ColumnCasper Albers

Nieuwsuur maakt tamtam over besmetting scholen, op basis van onvolledige gegevens

Afgelopen vrijdag kwam Nieuwsuur met een item over coronabesmettingen op middelbare scholen. Van de 648 scholen waren er 342 waarvan bekend was dat er sinds 1 augustus minimaal een besmetting was opgetreden. Dat op ongeveer de helft van de scholen een besmetting geconstateerd werd, werd gebruikt als argument om te wijzen op de gevaren van het fysiek openhouden van scholen. Maar klopt die redenatie wel?

Nederland kent ongeveer een miljoen middelbaar scholieren: dat is gemiddeld bijna 1.500 leerlingen per school. Tussen 1 augustus en 16 oktober zijn 157.637 personen positief getest. Op een bevolking van dik 17 miljoen is dat een op de 110 personen.

Bij 1.500 ‘willekeurige’ personen en een besmettingskans van 1 op 110, verwacht je zo’n 13 besmette personen. De kans dat geen van die 1.500 besmet zou zijn, is iets groter dan 1 op een miljoen. De kans dat zoiets uitzonderlijks bij bijna de helft van de scholen optreedt is astronomisch klein.

De data wijzen dus sterk in de richting dat het besmettingsrisico op middelbare scholen echt een enorm stuk lager is dan daarbuiten. Dit verschil is zo groot dat het niet verklaard kan worden doordat tieners zich minder laten testen dan oudere generaties, en ze daardoor ook niet in de statistieken zouden komen. Dat niet elke school even groot is en dat er regionale verschillen zijn in besmettingsgraad kan het enorme verschil ook niet verklaren.

Dataplatform Corona Locator Nederland, die voor Nieuwsuur de data verzameld had, kwam op Twitter met een alternatieve verklaring: de lijst van 342 scholen is lang niet volledig. Scholen hebben geen meldplicht voor coronabesmettingen dus niet alle gevallen waren bij hem bekend. Er zijn dus waarschijnlijk (ruim) meer dan 342 ‘besmette scholen’. Dat klinkt plausibel.

De vraag rijst dan wel: wat moet je met deze data. De conclusie is namelijk dat scholen eigenlijk behoorlijk veilig zijn, maar misschien ook wel niet. Het is een beetje alsof je snelheidscontroles op een snelweg doet en alleen kan meten dat auto’s harder dan 50 kilometer per uur rijden.

Deze data waren zodanig onvolledig dat Nieuwsuur er nooit met zo veel tamtam een item over had moeten maken. De dataverzamelaar moest zich baseren op krantenberichten, en dan loop je tegen dit soort problemen aan. Leraren staan elke dag in een lokaal met dertig dicht op elkaar zittende pubers. Het is dus niet meer dan logisch dat zij zich zorgen maken over de veiligheid van hun leerlingen en zichzelf. De data van Nieuwsuur zijn ongeschikt om die zorgen te ontkrachten dan wel te bevestigen. Met solide data, die onder regie van het ministerie verzameld zijn, is te kijken of die zorgen terecht zijn. Met halfzachte data waar je alle kanten mee op kan, is niemand geholpen.

Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden