Essay Generatiestrijd

Nu weten babyboomers ook eens hoe het voelt om afgeserveerd te worden

Beeld Rhonald Blommestijn

Het is wel erg makkelijk om alles wat er nu mis is aan de babyboomers te wijten. Toch kan net-niet-boomer Sander van Walsum enig leedvermaak niet onderdrukken. 

Enig leedvermaak kwam wel in mij op als de babyboomers in 2019 weer eens werden weggezet als een parasiterende, zelfgenoegzame en opportunistische generatie die de grote problemen van deze tijd heeft miskend dan wel (mede) veroorzaakt. Of was het masochisme? Ik – geboren in september 1957 – behoor volgens de strikte definitie weliswaar niet tot de vermaledijde babyboomers (de voortbrengselen van de geboortegolf tussen 1945 en 1955), maar ik zat er wel heel dicht tegenaan en ben tussen hen opgegroeid. Bovendien ben ik onderdeel van de vergrijzing die de jongeren van nu moeten bekostigen. Hun badinerende ‘OK boomer’ heeft dus wel degelijk betrekking op mij.

Maar ik heb me er – tot mijn opluchting, moet ik zeggen – geen moment door gekwetst gevoeld. Integendeel, ik had het gevoel dat de babyboomers eindelijk eens een koekje van eigen deeg kregen. Wellicht te laat om nog een louterend effect te hebben op de ontvangers; in de meeste reacties klinkt vooral verongelijktheid door. En babyboomers – exponenten van de nuance en de redelijkheid, nietwaar? – maken steevast bezwaar tegen de generalisaties waarvan hun critici zich bedienen. Op zichzelf terecht, want generaties zijn – net als cohorten – sociologische abstracties voor groepen met een grote karakterologische en levensbeschouwelijke diversiteit. Dit laat onverlet dat een mens in belangrijke mate wordt gevormd door de tijd waarin hij opgroeit.

Voor de babyboomers betekende dit dat zij goeddeels waren gevrijwaard van de materiële zorgen die hun ouders en grootouders nog hadden gekweld. In een context van vrede en toenemende welvaart konden zij zich de luxe veroorloven te opponeren tegen oorlogen en dictaturen op andere continenten en tegen machthebbers in eigen land die zich minder ideologisch bevlogen toonden dan de babyboomers – die zich onweersproken het etiket ‘protestgeneratie’ lieten opplakken.

Hun bezwaar tegen de machthebbers – suggestief ‘regenten’ genoemd – was niet dat zij zichzelf verrijkten of de democratische rechtsstaat verkrachtten, maar dat zij hun werk deden. Zij belichaamden een status quo die hoe dan ook moest worden bevochten. Natuurlijk ging het daarbij ook om de positie van de vrouw – die door de wetgever nog tot diep in de jaren vijftig als ‘handelingsonbekwaam’ werd aangemerkt – en om mensen die door de heteroseksuele orde werden buitengesloten. Maar het was de protestgeneratie niet louter te doen om emancipatie van achtergestelde groepen. Hun revolutionaire ijver was gericht tegen de oudere generaties an sich en tegen alles waarvoor die generaties zouden staan.

‘Democratisering’ van het onderwijs

Zo moest aan de Universiteit van Amsterdam de studie ondergeschikt worden gemaakt aan ‘de doelstelling om het kapitalisme op te heffen’. Het gelijkheidsideaal dat progressieve studenten zeiden voor te staan, bracht ‘een hardhandige omverwerping van bestaande structuren’ met zich mee. Het wetenschappelijk personeel werd gesommeerd aan dit nobele streven mee te werken. Het werd geacht aandacht te besteden ‘aan belangrijke zaken als het neokolonialisme en de woningnood’, schreef de vorig jaar overleden journalist Max van Weezel, die in 1969 politieke en sociale wetenschappen ging studeren in Amsterdam. ‘Actiegroepen vergaderden tot diep in de nacht over de vraag hoe hoorcolleges konden worden verstoord. Ze wilden mee kunnen praten over de lesstof. Konden de boeken van Amerikaanse auteurs als Robert A. Dahl niet beter worden vervangen door de werken van Marx, Engels, Lenin en Mao?’ De eisers pretendeerden niet eens namens de meerderheid van de studenten te spreken, maar hadden genoeg aan het eigen ideologische gelijk.

Oudere hoogleraren werden op die manier tot een vervroegde pensionering gedwongen, ongeacht hun staat van dienst. Hoogleraren die niet wilden meewerken aan de politisering van het onderwijs, zoals de politicoloog Hans Daudt, werden het doelwit van protestacties en treiterpraktijken waartegen het hedendaagse ‘OK boomer’ nogal liefjes afsteekt. En ze kregen hoegenaamd geen steun van hun bazen of van de verantwoordelijke bewindslieden. Die waren, schreef Daudts collega-hoogleraar Hans Daalder naderhand, te beducht om ‘in conflict te raken met degenen die het aura van de democratisering als dekmantel droegen voor strevingen die met de waarden van democratie of wetenschap weinig van doen hadden’.

Daudt, een imponerende verschijning met een bruine judoband, bond de strijd aan met zijn belagers. Hij ging in staking en bevocht – na een uitputtende rechtsgang – zijn gelijk. ‘Omdat Daudt de jongerejaars geen college meer gaf, kregen we van het kabinet-Den Uyl onze studiepunten gratis en voor niets toegekend’, schreef Max van Weezel in Vrij Nederland. ‘Dat gaf lekker veel tijd om pamfletten te schrijven en spandoeken te schilderen. Alleen bijvakken hoefden we te volgen, meestal bij docenten die wel achter de verlangens van de studenten stonden. Met meerderheid van stemmen besloten we het college sociologie van de vroege ochtend naar de late avond te verplaatsen. Van de Oudemanhuispoort naar de woning van de docent. Wij zorgden voor hasj, hij voor rode wijn. Het onderwerp: de rol van de arbeidersklasse in de songteksten van John Lennon. Aan het eind van het semester gaven we onszelf collectief een acht.’

Ludieke generatie

Aan dit soort ervaringen ontlenen veel babyboomers wellicht hun zelfbeeld als een vrolijke, speelse (‘ludieke’) generatie. Maar achter anekdoten als die van Max van Weezel ging veel leed schuil voor de mensen die aan de zogenaamde democratisering van de universiteit werden opgeofferd. Om nog maar te zwijgen over het verlies aan onderwijskwaliteit die het gevolg was van al die ludieke acties. Van Weezel, die zichzelf meer als meeloper dan als initiator zag van deze revolutionaire activiteiten, moest naderhand – met spijt – erkennen dat hij in de jaren zeventig werd gedragen door ‘de golven van een even idealistische als onverdraagzame tijdgeest’. Het gros van zijn vroegere medestanders heeft zelfs dit schuchtere mea culpa niet over de lippen kunnen krijgen.

Ikzelf zat nog op de middelbare school in een bosrijke Utrechtse gemeente, toen aan de universiteiten de oude garde liefdeloos werd afgeserveerd. Die ontwikkeling ging niet onopgemerkt aan mijn school voorbij, getuige het grote aantal klasgenoten dat zich al in de derde klas stellig had voorgenomenpoliticologie te gaan studeren in Amsterdam en de acties op school waarmee zij zich hiervoor warmdraaiden. Zo eiste een ‘comité ter oprichting van een onafhankelijke leerlingenvakbond’ het recht op om nauw te worden betrokken bij de benoeming en het ontslag van docenten en bij een modernisering van het curriculum – waarin de progressieve tijdgeest te weinig zou doorklinken. Leerlingen die deze doelstellingen geen staking waard achtten, zoals ik, werden zonder omhaal in het kamp van de reactie – of erger – geschaard. Strijdbare babyboomers waren maar zelden aardig.

In de geest van Den Uyls adagium ‘hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit’ werd de democratisering van de school verbonden met mondiale thema’s als (neo)kolonialisme en apartheid. Dit bracht met zich mee dat tijdens schoolpauzes, die sjekkies rokend werden afgewerkt, zorgelijk werd gesproken over het kolonelsbewind in Griekenland en over de dictatuur van Pinochet in Chili. Bij het dauwtrappen op de vroege ochtend van Hemelvaartsdag kwamen onderwerpen ter sprake als de wenselijkheid van de middenschool – het lievelingsproject van onderwijsminister Jos van Kemenade (PvdA) – en de onwenselijkheid van het Nederlandse lidmaatschap van de Navo. In de optrekkende ochtendnevel werd misnoegen geuit over het Portugese bestuur in Angola en Mozambique.

Het was niet de bedoeling dat hierover, of over andere relevante thema’s, lacherig werd gedaan. Want lachen, dat deed je uitsluitend om ouders die bang waren dat softdrugsgebruik tot harddrugsgebruik zou kunnen leiden, en om de rector – een toegewijde man in driedelig pak die de namen van alle leerlingen op school uit het hoofd kende – die maar niet wilde begrijpen dat hij een anachronisme was.

Oprecht betrokken?

Zo’n wandeling te midden van sociaal en politiek bewogen babyboomers riep bij mij – behalve het voornemen om voortaan af te zien van deelname aan het dauwtrappen – de oneerbiedige vraag op of al die zorgen over gebeurtenissen in verre windstreken wel oprecht waren. Om de een of andere reden twijfelde ik daaraan. Ikzelf, een gemotiveerd krantenlezer, voelde althans nog geen fractie van het engagement waarvan mijn mede-recreanten zo nadrukkelijk blijk gaven. Maar hun suggestie van betrokkenheid bij het lot van de mensheid verplichtte hen persoonlijk tot niets.

Als hun maatschappelijke engagement destijds al oprecht en doorvoeld was, raakten veel babyboomers in mijn omgeving het in de loop der jaren wel kwijt. Sommigen zagen bij de nadering van het eindexamen toch maar af van die studie politicologie in Amsterdam en gingen rechten studeren in Utrecht – waar zij ook nog eens lid werden van het corps. Anderen verschenen in grote auto’s die we nu SUV’s zouden noemen op schoolreünies. Dat waren vaak degenen die, soms via een tussenstop in de politiek, carrière maakten in het bedrijfsleven. Vast met eerbare bedoelingen. Maar om de een of andere reden associeer ik de weg die veel babyboomers hebben afgelegd meer met opportunisme dan met voortschrijdend inzicht.

Gerelateerd aan haar idealen en pretenties van vroeger is de protestgeneratie niet erg succesvol geweest. Tijdens hun mars door de instituties is de persoonlijke vrijheid van burgers ontegenzeglijk toegenomen. Maar de toename van die vrijheid heeft ook geresulteerd in een openbare ruimte waarvoor niemand zich nog verantwoordelijk voelt. In onwil van burgers om elkaar op hun gedrag aan te spreken – de door babyboomers verafschuwde ‘sociale controle’ – of om elkaars corrigerende uitspraken te aanvaarden. In een levensbedreigende orgie van vrijheid, blijheid tijdens de jaarwisseling. Vrijheid zonder het vermogen zichzelf en elkaar te beteugelen, dreigt zich tot een zelfvernietigend monster te ontwikkelen. En de babyboomers hebben het allemaal laten gebeuren.

Beeld Rhonald Blommestijn

Volmaakt tevreden

Toch was geen generatie voor of na hen zo tevreden met zichzelf. Babyboomers nemen andere generaties dan ook graag de maat. Zij ontleenden ongeveer hun identiteit aan het conflict met de generatie van hun ouders, die niet zozeer werd geassocieerd met de doorstane ellende van crisis en oorlog, maar met de ‘spruitjesmoraal’ van de jaren vijftig. En ze willen nogal eens schamperen over de gepamperde ‘achterbankgeneratie’, de ‘patatgeneratie’ of de ‘grenzenloze generatie’ die het zou ontbreken aan de rebelsheid waarop babyboomers zich nog steeds laten voorstaan.

Zij kunnen het slecht verdragen dat de jongere generaties zich nu van hen afwenden. Want ook in babyboomers bleken regenten te huizen die hun zaakjes onderling wel regelden. En tijdens hun bewind zijn de problemen ontstaan waaraan de jongeren van nu het hoofd moeten bieden. Zoals de kinderen van de Tweede Wereldoorlog hun ouders verweten dat zij hen niet voor de Duitse bezetting hadden behoed, zo stellen de jongeren van nu de babyboomers – op zijn minst ten dele – verantwoordelijk voor de klimaatcrisis, de 24-uurseconomie, de problemen in het onderwijs en de zorg en de onvolkomenheden van de multiculturele samenleving. Daarmee wordt miskend dat een maatschappij – ook die van de babyboomers – slechts tot op zekere hoogte maakbaar is. Hun nalatenschap is niet geheel van eigen makelij. Maar de babyboomgeneratie heeft evenmin tijdig en adequaat gereageerd op de voortekenen van crises die zich nu openbaren. Dat verwijt mag de machthebbers van de laatste decennia wel degelijk worden gemaakt – of je hen nu babyboomers noemt of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden