Opinie

'Om de teloorgang van muziekscholen hoeft niet te worden getreurd'

Muziekscholen kennen een jammerlijke traditie van ondeskundigheid en geldverkwisting, schrijft Martin Boere. 'De werkelijk bekwame muziekdocent bevindt zich in het particuliere circuit.'

Hoe houd je een viool vast? Beeld anp

In zijn pleidooi voor het in stand houden van de muziekscholen laat Geert Drion de ware oorzaak van de afbrekende tendens, waarvan overigens al jarenlang sprake is, onbelicht.

Muziekscholen kennen een jammerlijke traditie van ondeskundigheid, die in opeenvolgende generaties hele horden de inspiratie heeft ontnomen om zich ooit nog met muziekonderwijs in te laten. Dit komt vooral tot uiting in de muzikale basisvorming, waarmee jonge kinderen op het muzikale pad moeten worden geholpen. De hiervoor beschikbare lesmethoden heeft het altijd ontbroken aan iedere vorm van pedagogisch inzicht, met als gevolg dat gezonde kinderlijke nieuwsgierigheid genadeloos in de kiem wordt gesmoord.

Geldkraan dicht
Zij die erin slagen om zich door de lessen Algemene Muzikale Vorming heen te werken vinden hun doorzettingsvermogen zelden beloond met een leerkracht voor instrumentaal onderwijs die zijn werk serieus neemt en die bovendien pedagogisch/didactisch voldoende is onderlegd. Verreweg de meeste muziekschooldocenten zijn podiummusici die slechts persoonlijke artistieke ambities najagen en hun aanstelling bij een muziekschool beschouwen als bron voor een vast inkomen. Dat wat betreft de 'kunstprofessionals' waar Geert Drion het over heeft.

Muziekscholen zijn door hun subsidiegevers, te weten de gemeenten, in het verleden meer dan eens geattendeerd op hun onevenwichtige kosten/batenbeleid. Het aantal leerlingen dat gebruikmaakte van de muziekschool woog namelijk niet op tegen de hoeveelheid overheidsgelden die jaarlijks voor muziekonderwijs werd uitgetrokken. Pas toen de gemeenten begonnen met de geldkraan dicht te draaien kwamen de muziekscholen in beweging, echter zonder hierbij de inhoud en de kwaliteit van het onderwijsaanbod grondig onder de loep te nemen. In plaats daarvan besloot men het aanbod 'op te leuken' met hapklare brokken (kort lopende cursussen, workshops e.d.) die voor het publiek drempelverlagend moesten werken. Het kortademige ad-hockarakter van deze activiteiten kon natuurlijk niet zorgen voor een stabiel leerlingenbestand.

Beeld anp

Tegelijkertijd werd ingezet op het basisonderwijs, waar de vakleerkrachten voor muziek zo'n beetje overal waren wegbezuinigd, dus daar viel genoeg te halen. Het gebrek aan kennis omtrent het doel van kunstonderwijs bij basisschoolleerkrachten en hoe hier op een effectieve manier vorm aan te geven, zulks door toedoen van hun gebrekkige opleiding, maakte de entree eenvoudig. Doch ook hier werd de plank onvermijdelijk misgeslagen. Het twee jaar terug gestarte project van de Amsterdamse muziekschool, dat was bedoeld om elke basisschool binnen de gemeente van muziekles te voorzien, is hiervan een treffend voorbeeld.

Effectieve lobby
Het is typerend voor de situatie rond het kunstonderwijs dat iemand uit het tweede lijnswerk, waar Geert Drion als zijnde beleids- en organisatieadviseur toe behoort, een pleidooi doet voor de instandhouding van de muziekscholen. In haar artikel 'wordt het nog wat met de kunstles' (VK, 13 december 2013) beschrijft Karolien Knols uitvoerig het netwerk van beleids- en organisatieadviseurs dat zich rond het kunstonderwijs heeft ontwikkeld. Uit dit artikel blijkt dat deze sector geen ander doel voor ogen heeft dan de eigen positie te beschermen, waar zij dankzij een effectieve lobby prima in schijnt te slagen. Binnen de organisatie van het kunstonderwijs is hun positie immers degelijk verankerd, terwijl wegbezuinigde docenten als ZZP-er worden ingehuurd voor het uitvoerende werk.

De bewering van Geert Drion dat kunst/cultuuronderwijs een belangrijke bouwsteen vormt voor de vorming van autonome, creatieve burgers en een veerkrachtige samenleving snijdt dan ook op geen enkele manier hout. Bovendien vindt de autonome burger de muzikale informatie die hij nodig heeft online. Indien hij dan toch om een leraar verlegen zit is deze te vinden in het particuliere circuit, waar de werkelijk vakbekwame docent zich prima weet te redden. Om de teloorgang van de muziekscholen hoeft dan ook niet te worden getreurd. Het geld dat ermee wordt bespaard kan een veel betere besteding vinden in bijvoorbeeld het behoorlijk (muzikaal) opleiden van onderwijzers.

Martin Boere is muziekdocent te Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden