ColumnLoes Reijmer

Ockje Tellegens uitbrander illustreert de institutionele onnozelheid van de VVD

null Beeld
Loes Reijmer

Wie was toch die ‘wij’ waar plaatsvervangend Kamervoorzitter Ockje Tellegen het steeds over had? Het was een prachtige ‘wij’, een ‘wij’ die zo op een houten, whitewash bordje van de Action kon:

Wij gaan hier in dit huis op een andere manier met elkaar om.

Dat is hoe wij het hier al jaren doen.

Al járen.

Er was ook een ‘u’ en die ‘u’ begon steeds priemender te klinken. ‘Ik heb ú met alle egards behandeld’, sprak ze als voorzitter. ‘Voor ú gelden geen andere regels dan voor de andere leden die hier aan tafel zitten.’

Met die ‘u’ bedoelde ze Sylvana Simons, en die ‘wij’ was een entiteit waartoe het BIJ1-Kamerlid kennelijk alleen onder strikte voorwaarden mocht behoren. Ze moest zich wat nederiger opstellen, om te beginnen. En godbetert niet zo zéúren.

In een wetgevingsoverleg had PVV-Kamerlid Harm Beertema Simons iets toegebeten, die dat intimiderend vond. Ze wilde een punt van orde maken, vroeg het woord, maar kreeg het niet van Tellegen. In plaats daarvan ontstak de voorzitter zelf in een minutenlange tirade met memorabele zinnen als ‘Het is toch geen kleuterklas hier?’ en ‘Het opvoeden van mijn vier kinderen is makkelijker dan het leiden van dit debat’, de konen bijna paars van de irritatie.

Het was, zou je optimistisch kunnen zeggen, in ieder geval een wat meer begeesterde reactie dan toen een Forum-Kamerlid onlangs met tribunalen begon te dreigen, en Tellegen niet veel verder kwam dan het verzoek toch echt ‘via de voorzitter’ te praten.

De uitval naar Simons was ongepast, maar ook illustratief. ‘Ik ben de boksbal waardoor patronen die voor veel mensen onzichtbaar zijn, worden blootgelegd’, zei de leider van BIJ1 vrijdag in een interview met NRC. Zo was het precies: het voorval liet zien waarom het zo belangrijk is dat ze in de Tweede Kamer zit.

Onbewust vinden nog altijd veel mensen dat Nederlanders van kleur een toontje lager moeten zingen. Dat ze dankbaar moeten zijn. Neem die egards waarover Tellegen zo hoog van de toren blies: Simons mocht eerder spreken in het debat, omdat ze nog naar een ander debat moest. Net als een paar Kamerleden van andere kleine fracties.

Een logische ingreep, zou je denken, het is te prijzen dat partijen met weinig zetels aan zo veel mogelijk debatten deelnemen. Maar plots deed Tellegen alsof Simons hier een uitzonderingspositie genoot, een luxepositie bovendien. En dan nog klagen óók. Divagedrag natuurlijk, niet geheel toevallig een stereotype dat vrouwen van kleur al snel aankleeft.

Verbazingwekkend is het allemaal niet. Tellegen is Kamerlid voor de VVD, een partij die op het gebied van racisme en seksisme de intellectuele lijn ‘da vinnik gewoon’ aanhoudt. Een partij waarvan de leider niet wil spreken van institutioneel racisme omdat hij ‘sociologenjargon haat’, en net iets te lang bleef volhouden dat ‘Zwarte Piet nu eenmaal zwart is’. De partij van de breeduit geëtaleerde desinteresse, kortom.

‘Jammer dat ministers niet beoordeeld worden op wat ze kunnen, maar op wat er (niet) tussen de benen hangt’, twitterden de jongeren van de JOVD vrijdagochtend in reactie op het nieuws dat de helft van de bewindslieden in het kabinet-Rutte IV vrouw zal zijn. De tweet echoot een uitspraak van Rutte van een paar jaar geleden, die toen ook al ongeïnformeerd en vooral gedateerd klonk.

Nee, dat vreselijke sociologenjargon zult u er gelukkig niet tegenkomen, maar voor institutionele onnozelheid kunt u absoluut bij de grootste partij van Nederland terecht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden