Om het kabinet goed te kunnen controleren, moet de Kamer meer inhoudelijke deskundigheid verkrijgen

In het debat over de afschaffing van de dividenbelasting ging het nauwelijks over de inhoud. Dit heeft onder andere te maken met het gebrek aan inhoudelijke deskundigheid bij de Kamer, aldus bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers. Maar er is een manier om dit probleem op te lossen.

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (VVD) en Premier Mark Rutte tijdens het Tweede Kamerdebat over de omstreden memo's rond de afschaffing van de dividendbelasting. Foto ANP

Het recente Kamerdebat over het kabinetsvoornemen om de dividendbelasting af te schaffen ging vrijwel uitsluitend over de politieke misstappen van de premier. Nauwelijks werd er inhoudelijk gediscussieerd over de inhoud van het vraagstuk en de gevolgen voor de Nederlandse economie. Dit komt deels omdat de Kamer een inhoudelijke kennisachterstand heeft ten opzichte van het orgaan dat ze controleert: de ministers en hun vele ambtenaren. Kamerleden doen hun werk met anderhalve man en een paardenkop in de vorm van hun beleidsmedewerkers en stagiaires.

Hoe groter de informatievoorsprong van de uitvoerende macht ten opzichte van de controlerende macht, hoe zwakker het systeem van ‘dualisme’ in onze parlementaire democratie is. Vooral bij ingewikkelde kwesties als de voor- en nadelen van afschaffen van dividendbelasting wordt een inhoudelijk deskundige en onafhankelijke adviseur voor de Kamer gemist. Daarom pleit ik voor de herintroductie van de Raad van Economische Adviseurs.

Dave Ensberg-Kleijkers is bestuurskundige en auteur van Bezielde Beschaving. Foto: Maria van der Heyden.

Recent liet Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, zich bij Radio 1 even gaan in reactie op het Kamerdebat over dividendbelasting. ‘We nemen dus een maatregel die economisch niet uit te leggen is, op basis van argumentatie die door ambtenaren van onze eigen overheid omver wordt geblazen. En de Kamer is bezig met of Rutte al dan niet heeft gejokt over de memo’s’, aldus een verontwaardigde Jacobs.

Raad van Economische Adviseurs

Juist voor dit soort economische vraagstukken besloot de Tweede Kamer dertien jaar geleden voor het eerst een Raad van Economische Adviseurs (REA) in te stellen. Verschillende hoogleraren op het gebied van economie en (overheids-)financiën, daarbij ondersteund door een secretaris, vormden gezamenlijk deze REA. ‘In het instellingsbesluit van de REA is bepaald dat door hen gevraagd en ongevraagd advies wordt gegeven. In ieder geval diende de REA te adviseren over de Voorjaarsnota en de Miljoenennota.’

Tussen 2005 en 2008 heeft de REA tien adviezen, zowel gevraagd als ongevraagd, uitgebracht aan de Kamer. De kwaliteit was volgens zowel Kamerleden als economische wetenschappers echter laag. De PvdA en SP deden de REA-rapporten af als ‘te columnachtig’, ‘borrelpraat’ en ‘te politiek’. Anderen vonden de rapporten matig onderbouwd of ‘technocratisch’. De REA-leden besloten na alle politieke kritiek de eer aan zichzelf te houden en de Kamer heeft sinds 2008 nooit meer besloten om geheel nieuwe leden te benoemen die met een nieuwe werkwijze het belangrijke werk hadden kunnen hervatten. Een gemiste kans.

De 150 Kamerleden kunnen namelijk alle hulp gebruiken om hun grondwettelijke, controlerende taak adequaat en effectief uit te voeren. Het kabinet heeft de beschikking over een leger ambtenaren. Wordt continu gevoed met informatie vanuit organen als het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ook schakelt de regering te pas en te onpas externe adviseurs in. Of kan ze de expertise van wetenschappelijke onderzoekers als die van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid optimaal benutten. En het kabinet maakt ook nog eens gebruik van allerlei (evaluatie-)commissies.

Hijgerige politieke tijden

En de Kamer? Die leunt met name op enkele beleidsmedewerkers, sta­giaires en de Algemene Rekenkamer. De beleidsmedewerkers zijn doorgaans jonge, pas afgestudeerde mensen met een te brede portefeuille en (te) veel politieke ambities. Totaal ontoereikend om Kamerleden in deze hijgerige politieke tijden tijdig en volledig met relevante inhoudelijke informatie te voeden. Rekenkameronderzoek kan waardevol zijn, maar deze onderzoeken kosten doorgaans veel tijd. In sommige gevallen zelfs langer dan een jaar. Daarnaast beschikt de Kamer nog over enkele middeltjes, zoals parlementaire hoorzittingen, enquêtes en onderzoeken. Middelen die vragen om de nodige samenwerking tussen politieke partijen, wat lastig te organiseren is binnen het huidige politieke klimaat van polarisatie en verharding.

Het is een kwestie van tijd dat de Kamer opnieuw met het kabinet debatteert over complexe, economische vraagstukken als het afschaffen van de dividendbelasting, het invoeren van een vlaktaks, de (mogelijke) economische gevolgen van de Brexit, het vinden van een balans tussen ecologie en economie of de zienswijze op de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Plus: voor 1 juni presenteert minister van Financiën Hoekstra zijn eerste Voorjaarsnota. Vraagstukken en nota’s die elkaar snel opvolgen en waarvoor rekenkameronderzoek, parlementaire hoorzittingen of goedbedoeld advies van een paar politiek gedreven junior beleidsmedewerkers te kort schieten.

Daarom kan onze volksvertegenwoordiging zichzelf en daarmee de gehele maatschappij een dienst bewijzen door een nieuwe REA in te stellen. Daarbij lerend van de fouten van de vorige REA en het evaluatierapport uit 2007. Er zijn voldoende nieuwe, frisse en kritische hoogleraren die uitstekend in staat zijn om de Kamer als REA-lid te adviseren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Barbara Baarsma, de eerder aangehaalde Bas Jacobs, Sweder van Wijnbergen en Ewald Engelen. Meer inhoudelijke verdieping in Kamerdebatten draagt bovendien bij aan kwalitatief beter overheidsbeleid. En daar profiteert iedereen in ons land van; politici van links tot rechts en burgers van arm tot rijk.

Dave Ensberg-Kleijkers is bestuurskundige en onderwijsbestuurder.