Opinie

'Om te beginnen is kunst niet voor kinderen'

De discussie over de noodzaak van kunstsubsidies stevent vaak af op de vraag wat kunst eigenlijk is. Vergeet vakmanschap, emoties, of schoonheid, schrijft Marc Davidson.

Het Vincentre in Nuenen. Beeld ANP

De afgelopen week verschenen op Volkskrant.nl verschillende artikelen over de vraag wat kunst is en welke kunst subsidie zou verdienen. Hoewel de artikelen van de hand waren van zowel kunstenaars als filosofen, sprak uit de reacties van de VK-bezoekers een roep om een heldere omschrijving van kunst. Toch is dat naar mijn mening niet zo ingewikkeld. Kunst is veel minder een kwestie van smaak dan bijvoorbeeld Sander van Zanten en Marcel Cobussen willen doen geloven.

De essentie van kunst is het best te beschrijven door eerst te stellen dat kunst niet voor kinderen is. Niet omdat ze het niet begrijpen, maar omdat kinderen nog helemaal geen kunst nodig hebben. Kunst is om ons afgestompte volwassenen weer wakker te schudden. Wij hebben alles al zo vaak gezien - het menselijk gezicht, de natuur, oorlogstaferelen - dat we ze eigenlijk niet meer zien.

De werkelijkheid is als een maaltijd. Als je die maar vaak genoeg krijgt voorgeschoteld, hoe gekruid ook, proef je hem op het laatst niet meer. Kunst laat ons opnieuw proeven. Het laat ons opnieuw kijken door hetzelfde onderwerp - een gezicht, een bloem, gevoelens - op een nieuwe manier te tonen. Daarom hebben kinderen geen kunst nodig. Hun zintuigen en geest zijn nog niet afgestompt.

Kunst is een taal. Maar ook de bestaande kunsttalen worden na verloop van tijd weer onderdeel van de vertrouwde wereld en houden dan op te werken. Dan schudden ook zij mensen niet meer wakker. Zoals bacteriën na verloop van tijd resistent worden voor penicilline en er weer nieuwe antibiotica moeten worden gezocht om mensen te genezen, zo moet de kunst zich blijven vernieuwen om te blijven doordringen.

Omdat kunst een taal is, is kunst zelden te beoordelen aan de hand van één enkel kunstwerk. Je kan geen taal leren of begrijpen als je maar één woord hoort. Daarvoor heb je een aantal kunstwerken nodig. Maar als je die taal eenmaal verstaat, herken je aan een kunstwerk de kunstenaar ook al heb je dat werk nog niet eerder gezien of gehoord.

En dat bepaalt meteen het verschil tussen een grote kunstenaar en een minder grote. Hoe herkenbaarder de taal van de kunstenaar tussen de rest, hoe groter de kunstenaar. Een kunstenaar die in zijn of haar individuele taal niet is te herkennen, is geen groot kunstenaar. De persoonlijke ervaring dat ik het werk van Karel Appel moeiteloos bleek te kunnen herkennen, deed mij zijn grote kunstenaarschap erkennen, hoewel zijn werk absoluut mijn smaak niet is.

Als we kunst als taal zien, wordt ook meteen duidelijk wat geen kunst is. Schoonheid maakt nog geen kunst. De zonsondergang is prachtig en Doutzen Kroes ook, maar dat maakt ze niet tot kunst. Alleen mensen kunnen kunst maken en kunst moet ook nog eens als kunst bedoeld zijn; je kan niet per ongeluk een groot kunstwerk maken. Evenmin is alles wat emoties oproept kunst. Een foto van een plein na een zelfmoordaanslag is evenmin kunst als een klap in je gezicht. Of een ontslagbrief. Roept wel emoties op, maar is geen kunst.

Ook vakmanschap is geen kunst. Iemand kan schilderen alsof het is gefotografeerd, maar dat maakt het niet tot kunst. Piet Mondriaans werken in primaire kleuren zijn makkelijk na te maken. Maar dat maakt zijn taal niet minder uniek. Oftewel, kunst kan knap zijn gemaakt en heftige emoties oproepen, maar dat als zodanig maakt het nog niet tot kunst. Enkel de vorm, de taal maakt het tot kunst. Kunst hoeft daarom ook zeker niet enkel figuratief te zijn, zoals John Borstlap in zijn artikel beweert.

Tenslotte kent de taal van de kunst vele vormen: een popartiest kan kunst maken, een modeontwerper, een cartoonist. Als diegene maar een nieuwe taal ontwikkelt. Bekijk kunst dus de volgende keer door nieuwe ogen. Als je in één oogopslag ziet dat je vast weer te maken hebt met een werk van die zelfbenoemde kunstenaar die je zo irriteert, vraag je dan af of je op dat moment niet juist in die herkenning zijn of haar kunstenaarschap erkent.

Kunnen wij allen dus kunstsubsidies beoordelen? Dat nou ook weer niet. Als de essentie van het kunstenaarschap ligt in het scheppen van nieuwe talen die ons opnieuw de ogen openen, dan moet de subsidieverstrekker toch weten wat de state-of-the-art is: iemand die volledig in de stijl van Vincent Van Gogh nieuwe werken produceert, is misschien een groot vakman maar geen groot kunstenaar. Dat is in de wetenschap niet anders. Ook daar moet men weten wat al is bedacht om te kunnen beoordelen of grensverleggend onderzoek werkelijk grensverleggend is.

Ten tweede toont de geschiedenis dat het merendeel van de mensen liever geen vernieuwende blik op de werkelijkheid werpt. Inmiddels is Van Gogh een veilig en aangenaam cliché geworden, maar in zijn eigen tijd wilden weinigen iets van hem weten. Dus aan de kunstcommissies zullen we niet zo snel ontkomen. Zullen we de kunstsubsidies dan maar afschaffen, zoals sommige VK-bezoekers voorstelden? Dat hangt ervan af of we als maatschappij collectief besluiten ons comfortabel naar binnen te keren of besluiten ons af en toe onaangenaam naar buiten te laten kijken.

Marc Davidson is verbonden aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de UvA.

 
Inmiddels is Van Gogh een veilig en aangenaam cliché geworden, maar in zijn eigen tijd wilden weinigen iets van hem weten. Dus aan de kunstcommissies zullen we niet zo snel ontkomen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden