ColumnIbtihal Jadib

Onder mijn lezers blijkt naast hartverwarmende aanmoediging ook samenwerking te schuilen

Beeld Aisha Zeijpveld

Het leukste aan het schrijven van deze column zijn de reacties die ik erop krijg en de zaken die erdoor in beweging komen, dankzij lezers die een helpende hand bieden. Zo schreef ik in september vorig jaar een stuk over mijn halfslachtige pogingen om mijn kinderen tweetalig op te voeden. Nederlandse woorden rollen vanzelf over mijn tong, terwijl de Marokkaanse onder een groeiende laag stof dreigen te stikken, kennelijk wordt een moedertaal enkel met moeders gesproken. Zodra ik die van mij zie duw ik daarom de kinderen in haar armen zodat ze tenminste van haar nog iets meepikken. Dat heeft helaas niet het gewenste effect, omdat mijn moeder hen steevast begroet met: ‘Dag lief schatte von mij, iek heb joellie gemiest!’ Daarop ontstaat tussen mijn moeder en mijzelf een gesprek (in het Marokkaans) dat min of meer altijd hetzelfde verloop heeft:

- ‘Mam, nou doe je het weer! Waarom praat je brak Nederlands met ze in plaats van perfect Arabisch?’

- ‘Als mijn Nederlands nog steeds zo brak is, moet ik er juist mee blijven oefenen.’

- ‘Maar jij bent hier de originele Marokkaan van wie ze dat nog kunnen leren, oefen met je buurvrouw ofzo.’

- ‘Ik praat met mijn kleinkinderen hoe ik dat wil. Heb jij je haar geknipt? Het ziet er niet uit. En wat ben je weer mager zeg. Hier, ik heb wat te eten meegenomen.’

- ‘Eten? We zouden toch alleen koffie doen?’

- ‘Ja dus? Daar kan toch ook kip bij? En hier heb je een zakje fenegriek. Neem elke ochtend op een nuchtere maag een eetlepel, dan vliegen de kilo’s er zo aan. Weet je nog, je oom Abdelrazak, die zag er ook niet uit, de botten staken uit z’n gezicht. Moet je ’m nu eens zien: volle roze wangen en een vooruitstekende buik.’

- ‘Mam ik ga echt niet iedere ochtend dat spul drinken. Jakkes, het stinkt ook nog.’

- ‘Het stinkt helemaal niet. Trek maar weer een scheef gezicht over mijn kruiden. Ik heb het op YouTube gezien hoor, het werkt echt.’

- ‘Ehm... juist. Maar wil nou je alsjeblíéft Arabisch met de kinderen praten?’

- ‘Oh kijk, daar komen ze weer aangerend. Kom hier lief schatte von mij, oma heeft Kietkat vor joellie!’

U begrijpt: een andere aanpak heeft de voorkeur. In mijn stukje van vorig jaar schreef ik dan ook dat ik een weekendschool wilde oprichten. Daar zouden vast een paar mensen voor te porren zijn. Mijn hoop werd ruimschoots overtroffen; onder de lezers bleek naast hartverwarmende aanmoediging ook samenwerking te schuilen. Ik werd gemaild door verschillende schooldirecteuren en -besturen die op allerlei manieren met mij de mouwen willen opstropen. Ik kreeg tips voor het vinden van docenten en Marokkaans-Nederlandse ouders reageerden met de vraag wanneer de school van start zou gaan en waar ze hun kinderen konden inschrijven. Wat mij trof in gesprekken met die ouders, was de zorg die meerderen uitten over het zelfbeeld van hun kinderen. Ik hoorde verhalen over jongetjes van nog geen 10 jaar die boos worden bij het woord ‘Marokkaan’ en tegen hun ouders stampvoetend loeien dat ze niks te maken willen hebben met die term. Die kinderen willen er in de klas gewoon bij horen, en hebben kennelijk het gevoel dat dat niet kan als je Marokkaans bent.

Ik ben blij dat er zoveel lezers van deze krant zijn die het tegendeel bewijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden