ColumnErdal Balci

Nu de wereld in opstand is gekomen tegen racisme, maak ik me meer zorgen dan ooit

De Aardappeleters van Vincent van Gogh is belangrijk voor mij omdat bij ons in het dorp in Turkije de kou en de vorst niet zelden een streep trokken door de schamele aardappeloogst. Als kind zag ik in ieder gezicht de contouren van de angst voor de honger en het schilderij is voor mij niets anders dan de optekening van het afscheid van de angst voor honger.

In deze meest verhitte dagen van het racismedebat keek ik nog een keer naar De Aardappeleters. Daarna bracht ik mijn zoontje naar bed en kuste hem met de hoop dat mijn angsten niet zullen uitkomen en dat hij niet verteerd gaat worden in een wereld waar de mens gerangschikt wordt naar huidskleur en stam.

Voor de duidelijkheid; ik kan het de oermens niet kwalijk nemen dat die zich terugtrok in stammen. Zo stond die sterker tegen indringers en was het risico op honger lijden kleiner. Maar in de ban van zijn angsten is de mens door de miljoenen jaren heen uiteindelijk veranderd in een gevangenisbouwer die hoge muren om zich heen heeft gezet en toch niet af weet te komen van zijn angsten.

Het licht van de gaslamp dat Van Gogh op De Aardappeleters laat schijnen is het licht van de hoop. Licht dat op de knol schijnt die, nadat die vanuit Zuid-Amerika naar Europa werd gebracht, een einde heeft gemaakt aan de eeuwenoude honger. Zoals een baby uit de moederbuik komt, zo liggen de aardappels met de rook van hun warmte en de kleur van hun blijde boodschap op de tafel.

Aardappeloogsten mislukten bij ons in het dorp vaker dan een boer geestelijk aankan. In de donkere, koude kamers van mijn kindertijd in Turkije hoorde ik de mannen vertellen dat een Koerdische man met zijn gezin in het dorp was komen wonen. Iedere avond ging het over de enige Koerden in het dorp en hoe ze die man het leven onmogelijk maakten. Bange vrouwen moedigden de mannen aan om door te gaan met de pesterijen. De honden roken de lucht van fascisme, pasten zich aan aan hun bazen en gingen de hond van de Koerden te lijf.

Het grommen van die honden was het angstaanjagendste geluid van fascisme dat ik in mijn leven heb gehoord. Op een dag vertrok het Koerdische gezin uit het dorp, met de bruine herdershond aan hun zijde die elders zijn wonden mocht gaan likken.

Later groeide ik in de Utrechtse straten uit tot lotgenoot van de hond van de Koerden in ons dorp. Zoals het dier zijn wonden likte, zo likte ook ik mijn wonden na iedere discriminatoire aanval op mijn persoon. Ik werd door een Nederlandse jongen zomaar aangevallen, moest klappen incasseren en kon niet terugslaan omdat de vader van de jongen naast ons stond te grijnzen. Talloze keren werd ik bij de deur van de disco’s geweigerd. Een keer hield een skinhead een pistool tegen mijn hoofd. Marokkanen bij het voetbalplein stortten zich op mij omdat ik weigerde Joden uit te schelden. De hoofdredacteur van de eerste krant waar ik stage liep had zo’n hekel aan mijn aanwezigheid dat ik maar thuisbleef.

Nu trilt de wereld de laatste weken op zijn grondvesten omdat mensen in opstand komen tegen racisme. En ik maak mij meer zorgen dan ooit. Want, de mensen van kleur en de witte mensen, die weliswaar over elkaar tuimelen om gratuite steunbetuigingen te doen maar nooit de minste concessie zullen doen op hun mooie banen en hun prachtige functies, grijpen dit moment aan om een wereldorde van stammen te stichten. Hun belevingswereld staat in het teken van hun obsessie voor huidskleur en afkomst. Ik zie blanke mensen de voeten kussen van de zwarten. Musea leveren een bijdrage aan dit ‘pigmentisme’ en laten weten kunstwerken te zullen selecteren op de huidskleur van de makers.

Ik ben zelf door zware tijden van racisme en discriminatie gegaan, heb desondanks mijn geestelijke gezondheid weten te behouden en weet dat een racismevrije samenleving alleen in dit welvarende, ontwikkelde continent gerealiseerd kan worden. Een racismevrije samenleving welteverstaan, waar de culturen uit andere delen van de wereld geen vrij spel krijgen om de nieuwe generaties academisch en mentaal uit de invloedssfeer van de westerse moderniteit te houden.

Koesterde ik ijdele hoop? Zijn we nu terug bij af? Worden mijn kinderen net als de Koerden in ons dorp uit buurten verjaagd omdat ze door hun afkomst en huidskleur in de ‘verkeerde’ wijken wonen? Valt de mensheid uiteindelijk ten prooi aan haar oeroude angsten? Is het licht boven de aardappels gedoofd? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden