CommentaarCarlijne Vos

Om de strijd met China aan te gaan, heeft G7 een verandering van mentaliteit nodig

De G7 zal een hoop geld moeten durven uitgeven, als zij de Chinese expansie wil verslaan.

Chinezen werken aan een onderdeel voor het 'Belt and Road'-initiatief: de moderne Chinese zijderoute die al bijna de wereld omspant.  Beeld Barcroft Media via Getty Images
Chinezen werken aan een onderdeel voor het 'Belt and Road'-initiatief: de moderne Chinese zijderoute die al bijna de wereld omspant.Beeld Barcroft Media via Getty Images

De G7 gaat de concurrentie met China aan met een eigen mega-investeringsplan. De B3W (Build Back Better World) moet de tegenhanger worden van het Belt and Road Initiative, het ambitieuze investeringsplan waarmee China sinds 2013 havens, wegen en andere strategische infrastructuur over de hele wereld aan elkaar rijgt tot de nieuwe ‘Zijderoute’ van deze eeuw.

Het tempo en de omvang waarmee dit gebeurt – inmiddels is China met zo’n 2.600 projecten ter waarde van 3.000 miljard euro in 100 landen actief – doet vrezen dat het westerse tegenplan rijkelijk laat komt. Bovendien ligt er geen concreet financieringsvoorstel achter het plan waarmee de G7 hoopt te voorkomen dat armere landen te afhankelijk worden van autocratische landen die het niet zo nauw nemen met mensenrechten.

De angst voor China overheerst dezer dagen op de ontmoetingen van president Joe Biden met de G7, de EU en de Navo. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat een harde veroordeling van het zo gevreesde autocratische optreden in bijvoorbeeld Xinjiang of Hongkong botst met eigen economische belangen. De macht van China is een gegeven waar de wereld niet meer omheen kan.

De jarenlang hoge investeringen in research & development (R&D) hebben China voorop doen lopen in technologische innovatie. Duitse auto’s of Deense windmolens kunnen niet meer worden gemaakt zonder onderdelen uit China. De cruciale mineralen uit Afrikaanse jungles voor de batterijen voor elektrische auto’s of zonnepanelen die onze ‘groene revolutie’ mogelijk moeten maken, vinden vrijwel allemaal hun weg naar westerse fabrieken via China.

Alleen een concurrerend investeringsplan is niet meer voldoende. De coronapandemie heeft laten zien hoe kwetsbaar westerse landen zelf zijn wanneer zij te afhankelijk zijn voor cruciale zaken als mondkapjes en vaccins, of onderdelen die in containerhavens vastzitten. Doel van de G7 zou moeten zijn om de eigen economische afhankelijkheid van China af te bouwen. Daarvoor is het nodig dat het westen veel meer dan nu investeert in R&D, cruciale productie in eigen hand houdt en aanvoerketens van belangrijke grondstoffen uit verre landen veiligstelt.

Dat vraagt inderdaad om miljardeninvesteringen, maar vooral ook om een mentaliteitsverandering: om niet altijd overal voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden