakmiddelen zijn gauw gevonden. In ijltempo kuis ik keuken, badkamer en toilet. Uit alles blijkt dat ook de vaste hulp de overredingskracht ontbeert om boven het stofzuigen uit te kunnen stijgen. Als ik klaar ben, klop ik zachtjes op de kamerdeur en deel meneer mee dat ik nog even richting supermarkt ga. ‘Graag.’

Onderweg mijmer ik over mijn avonturen. Hoe zal meneer K. terugkijken op mijn invalbeurten? Regels uit een gedicht van F. Starik schieten mij te binnen:

Iedereen kent ze: de onzichtbare mensen

die op banken en bedden liggen, achter

deuren zonder naam erop, iedereen kent ze

de deuren, de ramen, niet de mensen.

Fraaie woorden, waarin ik meneer overigens niet herken. Gelukkig maar. Omdat ik al bijna een uur in mijn eigen tijd zit, doe ik ook boodschappen voor mijzelf.

‘Je lekt!’, roept meneer als ik voor de derde keer voor zijn deur sta. Een van de blikjes bier in mijn tas blijkt leeg te lopen. Boodschappen, werkbriefje, notitieboekje, leesbril – alles zit onder. Ik overhandig vlug de Italiaanse bol – die lag godzijdank bovenop – en het wisselgeld, en neem noodgedwongen sneller dan mij lief is afscheid. Vervolgens constateer ik dat ook mijn broek doordrenkt is met bier. Er hangt een onmiskenbare kroeglucht om mij heen. Ik besluit het werkbriefje later in te leveren. Er zou bij de zorgorganisatie weleens een al te vrolijk beeld kunnen ontstaan van mijn relatie met meneer K.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden