VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Amersfoort

Nu we onszelf zo teleurstellen: daar is een woordenboek voor

Ons zelfbeeld is geknakt, veel Nederlanders vinden het gênant dat we (‘wij!’) aan kop gaan bij de coronabesmettingscijfers. Wij zijn nu eenmaal exceptioneel efficiënt en gewoon een waanzinnig gaaf land.

Inmiddels bevinden we ons dus in de fase zelfkastijding. De eerste externe deskundige, Ben Coates, heeft de Nederlandse arrogantie in de Volkskrant al breeduit mogen duiden. Niet toevallig een geboren Brit: de Engelse taal is al eeuwen vergeven van de clichés waarin de ‘Dutch’ er slecht op staan.

Taaljournalist Gaston Dorren heeft toevallig net ruim vijfhonderd van die woorden en uitdrukkingen verzameld in zijn boek De Dutchionary, een woordenboek van al wat Dutch is. Ruim een kwart bestaat uit onaardige kwalificaties. Dus laten we ons daar voor de nodige zelfrelativering nog eens in spiegelen, nu we ons tot aan de nek ‘up the Dutch shit’ bevinden: hedendaags Nieuw-Zeelands voor ‘in ernstige problemen’ (en kijk trouwens eens hoe ze corona dáár hebben uitgebannen).

De DutchionaryBeeld Margriet Oostveen

Hoe is het zo gekomen met ons en het virus? Omdat wij ‘I.D.B.’s’ zijn, ‘ignorant Dutch bastards’? Zo heetten sukkels in de jaren twintig in Londen, en dat is nog de vriendelijke uitdrukking, zie ‘damned Dutchman’.

Gaston Dorren schreef al een paar bestsellers over talen, maar dat er zóveel rotwoorden met ‘Dutch’ bestaan ‘kwam toch als een verrassing’.

Zelf woonde ik in Washington en zes jaar in die diplomatenstad is ruim voldoende om voor altijd vast te stellen dat we er internationaal niet zo florissant op staan als we vaak denken. Voor Amerikanen is een Nederlander eerder een mug dan de muis die naast de olifant loopt mee te stampen. Amerikanen vinden ons zelfbewustzijn dus tamelijk grappig en ‘surprising’, want de meesten zijn ook nog wellevender dan wij.

Gaston Dorren weet nog goed wanneer zijn eigen zelfbeeld als Nederlander er een beetje aan ging. In de jaren tachtig was dat, hij studeerde ontwikkelingsstudies en was in Peru om ‘de derde wereld te helpen’, zo noemden Nederlanders dat nog ongegeneerd in die tijd.

Het eerste dat Gaston daar opviel was dat niemand het in Peru speciaal interessant vond dat hij een Nederlander was, men beschouwde hem als Europeaan. Bovendien bleken veel Peruanen met een béétje geld nogal racistische en seksistische praatjes te hebben. Daar kon de jonge Gaston niets mee, gezien onze hoogstaande Nederlandse opvattingen. Het knakte zijn carrière in het ontwikkelingswerk nog voordat die begonnen was.

Gaston Dorren.

Wat onze breed uitgedragen moraal betreft is een zeer pijnlijke sleutelterm in De Dutchionary de ‘Dutch paradox’. Voor het eerst gebruikt door Nederlandse historici, voor de meer dan effectieve Jodenvervolging in Nederland: vijfenzeventig procent van alle Joodse Nederlanders vermoord, het hoogste percentage in West- en Noord-Europa, terwijl we hier nog wel zo van opvatting waren ‘tolerant’ en niet antisemitisch te zijn. De ‘Dutch Paradox’ is internationaal intussen zo bekend, dat de term nu ook staat voor de algemene constatering dat Nederland minder veilig en aangenaam is voor minderheden dan we zelf vaak aannemen: Hallo, vluchtelingen. (En ben je oud, dan ben je voor sommige Nederlanders dor hout, zou je hier sinds corona aan kunnen toevoegen.)

Overigens werden met veel termen uit De Dutchionary aanvankelijk niet eens Nederlanders bedoeld, legt Gaston Dorren uit. Wel met de woorden ontstaan in de zeventiende en achttiende eeuw, die hebben we aan de concurrentie om de koloniën met de Engelsen te danken. Maar in de negentiende eeuw kwam daar via het Amerikaans nog een lading onaardige woorden bij: die gingen oorspronkelijk over de miljoenen Duitse immigranten die het land toen overspoelden. ‘Deutsch’ werd gemakshalve ‘Dutch’ genoemd.

‘Dutch Courage’: dronkemansmoed. En later gewoon sterke drank.

Kunnen wij niets aan doen. Maar intussen denkt een Amerikaan bij termen waar ‘Dutch’ in voorkomt tóch aan Nederlanders, en zelden aan Duitsers. Waarom? Omdat we ons ernaar hebben gedragen, valt te vrezen.

Dat krijg je van al dat ‘talking like a Dutch Uncle’, ofwel ongezouten onze mening geven. En dat we ons zo moeizaam aan de coronaregels houden komt ongetwijfeld ook door ons talent voor ‘Dutching’: het door de mazen van de regelgeving glippen. Een hartstochtelijk twistgesprek over een kwestie die dat niet waard is, zie ons eindeloze gebakkelei over mondkapjes, werd in de negentiende eeuw in Engeland overigens al een ‘Dutch Row’ of ‘Dutch parliament’ genoemd.

Ja, als we hier nog eens uitkomen, dan misschien alleen nog met domme mazzel. Heeft het Engels ook een leuke term voor: ‘Dutch luck’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden