OpinieDemocratische vernieuwing

Ollongrens plannen verdienen steun, Tweede Kamerverkiezing is nu een veredelde presidentsverkiezing

Politieke partijen torpederen consequent voorstellen voor democratische vernieuwing. De plannen van minister Ollongren verdienen het voor 17 maart al te worden ingevoerd, stellen Maarten van Campenhout en Lodewijk Rijksbaron.

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdens een stemming in de Eerste Kamer. Beeld Freek van den Bergh
Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdens een stemming in de Eerste Kamer.Beeld Freek van den Bergh

17 maart gaat Nederland naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. 150 Kamerleden die ‘ons’ gaan vertegenwoordigen in Den Haag. Sommigen van hen zullen herkozen zijn, anderen komen nieuw de Kamer in. Maar hoeveel Kamerleden kent de gemiddelde kiezer? Hoeveel Kamerleden halen de kiesdrempel? En hoevelen van hen blijven daadwerkelijk vier jaar zitten? En hoe representatief is onze representatieve democratie eigenlijk?

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) stelde recent voor het kiesstelsel te veranderen, zodat de kandidaat-Kamerleden met de meeste stemmen Kamerlid worden, ook als zij niet hoog op de lijst staan. Door de moeizame periode waar politiek Nederland momenteel doorheen gaat, bestaat de kans dat dit voorstel ondergesneeuwd raakt. Maar in het licht van de komende verkiezingen verdient het voorstel van Ollongren steun en aandacht. Haar voorstel zou nog voor 17 maart 2021 geïmplementeerd moeten worden.

25 zetels

Een belangrijk element van een representatieve democratie is dat we weten wie onze volksvertegenwoordigers zijn. In de Nederlandse democratie is dat op dit moment niet het geval. Weinigen weten wie de nummer 31 op de VVD-lijst is, of de nummer 13 van de SP. De Nederlandse democratie wordt niet gekenmerkt door individuen die hun visie kenbaar maken aan het electoraat, maar door partijen en hun lijsttrekkers. Ter illustratie: bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 haalden 43 van de 150 kandidaat-volksvertegenwoordigers de kiesdrempel van toen 70.106 stemmen. Dat betekent dat de overige 107 parlementariërs dankzij de stemmen op een partijgenoot het parlement in mochten.

Vrijwel altijd was dat de nummer één op de lijst van de partij. Zo haalde Mark Rutte, de lijstaanvoerder van de VVD, in 2017 1.760.117 stemmen. Dat komt neer op 25 zetels. Hetzelfde beeld is te zien bij de andere partijen. Kandidaat-leden die op persoonlijke titel de kiesdrempel halen, zijn op één hand te tellen. Eigenlijk is de Tweede Kamerverkiezing een veredelde presidentsverkiezing.

Ondergeschikt

Eenmaal gekozen, zijn Kamerleden ondergeschikt aan de normen van de fractiediscipline en zijn ze vaak niet meer dan een veredelde stempelmachine. Een aantal van hen maakt vervolgens niet eens vier jaar Kamerlidmaatschap vol. Een deel neemt direct zitting in het kabinet, anderen verlaten de Kamer voor functies in het bedrijfsleven en weer anderen vertrekken wegens privéomstandigheden. Afgelopen kabinetsperiode vertrokken 43 Kamerleden. De vervangers van deze gekozen Kamerleden beginnen een carrière als parlementariër zonder een enkele stem te hebben gekregen. Een parlement met leden die geen persoonlijk mandaat hebben, is in een ‘volwassen’ democratie onverdedigbaar. Helemaal misplaatst daarin zijn ongekozen ministers.

Tot nu toe zijn voorstellen voor ingrijpende democratische vernieuwingen, zoals een gekozen burgemeester en referenda, altijd afgewezen of afgezwakt. Het is een bekend patroon: iedere voorgestelde vernieuwing wordt afgeschoten, omdat de politieke elite bang is voor het verlies van bestuurlijke competentie. Deze angst is wat het plan van Ollongren betreft ongegrond, omdat partijen zelf de kieslijst bepalen.

Het voorstel van Ollongren zou de partijen zelfs ten goede kunnen komen: het kan de diversiteit en expertise van kandidaat-Kamerleden beter zichtbaar maken. Verder kan een directe band tussen kiezer en gekozene er ook voor zorgen dat parlementariërs minder snel tussentijds hun zetel opgeven.

Het is van belang dat ‘het mandaat’ een essentieel onderdeel van de representatieve democratie is en dat volksvertegenwoordigers in de eerste plaats verbonden horen te zijn met hun electoraat. Ollongrens voorstel zorgt ervoor dat de voorkeur van het electoraat sterker gaat meewegen in de samenstelling van parlement en regering. Dit zou in een democratie alleen maar toegejuicht moeten worden.

Maarten van Campenhout (24) is afgestudeerd in de politieke economie. Lodewijk Rijksbaron (25) studeerde conflictoplossing en beleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden