Nog twee hele jaren te leven: een maand geleden had ik dit vreselijk gevonden, nu lijkt het een zee van tijd

Mijn laatste tijd

In een nieuwe column schrijft Chris Oostdam (62), rechter in Assen, wekelijks op woensdag, over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is. Aflevering 4: het gesprek.

De dag van het nadere gesprek met de longarts breekt aan. Ik ben bloednerveus. Ik heb het irrationele gevoel dat ik na al het slechte nieuws wel een keer recht heb op wat betere berichten. Het slaat nergens op, maar het is wel hoe ik het voel.

Chris Oostdam, illustratie Nouchka Huijg Beeld Nouch

Nadat eerst nog een röntgenfoto is gemaakt, worden we binnengeroepen. De arts neemt de beelden van de CT-scan met ons door, die we nog niet eerder hadden gezien. We zien het vocht rond het hart en hij wijst de uitzaaiingen in de lymfeklieren aan.

Hij wijst ons ook op de plek op mijn rechterlong, de kwaadaardige veroorzaker van deze ellende. Het is een minuscuul vlekje; als de arts het niet had aangewezen hadden we het niet eens gezien. Een klein rondje, zo’n anderhalve centimeter in doorsnee. Hoe kan zo’n klein plekje verantwoordelijk zijn voor zo’n groteske verwoesting van mijn lichaam? Zonder dat ik er ook maar iets van heb gemerkt? Het is niet te bevatten.

'Zonder die griep had ik er misschien nog steeds niets van gemerkt', veronderstel ik.

'Dat denk ik niet', zegt de arts, 'de ontwikkeling van kanker verloopt logaritmisch. Dit had zich hoe dan ook snel geopenbaard.'

'Logaritmisch', zeg ik, 'dat klinkt als wiskunde van heel lang geleden. Help me even.'

'De kankercellen vermeerderen zich van 2 naar 4, naar 8, 16, 32, 64, 128, 256, 512, 1024, enzovoorts.' Hij tekent er een grafiekje bij, een lijn die heel lang vrijwel horizontaal verloopt en dan steil omhoog schiet. 'U zit ongeveer hier, schat ik', en hij wijst naar de plek waar de curve flink begint te stijgen.

Maar goed nieuws is er ook. Relatief goed nieuws dan. Uit het pathologisch onderzoek is gebleken dat de aard van mijn kankercellen maakt dat immuuntherapie een goede behandeloptie kan zijn. Ik word daarvoor verwezen naar het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Ik had al van deze therapie gehoord. Diverse mensen hadden gezegd: je moet naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, je moet immuuntherapie. Mijn broer stuurde een artikel op uit dagblad De Stem over de ‘wonderbaarlijke resultaten’ die met deze therapie worden behaald. Van wat ik ervan wist, was dat het een therapie is die pas werd toegepast als al het andere was mislukt. De longarts beaamde dat, 'maar de ontwikkelingen gaan snel', zo zei hij. Als een kankersoort nu geschikt werd bevonden voor immuuntherapie, dan werd eerst dat geprobeerd. De kans dat het aanslaat is normaal gesproken zo’n 20 procent, maar in mijn geval 44 procent (in technische termen, voor de liefhebbers: de waarde van de PD-L1 kleuring is 100 procent). Dat betekent nog steeds geen genezing - die is er niet - maar zou wel mijn levensverwachting een stuk rooskleuriger maken. De longarts noemde een periode van twee, drie jaar: 'En als het niet aanslaat - en dat weten we met een maand of drie - komt u weer bij mij terug voor chemotherapie.'

Twee hele jaren, misschien zelfs drie! Had je me een maand geleden verteld dat ik nog maar twee jaar te leven had, dan had ik dat vreselijk gevonden, maar nu lijkt het een zee van tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.