CoronadagboekNadia Ezzeroili

Ondanks de ellende blijft het mooie bloeien

Nadia Ezzeroili houdt een dagboek bij over hoe haar gezin de coronatijd doorkomt.

Vrijdag ga ik met mijn dreumes naar het park, voor het eerst in twee weken. We hebben brood mee voor de eendjes en andere vogeltjes – maar kennelijk niet genoeg, want we worden bijna gelyncht door de hongerige beesten.

Terwijl ik de zwerm klapwiekende vogels probeer te overzien, voert mijn dreumes steeds dezelfde vette kraai. ‘Nee, dat is niet eerlijk, geef ook brood aan de eendjes daarachter’, zeg ik met een traag en hoog opvoedstemmetje, terwijl ik naar de onderklasse van de vogelsoorten wijs. Hij volgt mijn wijsvinger, kijkt even naar de eendjes en propt de stukjes brood vervolgens in zijn eigen mond. Dit is dus zijn boodschap aan mijn levensles over het eerlijk verdelen van voedsel.

Even later wordt mijn zoontje beroofd door een hond. We waren net balletje aan het overgooien, toen een windhond de bal greep en ervandoor snelde. Mijn dreumes kijkt even verbouwereerd, rent er dan woedend achteraan. Maar de hond is al honderd meter verderop met een roedel andere honden aan het spelen met de buit. Ik kan het niet eens zielig vinden. Leert hij toch nog een levensles: de meeste honden deugen niet.

Voor het eerst klimt hij uit eigen beweging weer in zijn buggy – alsof het allemaal niet meer hoeft voor hem, deze kutdag.

Zaterdag kom ik eindelijk toe aan mijn moestuinproject op het dakterras. Ik heb de afgelopen weken potten, hangbakken, bamboestokken, netten, potgrond, zaden en plantenvoeding in huis gehaald. Het brengt me terug naar mijn eerste en laatste moestuinproject. Dat was acht jaar geleden, tijdens mijn laatste persoonlijke crisis: mijn vader was toen ernstig ziek en kon niet meer zelfstandig naar de volkstuin lopen. Ik nam zijn tuintje over en haalde bijna dezelfde zooi voor op zijn balkon als wat er nu op mijn dakterras staat, zodat hij alsnog een beetje kon tuinieren.

De hele lente waren mijn vader en ik zoet met het project. We hadden zelfs klaproosjes gezaaid. Die groeiden overigens zo traag, dat ik me afvroeg of ze nog wel ooit tot bloei zouden komen. Maar die kwamen uiteindelijk wel uit, precies een dag nadat mijn vader in het ziekenhuis werd opgenomen, en niet meer naar huis zou komen. Het werden prachtige bloemen die bleven groeien, ook toen mijn vader een maand later overleed.

Daar mag ik nu graag wat platte symboliek in zien: ondanks de ellende blijft het mooie bloeien. Dit moestuintje gaat me geestelijk wel door de coronacrisis slepen, vertel ik mezelf, als ik die middag de eerste kweekbak van de gezaaide tomaten- en peperplantjes naar het dak haal om te verspenen. Ik ben uiteindelijk zeker anderhalf uur bezig met wroeten in aarde en het voorzichtig verplaatsen van plantjes naar grotere potjes. Ik giet zorgvuldig water over de plantjes, doe alles volgens het boekje. Maar de blaadjes verslappen opeens in rap tempo.

‘Ik vrees dat dit een slecht voorteken is’, zeg ik tegen mijn partner.

Na een kwartier begint ook hij nerveus te kijken. ‘Gaat het? Moeten ze anders niet uit de zon?’, vraagt hij. Ja, goed idee. Ik verplaats de zaailingen meteen naar de schaduw. Ook mijn bonusdochtertje, dat ondertussen paaseieren zit te schilderen, vraagt of het wel goed gaat met de plantjes. ‘Ik weet niet. Kritische situatie’, zeg ik. ‘Ze liggen op de intensive care.’

Ik zal Google om advies vragen als de blaadjes slap blijven. Maar zolang de steeltjes nog sterk zijn, houd ik moed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden