Column Eva Hoeke

Nu de Dochter de crèche achter zich laat, breekt ook voor Eva Hoeke een nieuw leven aan

In augustus werd de Dochter vier, meteen daarna begon het nieuwe leven waar andere ouders ons al de hele zomer vrolijk voor hadden gewaarschuwd, want wie kinderen krijgt moet veel inleveren, maar je krijgt er leedvermaak voor terug. Die maandagochtend fietsten we in alle vroegte naar school, met tussen mijn rug en haar buik de rugtas geklemd met daarin de zorgvuldig uitgekozen broodtrommel met kadetten en minikomkommers. Toen ik over mijn schouder keek om in te kunnen halen, keurig, minder nonchalant dan normaal, alsof er iets op het spel stond, keek ik in een ernstig gezicht.

Op de crèche was ze de grootste geweest, in alle opzichten. Het overgangsrapport sprak van een gezellige maar dominante tante, een die bevelen gaf en lakens uitdeelde, even vrolijk als ferm, waardoor iedereen in een sliert achter haar aan liep, of misschien wel gewoon eieren voor zijn geld koos. Mooi, zeiden wij tegen elkaar, een soort godfather, een Scarface desnoods, in ieder geval niet dat bedeesde kind dat we zelf waren geweest en wat later zo veel energie kostte om van je af te schudden. De juf bracht in dat het voor onze andere dochter wel fijn zou zijn om niet langer onder de knoet van haar grote zus te zitten.

Eenmaal op het schoolplein zocht de Dochter tevergeefs naar de meisjes die ze kende van de speeltuin naast ons huis. Even later, in de klas, op haar eigen stoel in een kring van vreemde gezichten, aarzelend, observerend, met de handen in haar schoot, zag ik ineens weer hoe klein ze was. Ik probeerde haar toe te lachen, zelfvertrouwen toe te zwaaien, maar ze zag me al niet meer. Op de terugweg zocht ik mijn geheugen af naar herinneringen aan mijn eerste schooldag, maar op wat onnozele details na vond ik niets, in ieder geval geen gevoel, maar misschien was neutraliteit in deze fase vol stuipen en prikkels wel het hoogst haalbare.

Die week stapelden de nieuwe inzichten zich op. De herwonnen tijd was prettig, het vroege opstaan voelde als winst, en met de strakke, betrekkelijk humorloze bedrijfsvoering van een jong gezin in de ochtend hadden we ook al leren leven. De Dochter kreeg een monumentale wegtrekker in de Vomar waarbij ze een lege fles jus d’orange door de gangen keilde en ’s avonds, wanneer ik haar rood van vermoeidheid op schoot had, voelde ik alle nieuwe indrukken door haar lijf razen, als stalen ballen in een flipperkast.

Zelf liet de nieuwe orde me ook niet onberoerd. Vooral het wachten op het schoolplein, wat qua zelfbewustzijn nog het meest weg had van met z’n allen in een lift staan, deed een groter beroep op me dan ik van tevoren had bedacht. De natuurlijke neiging van mensen om langs muren te gaan staan, tegen gevels te hangen, elkaar op te zoeken. De moeders bij de moeders, de immigranten bij de immigranten, de opa’s en oma’s op een achteraffie. De pikante lolletjes, de afwerende berusting, het is wat het is. ‘O, maar in die acht jaar dat jullie op school zaten heb ik me ook nooit met anderen bemoeid, hoor’, zei mijn moeder, het was bedoeld als geruststelling. Het was zaak om niet te laat maar ook niet te vroeg te komen, en net als ik dacht dat ik ging gillen, was daar de onverwachte ontroering door de hereniging met de kinderen, een voor een kwamen ze naar buiten gerend, die van mij met haar rugzak als een schildpad om haar lijf gesnoerd, de armen naar voren, tekening in haar knuisten, kijk dit ben jij mama, en dit is een zombie.

Daarna schoot ze het klimrek op, lenig als een kat, mij achterlatend met mezelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden