Opinie Commentaar

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, maar nu moeten Rutte en de zijnen de belofte wel waarmaken

Koning Willem-Alexander leest de Troonrede voor. Beeld Freek van den Bergh

De Troonrede sloot af met een terugblik op honderd jaar geleden, toen het kabinet Ruys de Beerenbrouck ondanks het ontbreken van een meerderheid in de Kamer tot grote daden kwam: het vrouwenkiesrecht en de achturige werkdag werden ingevoerd. Van die vergelijking bleef voor dit kabinet vooral het gebrek aan een comfortabele meerderheid overeind. Grootse plannen zijn er ditmaal weinig. Dit is het moment voor keuzes, liet het kabinet de koning zeggen, op het gebied van zorg, onderwijs, veiligheid en pensioen. Je kunt niet zeggen dat er in deze ouderwetse Troonrede overdreven veel keuzes werden gemaakt.

Recht zo die gaat is het devies. Aangezien er geen grote crisis of andere verrassing voorbij is gekomen, hoeft dat ook niet te verbazen. Er ligt immers een lang bevochten regeerakkoord waarin het parcours gedetailleerd is beschreven. Ook wat betreft de vormgeving was het een weinig opwindende Troonrede. Alle departementen mochten twee alinea’s lang schitteren, indien gewenst met micromanagement (80 miljoen extra voor cultuur).

Na het eerste jaar regeren van Rutte III zwelt de kritiek aan dat er nog weinig tastbaars is gepresteerd. Nauwelijks wetgeving, wel veel gepraat met de samenleving. Winnaar is minister De Jonge (Gezondheid) met het ene zorgpact na het andere verbeterplan. Collega Koolmees (Sociale Zaken) heeft nog geen pensioenakkoord, collega Wiebes (Economische Zaken) alleen een skelet van een klimaatakkoord. De daadkracht is kleiner dan de praatkracht. Voor het politieke primaat is dat niet goed.

Daar staat tegenover dat Nederland nog altijd niet is bijgekomen van de hervormingsdrift van Rutte II. Dat kabinet trad aan in het hart van een crisis, verhoogde de pensioenleeftijd, sneed in subsidies en begrotingen. Dat was nodig; zelfs zonder crisis is het noodzakelijk af en toe te snoeien, aangezien departementen, steunregelingen en toeslagen de neiging hebben om uit te dijen. Maar na het snijden moet de heroverweging komen en het oordeel of er niet te enthousiast is gekapt en gehakt.

Dat bleek het geval, bij de sociale werkplaatsen bijvoorbeeld en de plannen om arbeidsgehandicapten aan het werk te krijgen. Het terugdraaien daarvan kun je niet zien als gebrek aan daadkracht. Met deze eerste begroting van dit kabinet zijn we eerder terug bij normaal. Er is groei en ook de collectieve voorzieningen groeien. Defensie krijgt er fors bij, de infrastructuur wordt verbeterd, net als de lerarensalarissen. Economen klagen dat het dak van de houdbaarheid gerepareerd moet worden, maar politiek gezien is het een onmogelijke opdracht om uitbundige groei uit het zicht van de burgerij te houden.

Met dat laatste is het nog niet in orde. Met man en macht doet het kabinet zijn best om ook in de portemonnees te laten merken dat het goed gaat. 2,6 procent economische groei moet ertoe leiden dat 96 procent van de mensen erop vooruitgaat, zei minister Hoekstra (Financiën) bij de presentatie van de begroting. Het kan te maken hebben met de afschaffing van de dividendbelasting dat het gemiddelde kiezershumeur er nog niet beter op is geworden. Waarschijnlijker is dat het komt doordat vorig jaar ook al koopkrachtverbetering werd beloofd, waar bij nader inzien weinig tot niets van terechtkwam. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, maar nu moeten Rutte en de zijnen de belofte wel waarmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.