Column Erdal Balci

NRC-columnist El Hamidi beschermt in een blinde reflex vader, moeder, zus, broer, land, cultuur en religie

Precies dertig jaar na de fatwa van ayatollah Khomeini tegen Salman Rushdie verscheen van de hand van NRC-columnist Lotfi El Hamidi een opmerkelijk stuk. De columnist verhaalt daarin van het gesprek dat hij voert met zijn vader. In een Rotterdams café doet die vader uit de doeken dat hij destijds gehoor heeft gegeven aan de fatwa van Khomeini en meeliep in de demonstratie tegen Salman Rushdie.

De columnist is verbaasd, vraagt niet door bij zijn vader en duikt de archieven in om te zien wat er in de Nederlandse media zoal is gezegd over de boze mannen die in de Nederlandse straten ‘Dood aan Rushdie’ riepen.

De column met de kop ‘Incasseringsvermogen’ is opmerkelijk en veelzeggend omdat uit El Hamidi’s schrijven blijkt dat de verontwaardiging van de schrijver zich niet tegen de actie van vaderlief richt, maar tegen de houding van schrijvers zoals Gerrit Komrij die zich sterk maken voor Rushdie.

El Hamidi is geenszins teleurgesteld in zijn eigen vader die, of hij nu wel of niet op die betreffende dag een exemplaar van De Duivelsverzen heeft verbrand, door tussen de meute te staan de dood van een schrijver heeft gewenst. El Hamidi onderstreept andere zaken. Namelijk dat de kritiek op de islam die toen begon niets anders heeft opgeleverd dan het gepolariseerde klimaat van nu.

Ik kan mij de woede in de ogen van de toen demonstrerende moslims goed herinneren. Die woede heeft gemaakt dat in de Turkse stad Sivas een van de meest tragische gebeurtenissen uit de Turkse geschiedenis plaatsvond. De bekende schrijver Aziz Nesin had een poging gedaan De Duivelsverzen te vertalen in het Turks. Toen hij in 1993 voor een festival in die stad was, bestormde een grote groep moskeegangers het hotel waar hij met een tiental andere seculieren zat.

De boze massa gaf in principe gehoor aan de fatwa van Khomeini en stak het gebouw in brand. Op die zwarte dag kwamen 37 mensen om het leven. Onder hen vooraanstaande schrijvers, muzikanten, dichters en journalisten.

Het gaat te ver om te beweren dat El Hamidi een dergelijk drama niet zou betreuren. Maar het wemelt in Nederland wel van hoogopgeleide allochtonen als El Hamidi en hun autochtone fans die over het hoofd zien dat door de cultuur en religie, waar ze telkens voor op de bres springen, talloze pogingen tot emancipatie van het individu in de kiem worden gesmoord.

Hun credo is dat het Westen schuldig is vanwege zijn traditie van het vrije debat. Ieder proces van emancipatie dat op een mislukking uitloopt is weliswaar geen drama van de omvang van de brand in Sivas, maar wel het vermelden waard.

Om terug te komen op de schrijver, de fatwa en het koffie-uurtje tussen vader en zoon in Rotterdam: hoewel Salman Rushdie, die in mijn ogen eerder een erudiete ironiemeester is van wie de pogingen om de menselijke ziel op onnavolgbare wijze bloot te leggen jammerlijk mislukken, is hij toch een unieke schrijver.

In Middernachtskinderen bewijst hij niet alleen dat hij de cultuur en de geschiedenis van zijn moederland tot in de vezels kent, maar ook laat hij ons kennismaken met hemzelf. Rushdie is de eerste schrijver uit het Oosten die erin slaagt om de nodige, intellectuele afstand te houden tot alle culturen van de wereld, inclusief de cultuur en de religie van die van zijn eigen ouders.

El Hamidi en de rest van de hoogopgeleiden in Nederland met een islamitische achtergrond zijn niet geïnteresseerd in de zware intellectuele reis die Rushdie heeft afgelegd. Ze doen me eerder denken aan de Turkse intelligentsia uit de hervormingstijd Tanzimaat in de negentiende eeuw.

Ook dat waren aandoenlijke types die probeerden op hun eigen manier aan te haken bij het Westen, maar als het menens werd niet de moed hadden om geen partij te kiezen voor de eigen religie en cultuur.

Die traditie is sterk. Zo sterk dat El Hamidi zelfs in het Nederland van nu niet aan zijn vader kan vragen of hij daadwerkelijk het boek heeft verbrand en of hij die dag zijn keel wel of niet schor heeft geschreeuwd met de woorden ‘Dood aan Rushdie’.

Net als de Turkse geleerden uit de negentiende eeuw valt ook hij in de blinde reflex van de bescherming van vader, moeder, zus, broer, land, cultuur, religie. Hij doet dat en haalt op de meest aandoenlijke wijze de neus op voor het zware, maar o zo prachtige avontuur van de intellectueel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.