ColumnPeter Middendorp

Onder oudere heren lijkt een misverstand te heersen – jonge kleren maken niet jong, maar oud

Als ik oudere mensen op straat zie lopen, die deze dagen weer de meeste kilometers maken volgens het CBS, valt me altijd weer op hoe ongelooflijk sportief vooral de mannen gekleed gaan. Het worden er steeds meer, zeg ik op eigen gezag, mannen, heren, hoogbejaarde senioren op gympies, in strakke spijkerbroeken en jasjes en hoodies met de naam van een Amerikaanse universiteit erop, of Bad Boy, een merk waarvan ook mijn vader tot op hogere leeftijd weleens een polootje droeg.

Onder oudere heren lijkt een misverstand te heersen – jonge kleren maken niet jong, maar oud. Hoe jonger de kleding, zou je wel kunnen stellen, hoe ouder de harses. Je ziet eerst de kleding, denkt dat er een puber voor je loopt, ziet dan de harses en schrikt je te pletter. Waarna de arme oudere, die je schrik heeft opgemerkt en gevoeld, van de weeromstuit naar huis rent om een korte broek met kniekousen aan te trekken.

Je moet uitspelen wat je hebt, al ben je er niet tevreden mee, er zit niets anders op. Ik zei weleens tegen mijn vader: je hebt zulk mooi wit haar, waarom trek je geen donker jasje aan met een beetje schier overhemd? Hij zou eruit zien als een leuke oudere, niet als iemand die sinds het aankleden die ochtend op wonderbaarlijke wijze zestig jaar ouder is geworden.

Ik liep eens met een journalist door het centrum van Emmen toen ik aan de overkant van de straat mijn vader haastig zag lopen met zijn mooie witte haar boven een sportief shirt. ‘Hee, bad boy!’ riep ik. Hij schrok, lachte, begon enthousiast naar ons te zwaaien en ging er weer gezwind vandoor. ‘Is dat hier de dorpsgek of zoiets?’ vroeg de journalist. ‘Nee’, zei ik. ‘Dat is mijn vader.’

Een andere keer stond hij voor de deur. Ik vroeg: ben je soms ergens aan het klussen? Maar nee, hij zag er gewoon leuk uit, sportief, in de winkel, zei hij, hadden ze hem nog een compliment over zijn jeugdigheid gemaakt.

Vlak voor de lockdown liet ik me in een kledingwinkel in een blauw jasje aanpraten. Zelf zag ik het al meteen. Blauw. Veel te blauw, aanstootgevend. En dan al die opzichtige witte stiksels overal, er moest vast ook nog een pochetje bij. De verkoopster deed een stap naar achteren en riep: ‘Oóóh, maar dit jasje maakt u tien jaar jonger!’

Ik keek in de spiegel. Ik leek Adriaan de acrobaat wel, maar dan met een vlak gezicht, oud en eenzaam ineens, bezorgd en ook een beetje droevig. Jammer, zei ik, want ik wil er juist zo graag tien jaar ouder uitzien, en ik gaf haar het jasje terug. Twintig jaar, had ik moeten zeggen, dacht ik buiten, of dertig, ook namens mijn vader. Ik wil het liefst zo’n oude kop als u heeft, mevrouw. Dat vind ik nou mooi. Daar hou ik nou van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden