COLUMNSylvia Witteman

Onbegrijpelijk dat Vestdijk nauwelijks meer gelezen wordt

Binnenkort verschijnt er eindelijk een heruitgave – als Salamanderpocket – van Simon Vestdijks meesterwerk Terug tot Ina Damman (1934). Ik las het voor het eerst toen ik even oud was als de protagonist, Anton Wachter. Ik was verpletterd. Dit was een heel ander tijdperk met andere zeden en gebruiken en Anton was een jongen en ik een meisje, maar net als bij mijn al even geliefde Kees de jongen deed dat er niets toe. Dit ging over mij.

‘Het had niet eens een portiek, zo plat was het. Niets vond er houvast, alles zou er afgegleden zijn, te pletter op de lange, rode, ingesleten stoep.’ De eerste zinnen beschrijven het Lahringse hbs-gebouw waar de 13-jarige Anton Wachter voor het eerst naar binnen loopt, maar ze gelden ook voor Ina Damman, met haar gezicht ‘zo onaanraakbaar koel en glad’ dat zijn ogen er telkens afglijden, en tevens voor Anton zelf, die maar nergens houvast kan vinden op die school waar hij zo wordt gepest.

‘In al die lokalen waarden de geesten rond van honderden en honderden Lahringer jongens: dom, gemeen, geniepig, wreed. Tot in de inktpotten zaten ze.’ Nee, het is niet leuk om een puber te zijn, zeker niet voor de begaafde maar wereldvreemde Anton, die zich staande moet zien te houden tussen al die types. De slome, logge Jelle Mol; intrigant Jan Breedevoort met zijn ‘gewichtige, rode gezicht’; de onafscheidelijke, ruige jongens Kappie en Wiskie, ‘ze wisten niet eens wanneer ze jarig waren, zulke grenzeloos onverschillige helden waren dat!!’; dokterszoontje Dirk Touraine, ‘slank, waaks en officieel, als een rashondje op een hondententoonstelling met veel dames’. Zulk fris, raak proza, dat nog steeds niet gedateerd aandoet; onbegrijpelijk dat Vestdijk nauwelijks meer gelezen wordt.

Na de grote vakantie komt er een nieuw meisje op school, Ina Damman, en eindelijk vindt Anton zijn houvast. Door de verliefdheid raakt het pesten hem niet meer; het houdt, zoals dat gaat bij pesten, vanzelf op. Maar de lezer voelt de bui al hangen: ‘Lag er niet iets veraf spottends in het gezicht van Ina Damman, al was het ook niet erg, en niet opzettelijk? Het is geen lief meisje, fluisterde een stem in hem.’

Couvée, de leraar Frans, heeft ook zijn bedenkingen over Ina: ‘Wat was dát voor onbewogen, koud wezen, avec ce visage de petite sainte manquée? (...) Die jongen ging zijn ongeluk tegemoet met zo’n stuk marmer!’ En ja hoor. ‘Blijf jullie nou alsjeblieft bij me om vier uur, als die vervelende jongen er weer aankomt’, zegt Ina tegen haar vriendinnen. ‘Hij is reuzevervelend, hij verveelt me zó!’ De meisjes roddelen het nieuws natuurlijk door, tot de onheilstijding ook Anton bereikt.

Terug tot Ina Damman kwam niet zonder hindernissen tot stand: Vestdijks bijna duizend pagina’s dikke manuscript van Kind tussen vier vrouwen werd in 1933 door elke uitgeverij geweigerd. Die afwijzing schijnt nogal een klap voor Vestdijk te zijn geweest, maar uiteindelijk werkte hij het manuscript om tot de eerste drie delen van de legendarische Anton Wachtercyclus: acht romans, met Ina Damman als tweede deel (die zeven andere delen zijn trouwens bijna allemaal even fijn).

Ik vond het verschrikkelijk gemeen van Ina, toen ik zelf een jaar of 14 was. Inmiddels besef ik dat het inderdaad, zoals Antons moeder al zei, ‘heus niet zo prettig is voor een meisje om zo achternagelopen te worden’. Welbeschouwd gedroeg Anton zich als wat men tegenwoordig een stalker noemt. ‘De geschiedenis van een jeugdliefde’ is de ondertitel van de roman, maar eigenlijk is het vooral de geschiedenis van een obsessie: ‘Onwankelbaar trouw […] aan iets dat hij verloren had, – aan iets dat hij nooit had bezeten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden