ColumnEva Hoeke

Niets ontroerender dan de glunderende snuit van een kind met een cadeautje

Beeld Aisha Zeijpveld

Gewetensvraag: zijn uw kinderen verwend? Waarschijnlijk wel, al was het maar omdat ze hier ter wereld zijn gekomen, in dit hoekje van de taart, op veilige coördinaten en in gezelschap van ouders met een redelijk inkomen en genoeg hart en hersens om ze straks min of meer ongeschonden aan de wereld terug te geven, tenminste, zo is de situatie hier. Maar zal het ons buiten het winnen van die kosmische jackpot lukken ze niet voortijdig te verpesten met iPads, chocomel en elk weekend een nieuwe pot klei omdat die van de week daarvoor één grote grijze homp bacteriën is geworden?

Ik zeg u eerlijk: dat valt nog niet mee.

2 en 4 jaar zijn die van ons, kuikens dus nog, mosterdzaadjes. En toch: god weet hoe dat erin is geslopen in dat kleine oogenblick dat ze op deez’ aard zijn, maar verwend zijn ze. Niet met vakanties of merkkleding, en wanneer ze door een gesprek heen tetteren negeer ik ze met verve, iets dat lang niet iedereen is gegeven (ja, trek die schoen gerust aan lieve ouders, vooral aan telefoons, láát ze) – maar dan nog. Verwennen zit in een klein, almaar uitdijend hoekje, dat steeds minder ruimte overlaat voor opvoeding.

Al dat speelgoed, om te beginnen. Feeënvleugels, dierenpuzzels, glitterstickers, plastic steppen, barbiepoppen, knetterbadschuim, toverstaffen, vingerverf – u noemt het, wij hebben het. Waarom, zult u zich afvragen, en dan zeg ik: om de doodeenvoudige reden dat er niets ontroerender is dan de glunderende snuit van een kind met een cadeautje, een kick die je de rest van je zorgende leven najaagt.

De iPad dan, die al bij het ontbijt op tafel komt. Armoedig? Dat zal, maar het is het enige moment waarop wij meer dan drie regels in onze krant kunnen lezen. De moeder van Splinter Chabot vertelde me onlangs dat zij en Bart het wereldnieuws al op jonge leeftijd met hun kinderen bespraken aan de keukentafel, een schitterend beeld dat ik haar graag nadoe, maar dan zal ik toch echt moeten wachten tot ze vis, roos en stikstofproblematiek kunnen spellen.

Dan, het gebeuren aan de keukentafel zelf. Niet eten? ‘Dan ook niet van tafel en zeker geen toetje’, zei ik eens ferm, maar goed, toen had ik nog geen kinderen: hoeveel getalm en getreuzel kan een mens verdragen? Vis en vlees weiger ik overigens weg te gooien, daar is goddorie een beest voor gestorven, dus de overgebleven stukjes gaan eh... naar de katten.

Ja, en dan is er nog het moderne leven waarop we ze trakteren: even lunchen hier, een museum of pretpark daar. Ging ik als kind niet slechts ééns per jaar naar de Efteling, zelfgesmeerde boterhammen in de tas? En was dat niet het hoogtepunt van mijn jonge leven? Zie daar het risico van al die royale ouders: onbedoeld ontzeggen we onze kinderen de ervaring van verlangen.

Tot slot, de belangrijkste kwestie, die van de aandacht. Sinds die van 4 onlangs op het schoolplein haar voortand uit haar waffel viel, met wortel en al, we kregen ’m mee in zo’n jampotje met rood-wit geblokt dekseltje, verwen ik haar met mijn angst – pas op, niet op tafel klimmen, kijk uit, niet zo hard op je step. Niemand heeft er wat aan, geen ongeluk hou je ermee tegen, maar ik kan het niet helpen. Het slijt, zeggen ze.

Goed, nu jullie. Brengt u uw kinderen met de auto naar school als het regent? Eet u de korsten van de tosti op die u voor die kleine heeft besteld? En tilt u uw drenzende kleuter op als het niet langer lopen wil? Eerlijk zeggen – ik val ook tegen in het echt, geeft niks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden