Noem elkaar niet zo snel autist, narcist of psychopaat, betoogt schrijver Mirthe Berentsen

Door labels te gebruiken waar je eigenlijk niets van weet vergroot je het stigma

Nee, die vriend die zoveel opruimt, heeft niet per se een dwangstoornis, en een ongemakkelijk gesprek maakt je nog geen autist. Elkaar labels opplakken is schadelijk voor echte patiënten, waarschuwt Mirthe Berentsen.

Beeld Rhonald Blommestijn / de Volkskrant

Sinds de Amerikaanse verkiezingen in 2016 hebben psychologen, media, politici en miljoenen mensen op sociale media zich het hoofd gebroken over de psychische gesteldheid van president Trump - culminerend in het boek The Dangerous Case of Donald Trump waarin 27 vooraanstaande psychiaters waarschuwen voor de president. Ze noemen hem een narcist en psychopaat, een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving.

Niet alleen Trump, ook andere machthebbers en politici worden weggezet als geestesziek. Alleen al deze week zei de VN-commissaris voor de Mensenrechten dat president Duterte van de Filipijnen verplicht moet worden tot een psychologisch onderzoek, noemde Trump president Nieto van Mexico 'gek', verklaarde de Cambodjaanse president oppositieleider Sam Rainsy 'gek', en bestempelde de Poolse regering Frans Timmermans tot 'een gek'. Psychische aandoeningen uit het DSM-handboek, The Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, worden graag en vaak ingezet als een vehikel voor haat, voor ondermijning van iemand met wie je het niet eens bent.

Al is de president van de Verenigde Staten een racistische, seksistische leugenaar en is het goed mogelijk dat er aan hem een gediagnosticeerd steekje los zit: het speculeren over de pathologie van zijn hersenen heeft geen enkel effect op zijn uitspraken, of op het feit dat Amerikanen gekozen hebben voor een politieke tragedie als hun leider. Wat het helaas wel doet is het stigmatiserende idee verspreiden dat psychische aandoeningen je ongeschikt maken voor een ambitieuze carrière. Stigma's die mensen die daadwerkelijk lijden aan hun hoofd helaas maar al te goed kennen. Stigma's die leiden tot isolatie, schaamte of zelfverminking.

Mirthe Berentsen (1984) is schrijver en journalist.

De afgelopen vier maanden werkte zij namens de Nederlandse stichting Beautiful Distress aan een roman over gekte en taal op de psychiatrische afdeling van het Kings County Hospital in Brooklyn, New York. Daar sprak zij honderden mensen, zowel patiënten als behandelaars, ging naar groepstherapieën en zat in vergaderingen over ziekenhuisbeleid. “Het gaat me aan het hart als de meest slimme, fantastische mensen in een isolement belanden, alsof hun psychische aandoening besmettelijk zou zijn. Labels zijn nooit bedoeld om mensen te diskwalificeren. Laten we onze taal daarop aanpassen.”

Strooien met etiketten

De afgelopen maanden heb ik als schrijver in een psychiatrisch ziekenhuis in Brooklyn, New York, gewerkt namens de Nederlandse organisatie Beautiful Distress, die zich inzet om stigma's rond geestelijke gezondheidszorg te doorbreken met kunst en literatuur. Telkens wanneer met dit soort psychiatrische termen wordt gestrooid, wordt het voor mensen die worstelen met deze problemen moeilijker om hulp te vragen. Hoewel het verleidelijk is om te discussiëren over de mogelijke diagnoses van Trump (en je vrienden!) kan het speculeren over de iemand psychische gezondheid veel schade veroorzaken.

We strooien graag met etiketten. In de laatste maanden heb ik gezien wat het gevaar daarvan is: het leidt ertoe dat we mensen ontmenselijken en objectiveren. Als we gedrag zien dat anders is dan wij normaal vinden, dan geven we mensen al snel een stempel, een psychische aandoening. Als je niet begrijpt waarom je ex het heeft uitgemaakt is hij of zij niet meteen bipolair, als je veel selfies neemt ben je niet gelijk narcistisch, als je collega zich moeilijk kan inleven is hij niet direct een psychopaat, als je een nare dag hebt en de hele dag in bed Netflix hebt gekeken ben je niet meteen depressief, als je je ongemakkelijk voelde tijdens een etentje ben je niet gelijk autistisch en je vriend met het supernette huis heeft niet per se een dwangstoornis.

Psychische aandoening als wapen

Als je op Google de woorden 'Is mijn vriend' intikt, dan blijken sociopaat, narcist en autistisch de meest gezochte zoekopdrachten. En dus niet: aardig, slim of de ware. Als die etiketten zo terloops en gemakzuchtig worden gebruikt, ontstaat een cultuur waarin het steeds moeilijker wordt om te praten over psychische problemen. Want de mensen doen de hele tijd afwijkende dingen, en die zijn niet altijd het product van een psychische aandoening.

Het ridiculiseren van psychische patiënten - president of niet - leidt tot een maatschappij waarin mensen zich uiteindelijk niet wezenlijk tot een ander hoeven te verhouden. Het zorgt voor aanhoudende ruis in zowel het politieke als persoonlijke gesprek. Net als in de VS zie je in Nederland een tendens waarin 'geestesziekte' tot een politiek wapen wordt gemaakt. Als je het niet eens bent met iemands standpunten, ridiculiseer je diegene door hem gek te noemen. Of het nu om Sylvana Simons, Geert Wilders of Thierry Baudet gaat: ze zijn niet helemaal lekker in hun hoofd en daardoor doen ze zo. Dat is prettig, want zo kun je elk debat en elke confrontatie uit de weg gaan.

In het ziekenhuis zie ik dagelijks de effecten van het lukraak labelen van gewone mensen om me heen. Jongeren die op straat zijn beland omdat hun familie gelooft dat 'depressief' bezeten betekent, dat suïcidale neigingen besmettelijk zijn of dat homoseksualiteit een ziekte is. Jongeren die geen diploma hebben omdat de school denkt dat ze autistisch zijn en daarvoor geen programma kan aanbieden. Voornamelijk de zwarte patiënten in het ziekenhuis die een verkeerde diagnose en verkeerde medicatie hebben gekregen. Om een persoon met een psychische aandoening of stoornis te kunnen diagnosticeren, zijn een grondig onderzoek en relevante klinische gegevens nodig.

Goldwater Rule

Volgens de Amerikaanse Goldwater Rule, in 1964 opgesteld door de Amerikaanse Vereniging van Psychiaters, is het onethisch, en psychiaters daarom niet toegestaan, om een professionele opinie te geven over publieke figuren die zij niet zelf behandelen. Psychiaters kunnen geen diagnose stellen bij iemand die ze nog nooit hebben gesproken. Hoe uitgesproken iemands publieke gedrag ook kan zijn en hoe je het ook kunt verfoeien dat je in een land woont waar iemand als Trump president kan worden.

De regel moet voorkomen dat psychiaters een diagnose stellen aan de hand van openbare optredens en speeches. Maar het gebeurt soms wel. In Nederland is bijvoorbeeld hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter berispt omdat ze in rechtszaken oordeelde over mensen die ze nooit gesproken had.

Wat als het stellen van medische diagnoses steeds laagdrempeliger wordt? De toekomstscenario's zijn gemakkelijk te verzinnen. Nu al wordt je psychiatrische diagnose gedeeld met je zorgverzekeraar; probeer maar eens een levensverzekering af te sluiten als bekend is dat je schizofrenie hebt. Stel je voor dat je aan de hand van je Facebook-profiel een diagnose zou krijgen, of aan de hand van het aantal selfies op Instagram, dat ik gediagnosticeerd zou worden aan de hand van mijn artikelen in de krant. Dat je diagnose de basis is waarop je een verzekering, studieschuld of hypotheek kan afsluiten. In sommige landen, zoals China, wordt daar al mee geëxperimenteerd. Een eng idee dat voorlopig nog klinkt als een aflevering van de populaire serie Black Mirror. Maar als mensen steeds vaker en makkelijker door anderen psychische aandoeningen krijgen opgeplakt, kunnen we daar zo aan gewend raken dat die gevaarlijke toekomst werkelijkheid wordt.

Nog niet zo lang geleden werden gays, vrouwen of ongelovigen die weigerden een stereotype rol aan te nemen opgesloten in psychiatrische ziekenhuizen. Denk aan de gruwelijke en gedwongen opsluiting van politieke tegenstanders in de jaren zeventig en tachtig in de Sovjet-Unie. In 1851 was drapetomania de 'psychische aandoening' die maakte dat slaven hun eigenaar wilden ontvluchten, de Wereldgezondheidsorganisatie schrapte homoseksualiteit pas 27 jaar geleden als geestesziekte, en het label 'hysterisch' wordt nog steeds vaak gebruikt om vrouwen niet serieus te hoeven nemen.

Lees verder onder de afbeelding.

Beeld Rhonald Blommestijn / de Volkskrant

Denken over normaal en abnormaal

Michel Foucault betoogde in de jaren zestig dat de groei van de psychiatrie als een zogenaamd wetenschappelijke discipline eigenlijk een manier was om een burgerlijke moraal op te leggen aan mensen die dat niet wilden accepteren. Hij vond de psychiatrie een product van dubieuze sociale en ethische verplichtingen. Daar kun je het mee oneens zijn, maar in een veranderend wetenschappelijk discours, zoals binnen de populaire, interdisciplinaire richting Mad Studies, binnen het humanisme en de sociologie, zie je de brede behoefte om psychische gezondheid meer als een sociaal probleem met bijbehorende analyses en behoeften te benaderen. Waarin psychische gezondheid niet alleen wordt gezien als een individueel probleem (een gebrek aan stofjes in je hoofd, een trauma, een moeilijke jeugd) met individuele oplossingen (medicijnen, therapie), maar ook als een politiek en sociaal probleem, wat een andere benadering inhoudt van het denken over normaal en abnormaal.

Er is natuurlijk een plek waar psychiatrische labels wel van belang zijn: als startpunt voor een behandelplan. In alle therapiegroepen of sessies die ik in de afgelopen maanden mocht bijwonen in het ziekenhuis geldt de 'Las Vegas Rule': wat er besproken wordt in de groep, blijft binnen de groep en vragen naar iemands diagnose is niet toegestaan. Alleen binnen die heldere kaders kan veiligheid ontstaan en onderling vertrouwen groeien. Met sommige mensen ben ik bevriend geraakt. Wat hun diagnose is weet ik niet, het maakt ook niets uit. Dat is iets tussen hen en de behandelend psychiater. Voor mij, als vriend, is het genoeg om te weten dat iemand zo ongelukkig was dat hij niet meer kon werken, zo verdrietig dat uit bed komen onmogelijk leek, zo bang dat de dood de enige uitweg leek. En dat iemand nu alle steun nodig heeft om het leven weer op te kunnen pakken.

Tegenspoed maakt realistischer

In het verleden hebben veel presidenten en wereldleiders geworsteld met depressies, angsten en andere psychische aandoeningen. Winston Churchill was depressief, net als Charles de Gaulle, Abraham Lincoln, Mahatma Gandhi, Martin Luther King en John F. Kennedy. Zij veranderden de geschiedenis door hun creativiteit, realisme, veerkracht, empathie of een combinatie daarvan. Ik sprak erover met een psychiater in het ziekenhuis en het verbaasde hem helemaal niet; hij wees erop dat tegenspoed, heftige gebeurtenissen en depressies mensen vaak realistischer maken. 'Het zijn waardevolle ervaringen als je geconfronteerd wordt met vergelijkbare situaties op politiek niveau. Een beetje zoals de griepvaccinatie die we hier allemaal in het ziekenhuis krijgen. Je krijgt een beetje van het virus, zodat je later grote infecties aankan.'

Een president, politici, publieke persoonlijkheden, je ex of collega's zomaar gek noemen, vergroot het stigma op psychische problemen. Wat wel helpt zijn prominente en bekende mensen die zich uitspreken over hun psychische gezondheid, zoals Q-music-dj Stephan Bouwman, prins Harry of Lady Gaga. In hun boodschap zit een simpele helderheid: ik ben klinisch ongelukkig (dus nee, een rondje wandelen om mijn gedachten op een rijtje te krijgen helpt niet) en toch kan ik succesvol zijn en morgen weer een optreden geven of op de radio zijn. Dan kan jij dus ook.

Psychische aandoening als hoge bloeddruk

Zo spreken over psychische problemen kan het juist makkelijker maken om hulp te vragen als het niet goed gaat en kan vooroordelen doorbreken. Want een psychische aandoening is als een hoge bloeddruk: meestal is er prima mee te leven met de juiste behandeling.

In het ziekenhuis hier in New York zie ik elke dag wat de gevolgen zijn van geen toegang tot de juiste geestelijke gezondheidszorg: verkeerde diagnoses, zelfmoord, armoede, uitsluiting en stigmatisering.

In Nederland is het gelukkig nog niet zover, maar staat de toegang tot goede zorg onder grote druk, vooral in de jeugdzorg. In de afgelopen jaren is zelfdoding doodsoorzaak nummer 1 geworden onder jonge mensen. Laat Amerika daarin alsjeblieft geen voorbeeld zijn.

Stop met het wegzetten van mensen door labels te gebruiken waar je eigenlijk niets van weet. Het mag niet de verantwoordelijkheid zijn van een paar beroemdheden om dit soort dingen bespreekbaar te maken. Het is een verantwoordelijkheid van ons allemaal; want een gezonde democratie schuilt niet in een wereld waar we de mensen waar we het politiek of privé niet mee eens zijn labelen als geestesziek.


De psychologisering van de samenleving

Critici weten het zeker: Donald Trump vertoont klassieke kenmerken van narcisme. Er zijn zelfs psychologen hem een ernstige geestesziekte toedichten. Wat moeten we daar verder mee? En mogen psychologen en psychiaters dat soort uitspraken wel doen over iemand die ze nooit zelf hebben gesproken?

Autisme, adhd en narcisme, Nederland lijkt er massaal aan te lijden. Maar is dat ook zo? En waarom willen we onszelf vrijwillig ziek laten verklaren, terwijl een label ook stigmatiserend kan werken?

Alweer een 'stoornis' erbij: er zijn kennelijk steeds meer eigenschappen, emoties en gedragingen waarvan we vinden dat ze ongepast zijn, en dat ze behandeling behoeven. Psycholoog Laura Batstra vindt dat er een einde moet komen aan de psychiatrisering van eigenaardige trekjes.

Bij psychische aandoeningen worden oorzaak én oplossing altijd bij het individu gezocht. Specialisten pleiten voor meer aandacht voor de samenleving als oorzaak van psychische problemen. 'Als de maatschappij het probleem is, is een recept niet de oplossing.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.