Nu is het tijd om de echte winnaar van woensdag uitbundig te prijzen: het referendum

Nu woensdagavond ook de grootste kneuzen bij nadere analyse gewonnen blijken te hebben ten opzichte van de verwachtingen, ten opzichte van vierenhalve verkiezing geleden, ten opzichte van de nul, of ten opzichte van een nog grotere sukkel die nog minder kreeg.

Nu we van Alexander Pechtold hebben geleerd dat je een kwart van je lokale zetels kunt verliezen en toch kunt proberen de mensen wijs te maken dat je 'zilver' hebt behaald, en 'een podiumplaats'.

Nu we van Lilian Marijnissen hebben geleerd dat je tegenvallers ook opgewekt kunt benaderen met de constatering dat 'we het goed doen in gemeenten die heel belangrijk voor ons zijn'.

Nu is het tijd om de echte winnaar van woensdag uitbundig te prijzen: het referendum. Want het was wederom een prima referendum.

De opkomst was uitstekend (ook in oorden zonder gemeenteraadsverkiezing, waar alleen over de Wiv kon worden gestemd, werd doorgaans de vereiste 30 procent opkomst gehaald).

De peilers zaten er ouderwets naast, wat een extra feestelijk tintje aan de uitslagenavond gaf (60 procent vóór hadden ze vorige week nog gepeild, 49 procent tegen versus 47 voor werd het). In Weert, de nieuwe graadmeter voor alles zo leerde ik woensdagavond, wonnen - dat is gek - overigens de voorstanders van de sleepwet.

De ja-campagne van het regeringskamp was ouderwets waardeloos (dit keer vormde het pedante optreden van Sybrand Buma in het laatste tv-debatje over deze kwestie het absolute nulpunt, op de hielen gevolgd door Mark 'ga toch kantklossen' Rutte).

De tegen-campagne was een ouderwetse lappendeken van hysterie, prettige nuance en uitstekende informatie. (Na de aansporing tot kantklossen kwam bij mij de krankzinnige gedachte op dat Mark Rutte misschien in het geniep óók in het tegenkamp zat.)

Het referendum liet zien dat het van ons allemaal is. De nee-stemmers bleken ditmaal tot andere groepen te horen dan de nee-stemmers van het vorige referendum: meer vrouwen dan mannen, meer jongeren dan ouderen, meer hoger opgeleiden dan lager opgeleiden en meer mensen uit de grote steden én uit het noorden van het land.

Boze witte mannen van zekere leeftijd, bakfietsmoeders, kosmopolieten, studenten, arbeiders, links of rechts: beurtelings grijpen ze de kans om ergens 'neen' tegen te zeggen en te verzoeken tot aanpassingen. Doorgaans ordelijk, goed beargumenteerd en redelijk geïnformeerd.

Er zijn mensen die vinden dat referenda 'niet over complexe dingen' moeten gaan zoals wetten die je helemaal moet lezen om een verantwoorde keus te kunnen maken, maar over lantaarnpalen. Een flutargument: er is weinig ingewikkelders dan partijen kiezen die een regering mogen samenstellen en een premier mogen leveren; men moet er doorrekeningen van het CPB voor lezen en inschattingen kunnen maken van de invloed van coalitievorming op de besluitvorming. Toch wordt dat zelden als argument aangevoerd om dan maar de verkiezingen af te schaffen. (Overigens, ook nadenken over lantaarnpalen - of over een hekje, ik noem maar wat - kan buitengewoon complex zijn.)

Het referendum had een prachtige toekomst tegemoet kunnen gaan, als democratisch instrument van ons allemaal, als overbrugger van kloven, als extra feestje. Maar ze zijn bang voor ons. Ze willen dat we gaan kantklossen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.