Column Peter Middendorp

Nog nooit heb ik zo mooi verloren als de 1-4 nederlaag tegen AZ

1-3 achter in de rust tegen AZ tijdens de eerste thuiswedstrijd in de eredivisie, maar in de kantine van FC Emmen zag ik alleen maar lachende gezichten. Op de tribunes ook, in de sponsorboxen, de viplounges en op het plein voor het stadion, dat een vrolijkheidsplein op Duitse leest wil worden, met familie, eterij en muziek.

Iedereen zag elkaar, na de vakantie of een half leven. Neven, klasgenoten, onze ouwe keeper, vrienden van mijn vader. De burgemeester raapte mijn kladblokje op, maar hij zag pas bij het overeind komen voor wie hij het had gedaan, een oude vijand. We lachten. Logisch. Iedereen lachte. ‘Vrede?’ zei ik. De burgemeester legde een hand op mijn schouder. ‘Ik weet zeker dat dit een positief stukje wordt.’

Alleen voor aanvang was er even iets gebeurd dat ik vooraf al een beetje had gevreesd. Een grote sponsor uit de bouwwereld ging vlak voor me staan, de neus bijna tegen de mijne, en zei: ‘Ben jij die skriever die altied zo negatief over Emmen schrèf?’ Gelukkig zei mijn neef: ‘Hoho, dat is wel mien neef, hè?’ En klikte de grote sponsor mij, terwijl hij me strak bleef aankijken, een vipbandje om de pols; de hele dag vrij eten en drinken. Ineens kon ik nooit meer kapot; het kan snel gaan bij ons.

We hadden FC Emmen in de eredivisie gezien. Voor het eerst. Met eigen ogen. Op eigen kunstgras. Tegen AZ uit Alkmaar, een van de beste clubs van het land. En weet je wat er is gebeurd? Het viel niet tegen. Nee. Het viel juist heel erg mee. Ja, we zijn gewoon een heel leuke club. Wie had dat durven denken? Aanvallend, vrolijk en helemaal niet bang.

Vorige week werd de eerste uitwedstrijd met 2-1 van ADO Den Haag gewonnen. Op de camping - oordopjes in, Radio Drenthe - aan had ik toen alle baby’s uit hun middagslaapjes gejuicht. Ik schrok daar wel een beetje van. De laatste keer dat ik zoiets had gedaan, moest tijdens het EK in 1988 zijn gebeurd, toen we eindelijk de moffen hadden verslagen, wat indertijd nog echte smeerlappen waren, en vond ik mezelf, 17 jaar, in een plantenbak in de Hoofdstraat terug, stampend en schreeuwend.

Ik wist niet het nog in me zat, maar nu wel dat het eruit kon. Zo, opeens, zondag ook, bij de gelijkmaker, op de perstribune, omringd door neutrale verslaggevers. Maar ja, waar je bent - camping, plantenbak, perstribune - is iets wat je pas later merkt.

Het had erin gezeten, de eerste helft, de eerste veertig, dertig minuten. Het zit er in. Tegen Den Haag was geen beginnersgeluk. Dat bezorgde me zondagmiddag een lach op het gezicht die er pas weer af wilde toen het ’s avonds na tienen in een praatprogramma over voetbal de hele tijd over andere clubs ging, wat erg saai is, relatief.

Dummheit und Stolz sind aus demselben Holz, zingt Reinhard Mey in Mein Land. Tegen Ajax uit komende zaterdag kan de wereld er alweer heel anders uit zien. En 1-4 tegen AZ thuis zijn klinkende cijfers, zeggen ze dan. Maar voor mij klonken de cijfers als champagneglazen. Ik had nog nooit zo mooi verloren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.