Column Peter Middendorp

O wacht, ik had wél een prijs gewonnen

Sinds enkele weken, ik vergeet het helemaal te vertellen, mag ik mezelf wel degelijk de winnaar van een prijs noemen, die van het beste Groninger boek. Zodat je kon zeggen, als je er met een welwillend oog naar keek en je hersenen stilzette tot er geen enkel woord of beeld meer in rondzweefde, dat ik niet helemaal met lege handen achterbleef.

Ik won samen met Auke Hulst, die dezelfde prijs kreeg voor zijn mooie roman over Richard Nixon, Zoeklicht op het gazon. Het was een gedeelde winst, of een dubbele. Ik ken Auke al lang, het was leuk om dit samen te vieren. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, zo dacht ik erover. Waarom gaven ze de prijs niet aan alle genomineerden?

Na afloop was er een enigszins ongemakkelijke borrel. Vooraf was er veel ‘gedoe’ geweest, zoals dat heet. Schrijvers van boeken die niet waren genomineerd, vonden dat Auke en ik het opnamen tegen de kleintjes en eigenlijk ook niet voldoende Gronings waren, en daarover hadden ze elke dag wel een boos artikel in de krant geschreven.

Bij een statafel zag ik een deel van de jury – mensen uit het vak, getooid met een bestuurlijke voorzitter. Ze was erg blij geweest met alle publiciteit, zei de voorzitter, normaal genereerde de prijs nooit zo veel publiciteit. Niet om het een of ander, zei ik, maar als ik zou mogen vragen: hebben jullie misschien een even aantal juryleden?

Dit keer, zei ze – en ze wist dat jury’s altijd hetzelfde zeggen – was het jurywerk echt heel moeilijk geweest. Hoe vaak ze ook hadden overlegd, hoe vaak ze ook bijeen waren gekomen, de boeken bleven van precies dezelfde waarde. Zelfs de buitenliteraire argumenten, die ze er ten langen leste maar bij hadden proberen te zoeken, ik wist niet welke, hadden geen soelaas geboden – ook buitenliterair hadden ze geen verschil gezien.

Ik had gehoopt op een klein geldbedrag, een boekenbon van 20 euro bijvoorbeeld, waarmee je op zijn minst nog had kunnen proberen je eigen boek van de jury terug te kopen. De winnaar was wel een kunstwerk in het vooruitzicht gesteld, maar in de praktijk bleek dat een grote, ja, levensgrote reclameposter voor de prijs en de organisatie, mooi ingelijst – klaar om, bij wijze van spreken, op te hangen.

Arnon Grunberg trok eens een cordon sanitaire om het literaire leven in Nederland, zodat het daar nog lang gezellig kon blijven. Ik wilde dat met Groningen ook wel doen, maar ja, ik woonde er, dus wie had je ermee. Rijk de Gooyer flikkerde zijn Gouden Kalf eens uit het raam van de taxi die hem na de uitreiking naar huis bracht. Ik wilde dat ook wel doen, maar mijn prijs was veel te groot, die kreeg je met geen mogelijkheid door het raam van een taxi naar buiten, bovendien was ik met de fiets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden