Interview Olivier De Schutter

Olivier De Schutter: ‘We moeten van onze verslaving aan goedkoop voedsel af’

Volgens Olivier De Schutter, voormalig VN-rapporteur over voedsel, offeren we onze gezondheid, taille en het milieu op aan knallerprijzen in de supermarkt. De enige oplossing: we moeten af zien te komen van onze verslaving aan goedkoop eten.

Olivier De Schutter, voormalig rapporteur voor het recht op voedsel voor de Verenigde Naties, nu voorzitter van de International Panel of Experts on Sustainable Food Systems (IPES FOOD). Foto Foto: Getty, illustrator: Hans Klaverdijk

De helft van de Europese bevolking is te dik; obesitas en diabetes nemen epidemische vormen aan en dichtgeslibte aderen zijn nog steeds doodsoorzaak nummer een. Ons voedsel is ongezond, komt van veel te ver en vernietigt het milieu. Door de hele voedselketen worden mensen uitgebuit om de winst voor grote voedselmultinationals te maximaliseren en de prijs voor de consument zo laag mogelijk te houden; van koffieboeren in ontwikkelingslanden, tot aan illegale migranten op Europese akkers en de fietsende maaltijdbezorgers van Deliveroo in de stad.

Waarom doen we dit onszelf aan?

Olivier De Schutter, voormalig rapporteur voor het recht op voedsel voor de Verenigde Naties, breekt zich al zijn hele carrière het hoofd over het voedselvraagstuk. Na al die jaren van piekeren ligt er nu een conclusie: ‘We moeten af van het idee dat ons voedsel zo goedkoop mogelijk moet zijn.’ Het is volgens De Schutter tijd dat we tot het inzicht komen dat de maatschappelijke kosten van ons ‘destructieve voedselsysteem’ vele malen hoger zijn dan de lage prijzen in de supermarkt.

Hij rekent voor: ‘In de jaren vijftig besteedden we nog zo’n 30 procent van ons inkomen aan voedsel, nu is dat nog maar 13 procent. Tegelijkertijd geven we miljarden euro’s meer uit aan gezondheidszorg en sociale zekerheid als gevolg van onze ongezonde levensstijl. We vernietigen het milieu om zo veel mogelijk voedsel voor de laagste prijs te produceren. Vervolgens verpakken we het in zo veel mogelijk plastic om het de hele wereld over te kunnen slepen. Dit vernietigende systeem wordt niet eens meer ter discussie gesteld. Dat komt doordat niemand geconfronteerd wil worden met de verkeerde beslissingen die we al decennia nemen.’

Dit ‘onduurzame’ voedselsysteem moet volgens De Schutter helemaal op de schop. Eind vorige maand (29 mei) kwamen 200 boeren, milieuactivisten en burgerorganisaties als Slow Food, Voedsel Anders en Terra Nuova, wetenschappers en politici bijeen op een conferentie in Brussel om een ‘plan B voor Europa’ te ontwerpen; een blauwdruk voor een nieuw integraal voedselbeleid, waar de Europese Commissie na de verkiezingen in 2019 zo mee aan de slag kan.

Het nieuwe Landbouwbeleid dat de Europese Commissie begin deze maand (1 juni) voorstelde, noemt hij een gemiste kans. ‘Er wordt wat geschoven met subsidies, maar we zijn nog steeds ver verwijderd van een systeem dat duurzame productie beloont en negatieve effecten op gezondheid of milieu straft.’

In uw ‘Plan B’ stelt u dat Europa in crisis verkeert?

‘Ja, maar het is een sluimerende crisis. Er gaat geen schokgolf door Europa, zoals bij de uitbraak van de gekkekoeienziekte of toen we erachter kwamen dat er paardenvlees in de lasagne zat. We hebben het niet eens door, erger nog: we zijn eraan gewend. Het zijn crises op verschillende niveaus, die we niet eens meer bestrijden. Denk maar eens mee: we zijn obesitas en hart- en vaatziekten gaan accepteren als iets waarmee we nu eenmaal moeten leven. Ook al zullen de gezondheidskosten de komende decennia exploderen. We nemen voor lief dat 30 procent van de schadelijke emissies wordt veroorzaakt door de landbouw- en voedselindustrie. We kijken machteloos toe hoe onze bodems uitgeput raken en alleen nog iets opbrengen als we giftige chemicaliën gebruiken die planten en insecten bedreigen: de afgelopen 25 jaar is al driekwart van de vliegende insecten uit Europa verdwenen. Bedenk daarbij ook dat 20 procent van het geproduceerde voedsel in Europa wordt weggegooid. De kosten van die verspilling bedragen 143 miljard euro per jaar. Waar zijn we mee bezig?’

En nu is geen weg meer terug?

‘Het is heel moeilijk om terug te gaan naar kleinschaligheid en meer verscheidenheid. Te lang hebben we gedacht dat we moesten groeien en mechaniseren om te concurreren. Nu merken we dat die grote megaboerderijen de overgang naar duurzame productie in de weg staan. Sterker; we bewegen de verkeerde kant uit; landbouwgewassen worden vooral in bulk geproduceerd om te exporteren of om te laten verwerken door de voedingsindustrie tot – meestal onvoedzame en ongezonde – producten voor de schappen in de supermarkt. We zitten gevangen in dit schadelijke systeem van uniformiteit waarin markten domineren en alle diversiteit verloren gaat.’

U zegt dat we ‘gevangen’ zitten in dit systeem. Moeten we af van het hele idee van marktwerking?

‘Ik wil niet direct de vrije markt aanvallen. Maar feit is wel dat kleine ondernemers slachtoffer zijn geworden. Drie op de vier Europese boeren hebben het niet gered, de gemiddelde Franse boer verdient 350 euro per maand. Bedrijven zijn met fiscaal beleid en subsidies gestimuleerd om te groeien. Hoe groter de oppervlakte van je bedrijf, hoe hoger de subsidie. Maar dat is maar een deel van het probleem. Het is vooral een kwestie van machtsmisbruik. Boeren zijn overgeleverd aan een paar dominante spelers op de markt. Ze staan van twee kanten onder druk: de grote winkelketens en voedselbedrijven bepalen de prijs, aan de andere kant leveren multinationals als Monsanto de zaden en chemicaliën. Lokale spelers zijn uit de markt gedrukt, politici laten hun oor hangen naar de grote landbouw- en voedingsbedrijven.’

Is er niets te doen aan die marktmacht?

‘Heel weinig. Kijk maar naar de supermarktoorlogen. Alleen in Groot-Brittannië bestaat er een soort ombudsman die boeren beschermt als ze weer eens door het Britse supermarktconcern Tesco worden uitgeknepen. De enige macht die Brussel heeft is het bewaken van mededingingswetten. En je kunt financiële prikkels anders sturen. In het nieuwe Europese landbouwbeleid worden de subsidies weliswaar iets beter ingezet, maar het is nog ver van een systeem dat duurzame productie beloont en negatieve effecten op gezondheid of milieu straft. De enige echte oplossing is om van onze verslaving aan goedkoop voedsel af te komen.’

U heeft het over een breed gedragen ‘voedseldemocratie’, maar burgers willen toch vooral goedkoop uit zijn in de supermarkt?

‘Ja, maar burgers willen ook voedsel dat gezond voor hen is. Ze willen dat het milieu gespaard wordt en dat voedsel lokaal geproduceerd wordt en vers is. Dat hun kinderen niet opgroeien met junkfood. Consumentenwelzijn is veel meer dan lage prijzen in de winkel. Dat besef is de sleutel tot de oplossing. We hebben decennia gedacht dat goedkoop voedsel het hoogste streven was. Dat komt doordat we in de jaren vijftig van de vorige eeuw ineens de bevolking zagen groeien en bang waren voor voedseltekorten. Alle focus ging toen naar het opvoeren van de productie, zonder rekening te houden met het milieu of andere – sociale – neveneffecten. Als je voedselsystemen zou benaderen vanuit welzijn in plaats van productie, zou je heel andere oplossingen krijgen.’

Is dat de les die u heeft getrokken na uw jaren als speciale voedselgezant voor de Verenigde Naties?

‘Die focus op betaalbaar voedsel blijkt een grote vergissing. Dat beleid bleek ten koste te gaan van onze gezondheid, van ons milieu, van kleine boeren en de leefbaarheid op het platteland, en paradoxaal genoeg ook van ontwikkelingslanden die we dachten te helpen. Wij wilden de honger uit de wereld helpen door goedkoop voedsel in onderontwikkelde landen te dumpen, maar daarmee hebben we hun voedselsystemen verwoest. We hebben ze volledig afhankelijk gemaakt van import. Nu verbouwen ze nauwelijks zelf iets en zijn ze dus het meest kwetsbaar voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. Toen de voedselprijzen tijdens de voedselcrisis van 2008 ineens verdubbelden, zag je dat arme mensen niet eens meer basisproducten als rijst of maïs konden kopen. Overal nam de honger toe. Alleen wie een plekje in onze westerse voedselketens heeft weten te veroveren door ananas, cacao of koffie te verbouwen profiteert nog een beetje mee op de wereldmarkt.’

Wie gaat de burger uitleggen dat we van dat goedkope voedsel af moeten?

‘Eerst moeten mensen begrijpen dat er een compleet nieuwe visie op voedsel nodig is. De hele keten moet op de schop, ‘from the farm to the fork’. Het heeft geen zin om duurzame landbouw te promoten als niemand het afneemt en andersom. Als alle scholen ineens biologische lunches gaan aanbieden, dan is er nu nog niet genoeg aanbod. We moeten daarom langzaam en gecoördineerd in de goede richting bewegen.’

Dat vereist een grondige Europese beleidswijziging. Denkt u dat het er in zit?

‘Op dit moment is er geen enkele politicus die het taboe durft te doorbreken en eerlijk zegt dat we in de toekomst meer voor ons voedsel zullen moeten gaan betalen. Jean-Claude Juncker zou dat natuurlijk moeten doen, hij is de voorzitter van de Europese Commissie for god ’s sake. Ik begrijp niet dat de Commissie die kans laat liggen. Brussel heeft zo veel vertrouwen van burgers verloren. Zien ze nu echt niet in dat ze prioriteit moeten geven aan de dingen die mensen echt bezighouden? Waarom zet de Commissie zich niet in voor voedsel zoals ze dat heeft gedaan voor het goedkoper maken van mobiel bellen en -dataverkeer? Niets raakt burgers meer dan voedsel en milieu. Ik ben hierin als Europees burger echt teleurgesteld.’

Hoe zou de nieuwe Europese voedselpolitiek eruit moeten zien?

‘Het probleem van ons huidige Europese landbouwbeleid is dat het niet geïntegreerd is met andere terreinen zoals gezondheidszorg, arbeidsmarkt of handel. We doen in de landbouw precies het tegenovergestelde van wat je zou willen bereiken op het gebied van gezondheidszorg, werkgelegenheid of klimaat. Ons handelsbeleid vertegenwoordigt de grote agrarische bedrijven, maar staat haaks op onze visie op plattelandsontwikkeling. Zo zijn er veel gekke tegenstrijdigheden. Er is geen samenhang, het is zelfs contraproductief. En sociaal beleid ontbreekt helemaal. Je ziet nu dat arme mensen het slachtoffer zijn van ons destructieve voedselsysteem. Stop met die politiek! Het maakt mensen ziek; zij betalen de prijs met een ongezond eetpatroon, dat leidt tot obesitas, kanker en hart- en vaatziekten. Geef mensen dus meer geld zodat ze gezond eten kunnen kopen, investeer in onderwijs en informatie over gezond leven. Je moet aan alle knoppen tegelijk draaien wil je tot een nieuw duurzaam voedselsysteem komen. Feitelijk is goedkoop voedsel in de winkel nu een substituut geworden van robuust sociaal beleid.

Waarom is het zo moeilijk om het tij te keren?

‘Iedereen is bang om terrein weg te geven. Als je in Brussel met de verschillende departementen spreekt is het net alsof je met totaal verschillende overheden te maken hebt. De departementen Handel, Gezondheid, Onderwijs of Sociaal Beleid staan open voor de voedselproblematiek, maar verzetten zich nog tegen het idee dat dit iets met landbouwbeleid te maken heeft. Ze denken dat de oplossingen voor een meer duurzaam dieet vanuit de markt moeten komen. Politici kijken naar mogelijke verbeteringen, maar niet naar de maatschappelijke kosten van het niet-handelen. Als je de werkelijke kosten van klimaatverandering, broeikasemissies, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en het verlies van belastinggeld ten gunste van junkfood- of andere ongezonde bedrijven in kaart zou brengen, gaat het om astronomische bedragen. Die rekening betalen we nu indirect via de belasting.

Is gezond voedsel niet vooral een hobby voor de happy few?

‘Je moet gezond voedsel niet verwarren met biologisch voedsel. Veel van die winkels zijn duur omdat het een niche is. Je kunt heel gezond voedsel eten zonder dat het duur hoeft te zijn. Meer groente en fruit, minder vlees en vooral zelf koken in plaats van kant-en-klaarproducten halen. Maar dat vereist wel meer tijd. Gelukkig zie je nu bewegingen opkomen zoals Slow Food, en zie je dat zelf koken weer populair is. Ook is het hoopvol dat consumenten meer keuze en diversiteit verlangen en bijvoorbeeld meer lokaal geproduceerde en seizoensgebonden groenten kopen. Een nieuwe voedselpolitiek is pas levensvatbaar als die democratisch tot stand is gekomen en door burgers wordt gedragen. Je kunt dat niet van bovenaf opleggen.’

We geloofden ook dat agro-ecologie en keurmerken als FairTrade verandering van onderop konden brengen, maar dat gebeurde niet. Hoe komt dat?

‘Het aantal consumenten dat echt bereid is extra te betalen voor eerlijke handel of duurzaamheid heeft inderdaad zijn grens bereikt. Daarom zijn er nu ook politieke maatregelen nodig. Het probleem was dat overheden in ontwikkelingslanden niet in FairTrade geloofden. Zij zagen schaalvergroting en industrialisering als enige oplossing voor het voedselzekerheidsprobleem in hun land. Het lastige van ongeloof is dat je zo dus ook nooit het bewijs kunt leveren dat het helpt.

‘Bovendien zitten overheden niet op de bestuurdersstoel, dat zijn de grote voedselbedrijven. Die handelen puur uit kostenoverwegingen, investeren in duurzame oplossingen is niet in hun belang.

‘We hebben nu dus andere financiële prikkels nodig, zoals het belasten van ongezond voedsel en het subsidiëren van duurzame landbouwproductie. De prijs van ons eten in de supermarkt is misleidend, omdat we niet incalculeren wat het effect is op de leefomgeving en onze gezondheid. Uiteindelijk betalen we die schade alsnog via de belasting. Het zou veel efficiënter zijn als de prijs in de supermarkt niet langer zou liegen.’

Voedseldemocratie

De Belgische jurist Olivier De Schutter was van 2008 tot 2014 speciaal rapporteur voor het recht op voedsel voor de Verenigde Naties. In die tijd plaatste hij als eerste vraagtekens bij de moderne productie- en consumptiesystemen in de wereld die zo verwoestend zijn voor het milieu en vooral kleine boeren in ontwikkelingslanden. Na acht jaar VN trok hij de conclusie dat de logica in het wereldwijde voedselsysteem ontbrak en pleitte hij al voor een nieuw systeem op basis van democratie: de ‘voedseldemocratie’.

In 2015 zette hij het International Panel of Experts on Sustainable Food Systems (IPES FOOD) op, een denktank om een nieuw duurzaam wereldwijd voedselsysteem te ontwerpen. Met zijn panel van IPES Food verzamelde hij twee jaar lang input bij academici, politici, voedselbedrijven, boeren en burgerbewegingen voor zijn ‘Plan B’ voor Europa. Hij merkte dat ‘iedereen vanuit zijn eigen straatje schreeuwt’, maar niet naar elkaar luistert. Zijn doel is om de kloof tussen alle partijen te overbruggen en een ‘holistische’ visie voor een nieuw Europees voedsel- en landbouwbeleid te presenteren. 

Fotobijschrift:
Interview Olivier De Schutter, voormalig rapporteur voor het recht op voedsel voor de Verenigde Naties, nu voorzitter van de International Panel of Experts on Sustainable Food Systems (IPES FOOD)

Illustrator: Hans Klaverdijk
Foto: Getty

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.