ColumnPeter Middendorp

O ja, dacht ik, zo klinkt fascistische taal

Ik heb in mijn werkzame leven al aardig wat mensen met fascistische ideeën gezien, in het echt en in de krant en op tv, meer dan ik vooraf had gedacht. In het begin schreef ik het iedere keer op als ik er eentje was tegengekomen, uit schrik en een enigszins onrijpe beroepsopvatting. Maar gaandeweg begon ik me steeds ongemakkelijker te voelen om het beestje bij de naam te noemen en op het laatst ben ik er mee opgehouden.

Ik was vooral bang voor de deelnemers aan het maatschappelijke debat. Als je zei: ‘Pas op, daar loopt een fascist’, begonnen ze naar je te wijzen: ‘Dat mag je niet zeggen, straks wordt hij vermoord en is het jouw schuld.’ Waarna je, terwijl de fascist zijn wandeling voortzette, in een discussie werd ­gelokt over wat dan wel een passende term zou zijn: radicaal-, extreem-, populistisch rechts?

Je mag de PVV en FvD bijvoorbeeld geen fascistische partijen noemen omdat ze democratisch zijn en geen geweld gebruiken. Maar ja, rechts geweld is overal, de diensten waarschuwen vaak genoeg, en zo heel erg ­democratisch kun je PVV en FvD ook weer niet noemen – mocht een van de twee de verkiezingen winnen met 51 procent is Baudet of Wilders zo goed als in zijn blanke eentje aan de macht.

Een van de stukjes waarmee ik afleerde mijn vingers aan rechtse elementen te branden – dit is sindsdien weer voor het eerst – ging over de juristenfaculteit in Leiden, waar hoogleraren Paul Cliteur en Afshin Ellian werken en Baudet zijn papieren kreeg. Nu was er iemand gepromoveerd op een theorie over een wereldomspannend complot van moslims en multiculturalisten, zonder dat er veel bewijs voor werd aangedragen, ook niet in een interview met journalist Wierd Duk.

In de dagen daarna tweette Duk honderd berichten over mijn schandelijke stukje, zodat zijn volgers wisten wie ze met zijn allen moesten bedreigen. Op de radio schreeuwde hij dat ik hem monddood wilde maken en dat dit daarom de jaren dertig ­waren, om een paar uur later bij deze krant op mijn ontslag aan te dringen. Ellian eiste een rectificatie en kreeg die nog ook – er klopte niets van, de rectificatie werd later ­gerectificeerd, maar intussen leek het alsof ik aan de Twitterbrigades werd gevoerd.

Het was niet leuk maar toch leed ik helemaal niet onder de censuur die ik mezelf hierna gedeeltelijk heb opgelegd, integendeel, ik knapte ervan op en leerde zwijgen waarderen als een kracht. Misschien, dacht ik, was de strijd tegen fascisme er juist wel enorm bij gebaat als zoveel mogelijk mensen, net als ik, hun mond zouden houden.

Eerlijk gezegd dacht ik er al bijna niet meer aan tot ik vorige week een FvD-filmpje zag, waarin Baudet zei: ‘(…) linkse universiteiten, dat weten we allemaal dat daar afval zit.’ O ja, dacht ik, is ook zo, zo klinkt fascistische taal, de voorbereiding op geweld. Ik verheugde me er al op om erover te zwijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden