ColumnToine Heijmans

Nog één keer kijkt zijn zoon om naar mijn vader

Vader Heijmans, uit het familiealbum. Beeld fotoalbum Toine Heijmans

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Mijn vader zwaait zijn zoon uit. Hij staat voor het raam, rechtop, zoals mensen staan die een lintje krijgen of vlak voordat er iets anders belangrijks gebeurt, het moment bijvoorbeeld dat een vogel beweegt in de kastanjeboom. Blad valt uit die boom - merkwaardig. Alert is het woord. Mijn vader is een stokstaartje van één meter negenentachtig lang.

Zijn zoon verwijdert zich gestaag, maar kijkt ook een paar keer om. Op die momenten zwaait mijn vader harder, zijn hand hoog zodat zijn zoon het zwaaien ziet. Het is meer dan wuiven, het is echt goed hard zwaaien met de linkerhand. Die steeds krachtiger beweegt totdat zijn zoon verdwijnt in een omgeving die hem niet bekend voorkomt, maar waar hij zich vanzelfsprekend wel bevindt.

‘Waar we nu zijn, weet ik niet’, zegt mijn vader weleens, ‘want ik ben hier nog nooit geweest.’

Handtastelijk was mijn vader nooit, in de goede zin van iemand aanraken, een zoon of een vriend. Zoals mijn beste vrienden me weleens omhelzen bij aankomst of vertrek, zo benadert mijn vader de begrippen liefde en genegenheid van oudsher anders. Daar zijn redenen voor. Ook die werden levend begraven in de kuilen die dr. Alzheimer maakt en daarna dichtgooit met onvruchtbare grond.

Vanwege dat bulldozerwerk is mijn vader lichamelijk aan het worden. Hij houdt zich graag aan anderen vast. Aan zijn zoon bijvoorbeeld, die zonder afspraak voor de deur staat, kennelijk met een bedoeling. Er staat niets in de agenda, mijn vader hield zich lang vast aan zijn agenda tot ook die verdween, maar zijn zoon staat hier wel degelijk. ‘Och jongen’, zegt mijn vader, een beetje dramatisch zoals hij van de dr. leerde, die zoals bekend ook een master heeft in theatrale wetenschappen. ‘Och jongen dat is... dat is zo óngelooflijk. Dat jij hier bent, jongen, je moest eens weten... je moest eens weten. Wat dát betekent. Het is een óngelooflijk goed moment.’

Daarnaast zegt mijn vader tegen zijn zoon dat hij geen woorden heeft voor het goede moment. Dit is feitelijk juist: voor elk woord is een kuil gegraven. De dr. maakt zijn werk altijd keurig af.

Tussen het moment van aankomst en het moment van vertrek, gebeuren dingen van waarde, zeker als het zijn zoon betreft. Hoe verder het leven vordert, hoe beter je leert zwaaien. Mijn vaders hand is zo groot dat hij lijkt op het stopbord van de klaarover die hij ooit was, zijn zoon op een step langszij. En daarna op een fiets. En daarna reed-ie auto. De zoon.

Elke vader leert zwaaien. Alleen de besten kunnen dat. Het een kwestie van steeds vaker zwaaien totdat zijn zoon uit zicht verdwijnt.

De kastanjeboom beweegt. Met rare takken. Opnieuw de hand van zijn zoon vastpakken, zijn hele arm, dat zou wat zijn. Opnieuw is het te laat.

Nog één keer kijkt zijn zoon om naar mijn vader, en dan pas wordt duidelijk dat dit geen zwaaien is. Zwaaien gaat van links naar rechts. Dit is een andere beweging: van voor naar achter. Mijn vader zwaait niet, hij gebaart: kom terug, kom terug, kom terug.

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden