Columnh Ibtihal Jadib

O Heer, bad ik in stilte, laat mijn zoon alstublieft een lief jongetje blijven

Ibtihal Jadib. Beeld Valentina Vos

Zo af en toe informeer ik bij mijn zusje of ze nog een leuke vent tegen het lijf is gelopen, maar ze antwoordt steevast van niet. Laatst voegde ze daar met een zucht aan toe: ‘Er bestaan gewoon geen echte mannen meer.’ Waar zijn die allemaal gebleven dan, vroeg ik haar. ‘Uitgestorven. Jongens willen tegenwoordig alleen maar rondhoppen; van de ene baan naar de andere, van het ene feestje naar het andere, van het ene meisje naar het andere.’ Ik vroeg mijn zusje wat ze eigenlijk verstond onder een ‘echte man’ en toen schetste ze een soort ridderlijke holbewoner met een verfijnd gevoel voor mode. Ik heb haar veel succes gewenst met het vinden van een schizofrene tijdreiziger.

Het archetype man bestaat natuurlijk alleen in bouquetromans, in het echte leven loopt alles kriskras door elkaar. Wel zo prettig. Al moet ik bekennen dat ik thuis geregeld vol verbazing mijn eigen gezin gadesla. Ik heb twee mannen rondlopen; mijn zoontje en diens vader. De een is soms wat moeilijker te handhaven dan de ander – u mag zelf raden welke van de twee dat is – maar alles bij elkaar zijn ze een grote aanwinst. Het gekke is alleen dat ik het ene cliché na de andere voorbij zie komen. Mijn zoontje is bijvoorbeeld bezeten van alles wat bromt en wielen heeft, zit de godganse dag in z’n kruis te graaien en heeft sinds kort ontdekt dat hij het grappig vindt om harde boeren te laten. Hij kondigt ze ook altijd aan, om er zeker van te zijn dat niemand zijn prestatie mist. Hoe is het mogelijk dat die slechte humor er nu al inzit? Ondertussen loopt mijn dochter steevast heen en weer te wiegen met een knuffel in d’r romper gepropt die gevoerd moet worden met flesjes en speentjes. Ik begrijp er niks van want ik heb nergens beleid op gevoerd. Mijn houding laat zich het beste kenmerken door onverschilligheid; als zij het maar leuk genoeg vinden om mij met rust te laten, interesseert het mij geen stuiver wat ze doen.

En zo kwam het dat ik de afgelopen maand zowel langs het rugbyveld stond als in de kleedkamer van de balletschool. Mijn zoontje vond beide proeflessen leuk, ik keek vertederd toe. Toen hij tijdens de balletles liefelijk ronddartelde, dacht ik opgelucht dat zijn liefde voor filmpjes van Nascar-ongelukken toch niet zorgwekkend hoeft te zijn. Na de dansles huppelde hij blij over de stoep terug naar huis, waarop ik hem vroeg wat hij het leukste had gevonden van ballet. ‘Dat ik van al die meisjes hun hand mocht vasthouden.’ En ik maar denken dat hij het dansen zo leuk vond. O Heer, bad ik in stilte, laat mijn zoon alstublieft een lief jongetje blijven.

Een paar dagen later waren we op een kinderfeest waar een schminkmevrouw alle snuitjes vrolijk beschilderde. Mijn kroost keek met grote ogen naar de reeds geverfde kindjes, het was lastig kiezen. Toen mijn zoon aan de beurt was vroeg de schminkdame: ‘En, wat wil jij worden? Een dino? Batman? Of liever een zombie?’ Zonder aarzeling antwoordde hij: ‘Ik wil een vlinder zijn.’ Zijn zusje koos even later voor de beschildering van een zwarte kever.

Toch fijn, om een beetje van die clichés weg te blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden