Opinie

Nina Polak: gun jonge schrijvers hun coming of age

Het lijden en het geluk van anderen. Dat is waar de literatuur zich altijd bij betrekt en het is belangrijk om er te allen tijde (en juist nu) op te vertrouwen dat dat genoeg is om van gigantische betekenis te blijven, stelt schrijver Nina Polak.

Dansen tijdens de 64ste editie van het Boekenbal in de Stadsschouwburg in 2015. Beeld anp

Vorige week werd ik benaderd door een jonge redacteur van Vrij Nederland. Ze vroeg me om een bijdrage voor een themanummer over jonge schrijvers en hun zogenoemde schaamteloze ambitie.
De hoofdvragen moesten zijn: wat willen de jonge schrijvers van nu, en wat hebben ze te vertellen (als ze al iets te vertellen hebben). Wat is, kortom, hun engagement?

Maar al te vaak hoort de redacteur in kwestie namelijk dat het werk van jonge schrijvers van elk engagement gespeend is.
Ze hoopt door ons, schrijvers, gerustgesteld te worden, zo besloot ze haar mail.

Duidelijk was meteen dat dit verzoek zich op minstens twee manieren liet verwerken. Voor de hand ligt de sceptische manier. Hier moet de literatuur, die wereldvreemde elitesport, zich weer eens verdedigen tegen beschuldigingen van navelstaarderij door haar eigen engagement aan te wijzen. Kijk, hier schrijf ik toch echt over een terrorist en hier schrijf ik over een asielzoeker, kijk hier, een tv-ster die dictator wordt en hier: een man in een boerka, een varken op de kansel. Net de echte wereld.

Ik wil maar zeggen dat je in zo'n verzoek simplistisch gezeur om aanwijsbare relevantie zou kunnen lezen. Actualiteit. Straatrumoer.

En een ander moment had ik er zo wellicht ook over gedacht. Maar in dit geval meende ik in het verzoek van de redacteur toch ook oprechte hoop te ontwaren.

Roemrijke tijden

Ik zag haar zitten, die redacteur, starend naar het systeemplafond van het historieloze kantoorpand waar haar blad naartoe is bezuinigd. Niets op deze nieuwbouwlocatie herinnert waarschijnlijk aan het verleden van Vrij Nederland als verzetskrant. Maar de redacteur weet vast hoe het er in roemrijke tijden aan toe moet zijn gegaan op de redactie. Behalve geschreeuwd, geneukt en gerookt werd er op zo'n old school redactie vooral gezamenlijk gewerkt aan iets belangrijks. Woedende jongemannen en vrouwen riskeerden arrestatie om met hun schrijfsels de democratie te redden.

Het is niet zo gek dat een jonge schrijver of redacteur vandaag verlangt naar dit soort tijden. Noem het decadent, noem het revolutieromantiek, maar er gaat denk ik vooral een weemoed van uit naar een moment dat het geschreven woord nog iets betekende.

Terecht of niet, het verzoek van de redacteur verraadt de hoop dat er een generatie schrijvers opstaat die het als haar heilige taak beschouwt de vrijheid te verdedigen. Het verraadt een geschonden, maar niet verdwenen vertrouwen in de macht van de pen.

En het verraadt een gevoel van urgentie, dat leeft bij meer van haar collega's, getuige ook de van stal gehaalde - en naar mijn mening tamelijk briljante - slogan van het noodlijdende Vrij Nederland: 'Het zijn tijden voor Vrij Nederland.'

Ik snap het, wil ik maar zeggen. Ik snap het en ik heb het ook - ik kom in de verleiding om te snakken naar en te pleiten voor meer engagement en minder navelstaarderij. Om de zoveelste coming of age-roman te verguizen en te walgen van de persoonscultus in de schrijverij.

Worsteling

En tóch ga ik hier Connie Palmen citeren. Zoals alle schrijvers die ik ooit bewonderd heb schuwt zij een te simplistische opvatting van dat woord, engagement. Ze schrijft dit:

'Aangezien literatuur mede onze werkelijkheidservaring bepaalt, vormt de literatuur zelf noodzakelijkerwijs onderdeel van de literatuur. De literatuur en het literaire schrijven staan in literatuur bloot aan onderzoek en kritische betrokkenheid. Dit zelfbeschouwende karakter heeft niets te maken met monomaan narcisme, maar is integendeel een uiting van betrokkenheid op het lijden en geluk van anderen.'

Het lijden en het geluk van anderen. Dat is waar de literatuur zich altijd bij betrekt en het is belangrijk om er te allen tijde (en juist nu) op te vertrouwen dat dat genoeg is om van gigantische betekenis te blijven.

Dat vertrouwen uiten we door schrijvers hun coming of age te gunnen, hun worsteling met de taal, hun zoektocht naar een stem en een vorm waarin ze iets kunnen betekenen, iets inzichtelijk kunnen maken over het lijden en het geluk van anderen. Of daar nu varkens, terroristen, asielzoekers of blonde populisten aan te pas komen of niet.

Dat geloof uiten we ook, om maar eens iets concreets te noemen, door de vrije pers te steunen. Met vertrouwen, zeker, maar ook met geld.
Mijn eigen engagement beperkt zich vandaag dan ook tot kleinschalig activisme. Ik wil u verzoeken: lees Vrij Nederland, lees De Groene Amsterdammer, lees De Correspondent, lees voor mijn part Elsevier. Abonneer u. Lees kranten. Lees literaire tijdschriften. Lees romans.

Het zijn er de tijden voor.

Nina Polak is schrijver. Deze column sprak zij gisteren uit in de Rode Hoed tijdens 'de Volkskrant op Zondag' waarbij literair recensent Arjan Peters schrijver Connie Palmen interviewde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden