On tour

Ik ben een tijdje op reis, bezig met een tour door Amerika, langs universiteiten waar de Nederlandse taal en literatuur worden gedoceerd.

Eigenlijk is het een ontmoeting met bijna alle Amerikaanse studenten die Nederlands studeren. Het zijn allemaal bijzondere studenten, ze hebben iets aparts, iets extra’s. Ze zijn allemaal gek op Nederland en ze weten niet waarom. Een gevoel van erbij willen horen.
Thomas, een student mechanica die zijn toevlucht heeft genomen tot de Nederlandse taal, zei in de kantine tegen mij: ‘Ik zou in twee happen een haring met uitjes kunnen opeten.’
‘Heb je dat ooit gedaan?’
‘Nee nooit gedaan.’
Hoewel de meeste studenten nog nooit in Nederland zijn geweest, spreken ze verbazingwekkend goed Nederlands.
Ze houden van De donkere kamer van Damokles van Hermans. Ze hebben Max Havelaar van Multatuli gelezen, ze hebben de Nederlandse films gezien.
Als we genoeg over de literatuur gepraat hebben, beginnen ze over de politiek: ‘The man with the yellow hair’. Ze denken dat Geert Wilders het land veroverd heeft: ‘And what now?
Maar de liefde voor het Nederlandse leven schuift de politiek weer aan de kant, ze praten over de onderwerpen die hun boeien.
Ted, een student elektronica, stelt een vraag over drop.
‘Hoezo drop?’
‘Een Nederlandse PhD-student heeft me een handjevol drop gegeven, maar het is gek, why does a nation eat this?’
‘Wat denk je zelf?’, zeg ik.
‘Ik hou van gekke dingen, ik gaf een dropje aan mijn vriendin. Zij stopte het in haar mond en zei verbaasd: what is that? Ik zei: The Netherlands.
Jessie, een studente antropologie die niet wist waarom ze de Nederlandse taal wilde leren, had een mooi beeld van Nederland in haar hoofd. Tijdens de pauze vroeg ze of ze een persoonlijke vraag mocht stellen. Ja, natuurlijk, zei ik. Ze wilde weten of ik ooit een fiets had gestolen in Nederland.
Toen ze mijn antwoord had gekregen, vertrouwde ze me glimlachend haar eigen Amerikaanse plan toe: ‘Op een dag ga ik in Amsterdam fietsen, op een gestolen fiets, met een zware fietsketting over mijn schouder.’
Allemaal enthousiaste studenten, maar de Nederlandse taal zit in de gevarenzone. ‘The Dutch language’ wankelt al langere tijd, hij dreigt als een antieke taal aan de kant gezet te worden. Bovendien heeft de economische crisis de niet direct rendabele talen, zoals het Nederlands, hard getroffen.
De docenten bedenken allerlei interessante onderwerpen om meer studenten te werven en de Nederlandse taal toch nog ‘on board’ te houden, zoals:
‘Anne Frank studie.’
‘Dagboeken van Van Gogh.’
‘Het gezin in de Nederlandse literatuur.’
‘Fiets, vis en rock ‘n’ roll in Amsterdam.’
De donaties van rijke mensen hebben de kleine talen op universiteiten altijd veiliggesteld. De namen van de donateurs schitteren op de zilveren bordjes met gouden letters bij de bomen, banken en paden van de universiteiten. Het is hoog tijd dat de rijke Nederlanders de Nederlandse taal te hulp schieten. Ze moeten daar niet te lang mee wachten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden