columneva hoeke

Nou mag John de Mol zijn ‘voice’ eindelijk wel eens laten horen

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Toen de eerste berichten over seksueel overschrijdend gedrag bij talentenshow The Voice naar boven borrelden en iedereen zich daarna als de wiedeweerga uit de voeten maakte – geen van de betrokkenen, van jurylid tot zenderbaas tot producent, had ook maar íéts gemerkt van wat voor scheve schaats dan ook, wel waren ze allemaal geschokt en geschrokken – dacht ik aan filmproducent Harvey Weinstein, de machtige as waaromheen Hollywood jarenlang draaide. Ook de vrouwen die in 2017 tegen hem in het geweer kwamen en zo de #MeToo-beweging een tweede leven gaven (de term werd al in 2006 gemunt door de New Yorkse activiste Tarana Burke), kregen te maken met een inner circle die van niets wist. Alleen Hollywoodregisseur Quentin Tarantino, iemand die jarenlang met Harvey Weinstein samenwerkte, was mans genoeg om te zeggen: ‘I knew enough to do more than I did.’

Deemoedige uitspraak.

Laten we hopen dat dit stukje inmiddels door de actualiteit is ingehaald, maar het zou fijn zijn als John de Mol, die zich tot The Voice verhoudt als Tarantino tot Weinstein, ook met zoiets komt. Hij eerst, en dan al die anderen die eromheen stonden. Want alle geschokten en geschrokkenen ten spijt, zeggen dat je niets hebt gemerkt van dit kaliber wantoestanden, kán eenvoudigweg niet. Op het moment suprême zullen ze misschien niet in dezelfde kamer zijn geweest, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Een omgangscultuur, élke omgangscultuur, maar vooral die van de onkwetsbare beschikkers, mannen die, wat ze ook doen, de cynische macht van de rijkdom in hun wezen dragen, is voelbaar (no pun intended) door een hele organisatie en vér daarbuiten, of je daar nou zelf aan meedoet of niet, of je nu slachtoffer bent of de dans (toevallig) ontspringt. Suggestieve opmerkingen, handen op gekke plekken, als compliment vermomde intimidaties – het hele idee is nu juist dat een dader die in het openbaar kan maken, zodat ze kritiek erop kunnen pareren met de opmerking dat het slechts onschuldige grapjes waren. En wat wel in het donker gebeurt wordt misschien niet gezien maar wel gevoeld, en bijna altijd fluisterend besproken in pantry’s, in appgroepjes, in het café om de hoek.

Beweren dat je van niets weet is dus een fluim in het gezicht van de slachtoffers, een groep die toch al te maken heeft met scepsis, van de eeuwige vraag waarom ze er nu pas mee komt of waarom ze de publiciteit zoekt in plaats van het samen op te lossen, tot het verstoorde, ook door veel vrouwen geïnternaliseerde mantra dat zulks all in the game is. Ook lelijk: het aantasten van de geloofwaardigheid door te stellen dat op grote schaal valse aangiftes worden gedaan waarbij reputaties (dat is mannentaal voor inkomsten) in het geding raken. Voor wie het nog niet wist: slechts in 5 procent van alle aangiftes is dat inderdaad het geval. Als het om gokken ging, zouden de meesten wel weten waar ze hun geld op zouden zetten.

Maar al die lage vragen zijn nog altijd beter dan schijnheilig zwijgen, want dan word je tweemaal genaaid – stelt u zich die eenzaamheid eens voor. Voor de draad ermee dus: één stem is geen stem, je hebt een koor nodig. En ja, dat vergt de nodige ruggengraat, en mogelijk zelfs een plan B, want werken in mediabedrijven betekent niet zelden werken in een angstcultuur waarin iedereen omhoog wil en er slechts plek is voor enkelen, een waarin je bovendien te maken hebt met een gatenkaas aan tijdelijke contracten. Daarom moet John beginnen.

Wel schitterend trouwens, dat het programma uitgerekend The Voice heet.

Niet alle stoelen zullen draaien, maar het is de zuiverste stem tot nu toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden