Column Sander Donkers

Nu heet het ‘ginger’, vroeger was je een vuurtoren en zwaar de lul

Sander Donkers Beeld Berto Martinez

Zaterdagochtend in de Gamma, humeur als een donderwolk, op zoek naar een pieletje dat op het afgebroken palletje past, quod natuurlijk non te vinden. Hulptroepen ingeschakeld in de vorm van een middelbaar brok tegenzin met van die smalle rooie bullterriër-oogjes. Padje 26 zegt-ie, ik zeg: was ik al vriend, meelopen en zoeken nou, of ik verbouw die hele hut van je. Ja ja, driftige Donkie in de bocht − in elk geval in z’n gedachten. Ik kijk ’m nog es recht in z’n lelijke bakkes en mijn hart schiet in galop:

Want het is verdomme Frenkie.

Van de ochtendbeuk.

Sta mij toe u even mee te nemen naar het jaar 1977, toen ik nog jong en fruitig was, maar vooral heel erg roodharig. Mijn dochter noemt zo iemand nu bewonderend een ‘ginger’, maar toen was je een vuurtoren en zwaar de lul. Gek eigenlijk. Zou het kunnen dat Frenkie indertijd, als ontiegelijke klootzak zijnde, gewoon bar weinig opties had? Op een handvol Surinaamse kinderen na was onze lagere school een compleet witte bedoening, van homo’s hadden we nog nooit gehoord. Waar moest Frenkie met zijn wreedheid heen als niemand ‘anders’ was? Nou, naar die wortelkop dus. Die ook nog eens sproeten had – een combinatie waarmee je er eigenlijk wel een beetje om vroeg. Zeker bij Frenkie.

Minstens een jaar lang stond hij elke ochtend tegen de deurpost van de school geleund, om als ik aankwam treiterig te informeren of ik de ‘ochtendbeuk’ al had gehad. Frenkie, zo werd er gefluisterd, zat op de mysterieuze vechtsport chakuriki. Een killer was het. Van 12. Steeds vroeger naar school gaan hielp niet, het leek wel alsof hij de hele nacht de wacht hield. Dacht ik slim te zijn door zijn vraag met ja te beantwoorden, dan voerde hij een tergend toneelstukje op − ‘O, ja? Wat raar, kan ik me niets van herinneren’ – waarna ik ’m alsnog kreeg, de ochtendbeuk, keihard in de maagstreek. Dus schudde ik maar zwijgend van nee en zette me schrap. De vernedering voelde ik de rest van de dag in mijn nek gloeien.

Nu leidt Frenkie me naar het sanitair, waar hij onnozel in een bak met pvc-knietjes begint te graaien. Wraakzucht zet al mijn zintuigen op scherp. Koud opdienen schijnt het best te zijn. Opwachten, naar huis volgen, snood plan smeden. Dat-ie eerst de angst gaat voelen. Maar het idee om ’m hier en nu met z’n kop in die afgeprijsde toiletpot te douwen, is te aanlokkelijk. Ik tel af. Tien, negen, acht…

Dan steekt opeens een slungel in hetzelfde Gamma-uniform als Frenkie zijn hoofd om de hoek. ‘Ruud,’ zegt-ie. ‘Ruudje! Kom effe naar de verhuur. Die vent van die vlakschuurmachine is er.’ Door de waas voor mijn ogen heen zie ik dat Frenkie een naambordje draagt waar geen ‘Frenkie’ op staat. Ik hoor hem een verontschuldiging mompelen, waarna hij langzaam uit beeld verdwijnt.

Lief Opperwezen, hier sta ik, op zaterdagochtend, in padje 26, volledig opgepompt, klaar om een jong zeehondje de kop af te bijten. Wat is toch Uw bedoeling met dit alles?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.