ColumnSylvia Witteman

Om een lang verhaal kort te houden: ik ben 55 en weet niet helemaal hoe het verder moet

x Beeld x
xBeeld x

Vervuld van tobberijen parkeerde ik mijn fiets in de Gerard Doustraat, de straat waar André Hazes zijn ellendige jeugd heeft doorgebracht. Op de stoep van Café Eddy zat een kat. Hij miauwde verongelijkt naar de gesloten deur.

Ik hurkte naast hem. Je ziet niet meer zoveel katten op straat. ‘Dag poes’, zei ik. ‘Het is nog veel te vroeg voor café Eddy. Trouwens, jij bent toch van de kaasboer hiernaast?’ Ik aaide hem over zijn kop. Een zwarte kat, met hier en daar een beetje wit. Hij leek op de kat uit mijn ouderlijk huis. Die heette Billie, naar Billie Holiday, maar werd ‘Zwikje’ genoemd en aangesproken met ‘Mien’. Zo gaat dat.

Billie is al 40 jaar dood. De kat op de stoep was oud, maar springlevend. Hij miauwde me verwijtend in mijn gezicht, maar liet zich het aaien toch welgevallen. ‘Wat moet je in een café?’, vroeg ik hem. ‘Hiernaast krijg je kaas, en misschien ook wel muizen...’

De kat keek me indringend aan. ‘Moet je horen’, hernam ik. ‘Ik heb thuis twee katten. Ik hou van ze, maar ze begrijpen me niet. Ik heb ook kinderen, en een man, en ouders, die mij allemaal niet begrijpen. Het leven is zo’n gedoe...’ Hij miauwde weer, en keek naar de gesloten deur.

‘Nee, nu moet je even luisteren’, zei ik, al aaiend. ‘Ik kom net van de tandarts. Vorige week heeft hij een implantaat in mijn kaak geschroefd, je moet straks thuis maar even opzoeken wat dat is. Nu heeft hij net de hechtingen eruit gehaald, maar ik merk dat hij er één is vergeten. Zo’n gemeen nylon draadje, weet je wel? Dus nu moet ik weer terug. En ik heb al zo veel aan mijn kop...’

De kat staarde me aan. ‘Mijn zoon doet eindexamen’, vervolgde ik. ‘En nu maak ik me zorgen of hij het wel háált. En ons huis verzakt. Als je een pingpongballetje bij de schoorsteenmantel legt, rolt hij zó de gang in en de trap af.’ De kat spitste zijn oren bij het woord ‘pingpongballetje’.

‘Ja, dat zijn allemaal luxeproblemen’, ging ik voort. ‘Maar ik heb nog wel méér, hoor. Dat moet overigens onder ons blijven.’ Ik boog me over hem heen, en fluisterde hem een en ander in zijn oortje. Hij luisterde geduldig. Uiteindelijk kreeg ik pijn in mijn rug van het hurken en stond weer op. ‘Om een lang verhaal kort te houden’, besloot ik: ‘Ik ben 55 en weet niet helemaal hoe het verder moet.’

De kat keek me minachtend aan en glipte zonder verdere plichtplegingen bij de kaasboer naar binnen. Ik volgde hem. Ik kocht een stuk belegen boerenkaas.

Het ging wel weer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden