Column Sylvia Witteman

Nu gingen we het beleven, het gezeur over een ‘onschuldig kinderfeest’

De drukke bakkerskraam op de markt had opeens zo’n apparaat waaruit je een nummertje moet trekken. Voorheen hielden de klanten in harmonie zelf bij wie er aan de beurt was, met voorrang voor beverige oudjes die alleen een onsje bokkenpootjes kwamen halen.

Men dromde verontrust samen rond het nieuwe apparaat. ‘Erg wennen’ en ‘nergens voor nodig’ hoorde ik mopperen; ‘het lijkt zo wel langer te duren dan anders’ vond een dik meisje, waarna een vrouw met een boodschappentas vol prei meende: ‘Nou, je weet gewoon niet meer waar je aan toe bent.’

Ik had zojuist nummer 114 getrokken en de dames achter de toonbank riepen 93 om. 21 klanten voor me. ‘Nou, dan ga ik intussen even naar de kaasboer’, sprak ik overmoedig. Mijn voornemen leidde tot consternatie. ‘Ik zou het niet doen meid’, zei de preivrouw met grote schrikogen. ‘Er was net ook zo’n meisje tussendoor weggelopen, naar de visboer. Maar daar was het ook druk. En toen ze terugkwam, was haar beurt voorbij. We hebben haar ertussen gelaten, voor deze keer. Maar we kunnen niet aan de gang blíjven, hè? Nee, ’t is erg wennen...’

Ik bleef maar staan. De bakkersmeisjes stonden met hun zessen achter de toonbank, dus het schoot behoorlijk op. ‘107? wie heeft 107?’, riep een van hen juist. ‘Niemand 107?’ De preivrouw foeterde: ‘Zie je wel, weer zo’n wegloper...’, toen een jonge vader met een baby in een draagzak zijn hand opstak en lachte: ‘Hier! Sorry, ik stond te dromen...’

Een wolk van medeleven steeg op. ‘Ach gos, arme jongen, doodmoe natuurlijk, ja, zo’n kleintje, gebroken nachten, heftig hè? Pas op, hij verliest een sokje! Waar is z’n moeder? En dan zetten ze hier ook nog zo’n nieuw apparaat neer waar niemand op zit te wachten, érg wennen en nergens voor nodig, toch? ... O, kijk!’

Er kwam een fraai uitgedoste Sinterklaas de markt op schrijden, temidden van zes à acht pieten. De pieten waren niet zwart, maar een beetje smoezelig, zogeheten roetveegpieten. Ik zette me schrap. Nu gingen we het beleven, het gezeur over een ‘onschuldig kinderfeest’ dat ‘verpest’ werd door ‘een handvol herrieschoppers’. Wat moest ik doen? Laf luisteren, tegenwerpingen maken, weglopen? Zonder krentenbollen en een halfje allinson?

Maar er gebeurde niets. Ja, lachen, zwaaien, zingen, pepernoten. Geen onvertogen woord. Voor ik het wist waren de pieten alweer voorbij getrokken. Met open mond keek ik ze na. ‘Niemand 114?’, riep het bakkersmeisje schel. De preivrouw gaf me een por. ‘Echt erg wennen hè?’, zei ze misprijzend.

Maar dat ging nog steeds over het nieuwe apparaat. En ook dat zou gauw genoeg wennen, want alles went. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden