Ombudsman moet ons gidsen in de participatiesamenleving

Wie naar meer ruimte voor de samenleving zoekt, moet de overheid in haar hok jagen.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima op Prinsjesdag vorig jaar. Beeld ANP

Een jaar geleden kondigde koning Willem-Alexander aan dat we in een nieuw tijdperk zijn beland. Ons land maakt een ontwikkeling door 'van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving'. Die stelling heeft een politieke discussie losgemaakt langs de gebruikelijke lijnen. Links nam het op voor de verzorgingsstaat, rechts voor de participatiesamenleving. Veel interessanter dan de benoeming van tegenstellingen, is het zoeken naar verbindingen.

Tijdens de verzuiling leunde veel maatschappelijk werk op zowel overheidssubsidie als de inzet van vrijwilligers. Is het vandaag zo anders? Veel nieuwe maatschappelijke initiatieven doen nu precies hetzelfde. Neem de 'eigen kracht'-aanpak in de jeugdzorg. Burgers, die een opleiding en bescheiden vergoeding krijgen, helpen andere burgers in het aanspreken van hun eigen netwerk. Dat doen ze met subsidie en in samenwerking met de professionele jeugdzorg. Verzorgingsstaat en participatiesamenleving gaan daar hand in hand.

De samenleving functioneert het best als 'coöperatiemaatschappij': een samenwerkingsverband van mensen, ondernemers, organisaties en overheden. Ieder brengt in naar eigen verantwoordelijkheid, samen nemen we besluiten en plukken we de vruchten van het werk.

In de praktijk blijkt het echter knap ingewikkeld om de overheid en samenleving te verbinden. We hebben te maken met ongelijke krachtenvelden. De overheid dreigt keer op keer de samenleving te overwoekeren met activiteiten en regelgeving. Daaruit volgt het idee dat wie naar meer ruimte voor de samenleving zoekt, de overheid in haar hok moet jagen: meer samenleving, minder overheid.

Minder overheid betekent momenteel vooral dat de subsidiekraan naar de samenleving dicht gaat. Maar terugtreden is nog niet loslaten. Via allerlei regelgeving houdt de overheid links- of rechtsom een flinke greep op de samenleving. Burgers krijgen allerlei nieuwe verantwoordelijkheden, maar nauwelijks ruimte om die naar eigen inzicht in te vullen.

Wouter Beekers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Beeld Wouter Beekers

Een voorbeeld uit eigen omgeving: wanneer Youth for Christ met veel vrijwilligers lokaal de sterkste welzijnsaanbieder blijkt te zijn, worden veel politici zenuwachtig vanwege de eigensoortige motivatie van de organisatie.

Loslaten blijkt in de praktijk knap ingewikkeld. Wanneer we te maken krijgen met menselijk falen, kloppen wij aan bij onze volksvertegenwoordigers: hoe gaan jullie dit voorkomen? We leven bovendien in een mediacratie: wie zijn idealen wil verwezenlijken moet stemmen vergaren, wie stemmen zoekt moet via de massamedia in beeld komen, wie in beeld wil komen moet met nieuwe maatregelen komen.

Deze logica staat haaks op de gedachte van loslaten. Ons overheidsbestuur is in de praktijk veeleer gulzig, dan bescheiden, om een duiding van socioloog Willem Trommel over te nemen. Pleidooien voor een overheid die loslaat gaan vaak te weinig in op dit probleem. Wie in wil zetten op een participatiesamenleving en een bescheiden overheidsbestuur dient na te denken over ons politieke bestel.

Een eerste suggestie om een voorzichtig begin te maken: de introductie van een institutionele 'waakhond' tegen een gulzige overheid. Een die klachten van burgers, burgerinitiatieven, maatschappelijke organisaties en ondernemingen over de regelreflex en controlezucht van de overheid kan bundelen en de overheid kan manen tot een bescheidener houding.

Niet door de creatie van weer een nieuw overheidsinstituut. Er bestaat al een instantie die erg geschikt is voor deze rol: de Nationale Ombudsman. De Tweede Kamer stelde recent een nieuwe selectiecommissie in. Een mooi moment om nog eens na te denken over de invulling ervan.

De Nationale Ombudsman is een instituut van formaat. Dit instituut is dertig jaar geleden in het leven geroepen en in de Grondwet verankerd. Hij verricht onderzoek naar 'behoorlijk bestuur' van overheidsorganen. De Ombudsman heeft gezag en veel mogelijkheden om bestuursorganen mee te laten werken aan onderzoek. De laatste Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, heeft zich in de context van de participatiesamenleving uitgelaten over de dreiging van gulzig bestuur. Hij waarschuwde: 'Burgerparticipatie mag geen leugenachtig woord worden en als schaamlap worden gebruikt voor autoritair beleid.'

De nieuwe rol van de Ombudsman kan versterkt worden door deze in de wet te verankeren. Naast het waken over 'behoorlijk bestuur' kan hij waken over 'bescheiden bestuur'. Hij kan daarmee een tegenkracht worden tegen de controlezucht waar de overheid zo moeilijk vanaf komt.

Wanneer de overheid leert los te laten, ontstaat meer ruimte voor de samenleving. Dan staan verzorgingsstaat en participatiesamenleving niet meer tegenover elkaar, maar kunnen zij naast elkaar bestaan en elkaar versterken. Ombudsman, helpt u ons een handje?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden