ColumnEva Hoeke

Nu de schilders terug waren voor het buitenwerk ontwaakte in mij de gastvrouw

De schilders waren er weer.

De zelfverklaarde Dikke en de Dunne, de één met een Utrechts accent en een Cash-tatoeage in zijn nek (‘Van Johnny was er maar één’), de ander met huskyblauwe ogen en een weerbarstig gebit. Aardige gozers, vakbekwaam en goedgeluimd, de vorige keer hadden ze ons twee weken lang getrakteerd op schitterende verhalen, de een nog sterker dan de ander. Nu ze terug waren om de buitenboel te doen, ontwaakte in mij, eenzame zzp’er, dadelijk de rol van gastvrouw.

‘Gezellig jongens’, zei ik terwijl ik koffie voor ze had neergezet. ‘Eindelijk aanspraak.’

‘Ik zit in dezelfde situatie’, zei de Dikke. ‘Ik weet niet eens wie mijn kist straks dragen moet. Dat ken hij moeilijk in z’n eentje doen.’

Hij wees naar de Dunne, maar die keek naar buiten en constateerde: ‘Het trekt helemaal dicht.’

Tweede bedrijf, de Man trad binnen. Hij viste een flesje uit zijn tas en spoot iets op zijn hals. De Dikke: ‘Niet schoon, wel lekker fris. Zeg, hoe oud is die kleine nou, van jullie? Vorige keer was ze nog maar zo.’ Hij hield zijn hand op drie turven hoog, pakte zijn telefoon en liet een filmpje zien van Robin van Persie die een gehandicapt jongetje helpt met zijn spreekbeurt over Robin van Persie. ‘Nu ik zelf kinderen heb, begin ik meteen te janken bij dit soort dingen’, zei hij teder. ‘Sowieso denk ik er nu pas aan wat ik mijn eigen moeder eigenlijk allemaal heb aangedaan. Heel wat, kan ik je vertellen. Terwijl het zo’n lief mensie was. Wel erg nerveus. Ze kon niet eens met de trein, dan stapte ze van pure zenuwen pas in Duitsland uit.’

Hij stopte nog een likkoekje in zijn mond. ‘Ik was jarenlang verslaaf’, zei hij in prachtig Utregs. ‘Op een heel stomme manier verslaafd geraakt ook nog eens, sloeg eigenlijk nergens op. Mijn beste vriend was verslaafd aan heroïne. Ikke niet, ik moest er niks van hebben. Maar toen werd hij op zijn zestiende doodgereden door een auto, en nam ik zijn hele vriendengroep over. Uit een soort eer, zeg maar. Nou ja, en dan word je toch nieuwsgierig. Op een zeker moment was ik nog maar zó.’

Hij hield zijn pink omhoog.

De Dunne, met een hoofdknik naar zijn kameraad: ‘Was hij ook een keer op gewicht.’

De Dikke, onverstoorbaar: ‘Het heeft bij elkaar acht jaar geduurd. Ik heb echt de gekste dingen meegemaakt, niks kon me meer schelen. Ik heb het geluk dat ik net op tijd ik in een kliniek ben terechtgekomen, een antroposofische. Daar heb ik mijn vrouwtje ontmoet. Later zou Thea er ook nog komen te zitten, die van Theo en Thea. Schijnt nog heel gezellig te zijn geweest, want die kon natuurlijk ook niet tegen autoriteit.’

Hij zei het volstrekt niet pathetisch, als een klare zaak. Daarna, met een tevreden blik: ‘En nou ben ik alweer twintig jaar clean. Nooit meer een keer gebruikt.’

De Dunne, loyaal: ‘Al leg je zijn hele huis vol, hij raakt het niet meer aan.’

De Dikke: ‘Geen behoefte aan. Roken en drinken, doe ik ook niet meer. Alleen dat eten, dat kan ik niet laten.’

De Dunne: ‘Op de dag eet jij bijna niks.’

De Dikke: ‘Nee, maar ’s avonds, hè. Dan begint het. Alsof er geen bodem in zit.’

Even later stonden ze weer op de steiger. Terwijl ik de kopjes afwaste, stelde ik me Thea van Theo en Thea voor in een afkickkliniek, het had inderdaad iets buitengewoon vrolijks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden