ColumnManon Spierenburg

‘Oma, wat hebt u een lekkere dikke frieten!”

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

Elk jaar word ik door mijn agent aangespoord om toch vooral te komen naar de niettemissenborrel die zij organiseert op de Berlinale, een filmfestival waar collega’s Gouden Beren winnen. De bedoeling is om daar flink te netwerken en je op die manier óók een weg naar zo’n prestigieuze prijs te ellebogen.

Ik waardeer de uitnodiging, maar ik ga nooit. Daar ben ik inmiddels veel te doof voor. Zo’n netwerkborrel levert meer schade dan sociale contacten op, want ik verpest het gesprek. ‘Sorry, wat?’, vraag ik voor de veertigste keer, en ik zie hoe mijn gesprekspartner over mijn schouder staart naar meer stimulerende verten. Hoe komt hij met goed fatsoen van dit gesprek af? Ik geef hem geen ongelijk. Sta je je best te doen om een beetje leuk over te komen, slaat elke diepzinnige gedachte dood op een geluidsvacuüm en slechte timing. Ik zou ook liever met iemand praten die daadwerkelijk hoort wat ik zeg. Natuurlijk zou ik zelf het gesprek kunnen gaan domineren zodat ik tenminste weet waar het over gaat, maar dat vinden mensen niet leuk.

Dus doe ik soms alsof ik het wèl versta. Dat betekent dat ik er maar een slag naar sla en meestal raad ik fout. Op dezelfde manier waarop je altijd in de verkeerde rij bij de supermarkt staat. Ik zie de ontsteltenis op het gezicht van mijn gesprekspartner, net voordat hij zich haastig uit de voeten maakt. Uitgeput en een beetje overstuur stort ik me op het borrelgedeelte en laat het netwerken voor wat het is. Na al die jaren doof kan ik goed liplezen, anticiperen en lichaamstaal duiden. Maar op drukbezochte werkfeestjes zegt niemand wat hij echt denkt en vloeien alle geluidsstromen in elkaar over tot één grote waas, waar je zelfs als geroutineerde hardhorende niet meer levend uitkomt.

Als het niet zo genant was, zou het komisch kunnen zijn. Er zijn ontzettend veel grappen over doven en slechthorenden. Die zijn meestal even subtiel als de gemiddelde Belgenmop. In de jaren negentig van de vorige eeuw had je een reclame voor patat. Oma bakt smulfriet voor haar kleinzoon, die haar een compliment probeert te geven. Zij verstaat hem niet, waarop hij uiteindelijk dertig decibel te hard schreeuwt: ‘Oma, wat hebt u lekker dikke frieten!’ Het levert hem een draai om zijn oren op: ‘Rotjoch!’

Dat dus. Ik ga niet. Die Berlinale doet het prima zonder mij. En mijn eigen netwerk weet allang dat ze me beter kunnen appen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden