Nobelprijs is geen kwestie van toeval of geluk

Als we niet uitkijken, worden we een onaantrekkelijk land voor topwetenschappers en jong talent.

Ben Feringa is voor zijn moleculair onderzoek een van de drie winnaars van de Nobelprijs voor Scheikunde 2016. Beeld anp

Dat Ben Feringa dit jaar de Nobelprijs voor de chemie ontvangt is natuurlijk een enorme opsteker voor de Nederlandse wetenschap. Maar het is géén toevalstreffer. Zo'n prijs is het gevolg van decennia investeren in de breedte en diepte van wetenschappelijk onderzoek.

Wetenschappelijk Nederland is terecht trots op zijn 'homegrown' Nobellaureaat. Een laureaat die niet alleen uitblinkt door zijn kwaliteiten als onderzoeker, maar ook door zijn bescheidenheid. Feringa krijgt de eer voor zijn werk die hij verdient, maar hij is tegelijkertijd degene die er voortdurend op wijst dat hij in de wetenschap geen eenzame schaatser is.

De gouden medaille die hem in december wordt uitgereikt in Stockholm is het resultaat van teamwork. Een groot aantal onderzoekers uit een keur van disciplines werkte al vanaf de jaren negentig samen aan de ontwikkeling van nanomotoren, in Groningen en aan andere universiteiten in binnen- en buitenland.

Nederland is sterk in onderzoek als teamsport, met een bijzondere balans tussen competitie en samenwerking: omdat Nederland zo klein is en het betrekken van partners in de genen van onze samenleving zit (het polderen) zijn wij van nature geneigd samen aan grote vraagstukken te werken. In geen ander land is het zo makkelijk én gebruikelijk om alle spelers - inclusief studenten en jonge onderzoekers - voor één dag samen te brengen. Dit geldt ook voor Feringa's groep, want het chemisch onderzoek in Nederland koestert meerdere internationale topwetenschappers.

De Nationale Wetenschapsagenda die vorig jaar tot stand is gekomen, onderstreepte dat opnieuw: onze wetenschappers blinken uit in het samen aanpakken van grote thema's. Ook is de verbinding met partners buiten de academische wereld succesvol. Het is die kruisbestuiving en wederzijdse inspiratie van onderzoekers van allerlei signatuur die Nederland in de breedte sterk maakt. En het is juist dit ecosysteem van sterke samenwerkende groepen dat jong talent aantrekt.

In de tweede plaats is een gouden plak in de wetenschap een kwestie van decennia investeren: niet een paar jaar in enkele thema's of in een handjevol toponderzoekers, maar juist gedurende een lange periode over de volle breedte van de wetenschap. Je kunt van tevoren namelijk niet weten waar in de toekomst belangrijke ontwikkelingen gaan plaatsvinden, maar je kunt wél vroeg talent herkennen.

Jan Bos en studenten van de TU Delft en VU Amsterdam testen hun nieuwste aerodynamische ligfiets de VeloX 6. Beeld anp

Voor politici is de verleiding groot om op korte termijn te scoren met investeringen in de trending topics van dat moment. Maar wetenschapsbeleid is per definitie iets van de lange adem. Wie talent wil aantrekken en behouden, moet investeren in de basis: in goede universitaire opleidingen, in kwalitatief hoogstaande faciliteiten, in een klimaat van intellectuele uitdaging en stimulerende samenwerking.

De uitvinding van de groep uit Groningen was alleen mogelijk door decennialange publieke investeringen in fundamentele wetenschap. De laatste jaren zijn die investeringen teruggelopen, terwijl veel andere landen juist extra investeerden. Het Nederlandse wetenschapsbestel begint te piepen en kraken in al zijn voegen en onderzoekers waarschuwen dat de rek er uit is. Feringa deed dat ook tijdens zijn eerste grote persconferentie.

Het is begrijpelijk dat Nederland graag pronkt met Nobelprijswinnaars . Maar de overheid zou zich wat verantwoordelijker kunnen tonen waar het gaat om het bekostigen van de basis van wetenschap - en daarmee van toekomstige Nobelprijzen.

Ook het bedrijfsleven ziet dat als een cruciale investering in het toekomstige verdienvermogen van Nederland en als een aanjager voor private investeringen in Research and Development. Als we nut en noodzaak van die investeringen blijven negeren moeten we niet verbaasd zijn dat we over enkele jaren een onaantrekkelijk land zijn voor homegrown hoogvliegers, laat staan voor al die jonge talenten uit de hele wereld die aangetrokken worden door deze toppers.

De Nederlandse wetenschap moet een hoogvlakte met pieken blijven. Om die aantrekkingskracht te handhaven is ten minste één miljard euro per jaar extra nodig, zowel voor de brede basis als voor realisatie van projecten uit de Nationale Wetenschapsagenda. De coalitie van kennisinstellingen en werkgeversorganisaties heeft hier onlangs toe opgeroepen. We doen een beroep doen op de politici in ons land om de oproep van de kersverse Nobelprijswinnaarserieus te nemen. Want Ben Feringa vroeg daar niet voor zichzelf om, maar voor de toekomst van Nederland.

José van Dijck, president KNAW
Karl Dittrech, voorzitter VSNU
Stan Gielen, voorzitter NWO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden