COLUMNNadia Ezzeroili

Om je uit de modder van je jeugd te knokken, heb je een volwassene nodig die werkelijk om je geeft

De laatste maanden denk ik vaker aan het buurmeisje dat vroeger boven ons in de flat woonde. Het was een wit meisje, dus volgens nogal wat verlichte antiracisten was ze dankzij haar huidskleur tenminste niet dubbelop achtergesteld.

Maar als ik aan haar denk, zie ik weer hoe ze aan haar haren over straat werd gesleurd door haar moeder. Ik denk aan die keer dat ze me als 10-jarige pornoblaadjes van haar vader liet zien, waar ze naar eigen zeggen samen met hem doorheen bladerde. Dat laatste begreep ik overigens niet. Nu wel.

Ik hoor het gehuil door het plafond, wanneer ze thuis werd afgeranseld en het in haar eentje moest verwerken, omdat ze geen broertjes of zusjes had. En ik hoor weer het zachte getik via de verwarmingsbuizen die via haar slaapkamer door een slaapkamer in onze woning liepen. Een hol, metalen geluid. We tikten over en weer, al was het geen geheimtaal te noemen. We tikten alleen even om contact te maken.

In mijn beleving probeerden we zoiets als het volgende te communiceren:

Tik, tik. ‘Hoor je me?’

Tik, tik. ‘Ik heb alles gehoord. Gaat alles oké?’

Tik, tik. ‘Het gaat. Ik zie je morgen.’

Tik, tik. ‘Tot morgen.’

De volgende dag, als we buitenspeelden, kwam het getik vervolgens niet meer ter sprake. Alsof er niets was gebeurd.

Na een tijd verhuisde ze met haar ouders en verloren we elkaar uit het oog. Jaren later, toen ik studeerde, en alleen al daarom tot aan mijn nek in de privileges zwom, kwam ik haar weer tegen in de bus. Ze vertelde me dat ze als tiener moeder was geworden. Ze keek niet helder uit haar ogen tijdens het korte gesprek.

Tik, tik. Ik hoor het weer als ik tijdens de coronacrisis een reportage in de Volkskrant lees over een school in Amsterdam-Noord. De verslaggever volgt een leraar die wanhopig contact probeert te maken met een leerlinge die spoorloos is. Een vriend, die het artikel ook heeft gelezen en voor wie dit milieu net zo herkenbaar is, belt me verslagen op. Er is een oude wond opengehaald.

Tik, tik. Ik hoor het als ik een jeugdvriendin, met wie ik ben opgegroeid, onlangs weer spreek aan de telefoon. Een bekende van ons is door geweld omgekomen. In een volgend telefoongesprek halen we herinneringen op aan een aantal mensen die we van vroeger kennen. Vier van hen hebben een psychose gehad.

Ik hoor het getik ook als een bevriend stel bij me thuis komt eten. De vrouw is juf en vertelt over leerlingen die met een moeilijke thuissituatie worstelen. Ze spreekt niet over hen als zielige hoopjes ellende, maar als kinderen met grote potentie om later een gezond en vol leven te leiden. En voor wie ze door het vuur gaat. Had mijn oud-buurmeisje deze vrouw maar als juf gehad.

Ik hoor het tikken zelfs als ik verneem dat D66 een ambitieus onderwijsplan lanceert. Ik lees in de krant over ‘rijke schooldagen, warme lunches, zorgteams en gratis kinderopvang’. Maar ik vraag me af of het voldoende is om ook de kinderen, die thuis verwaarloosd worden of erger, binnenboord te houden in de samenleving.

Voor de mensen die ik persoonlijk ken en die zich uit de modder van hun jeugd hebben geknokt, maakte immers niet een logopedist of een extra vak het verschil. Het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen kregen ze dankzij een volwassene die werkelijk om hen gaf, al dan niet met tough love: van leraar tot conciërge. Zij hoorden het getik van kinderen – en kwamen vervolgens in actie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden