Column Bert Wagendorp

Niets is interessanter dan het duistere raadsel van de wonderbaarlijke zege

De Giro d’Italia is een geïmproviseerd toneelstuk in 21 afleveringen. Je hoeft niet eens heel veel van sport te houden om toch gefascineerd de dagelijkse ontwikkelingen te volgen. Winnaars veranderen zomaar in verliezers; verloren gewaande helden beleven een mysterieuze wederopstanding, hijsen zich triomfantelijk in een roze trui en worden gekust door de rondemissen – in Italië houden ze die traditie voorlopig nog even in ere.

Bizarre scenario’s genoeg, in de sport: die leeft van de verrassing. Zodra sport voorspelbaar wordt, verliest zij snel aan waarde. In de Champions League, schreef Willem Vissers gisteren, is iedereen wel klaar met Real Madrid. Dat wint te vaak. De sympathie in de finale van vanavond ligt bij Liverpool. Sport leeft bij het drama van de held die van zijn schild wordt geduwd. De winnaar wordt toegejuicht, maar tussen de juichkreten door klinkt altijd het verlangen naar de vernedering, naar de nieuwe held die op zijn beurt weer van z’n sokkel valt. Het sportpubliek is wreed, de verliezer is altijd populairder dan de winnaar.

Chris Froome is een schuldige held. Hij fietst door Italië met een aanklacht op zijn schouders, en die leek hem de eerste tweeënhalve week behoorlijk te hinderen. Hij werd in de Ronde van Spanje van 2017, die hij won, betrapt op een illegale overdosis van het astmamiddel salbutamol. Niet dat je daar meteen veel harder van gaat fietsen, maar het mag niet. En behalve improvisatietheater is sport ook een perfide systeem van rigide regels en draconische straffen – sport heeft soms ronduit fascistoïde trekjes. Het wemelt in de besturen niet voor niets van kleine mussolini’s en hun ijverige premiejagers. Het credo ‘regels zijn regels’ gaat altijd boven de vraag of de regel wel redelijk is en werkelijk bijdraagt aan een eerlijke strijd.

Maar Froome hangt dus een schorsing boven het hoofd. De advocaten van zijn steenrijke ploeg Sky doen er alles aan hem vrij te pleiten – een kleine renner was allang opgehangen. Gisteren lag de schuldvraag meteen weer op tafel. Wie wint is sowieso verdacht in de sport, zeker in een historisch belaste sport als wielrennen. Maar wat hier gebeurde was uitzonderlijk, spectaculair en dus verdacht. Lazarus won de rit.

De beschuldiging is gemakkelijk gemaakt, behalve wanneer nationalisme scherpe oordelen in de weg staat. Onlangs was ik op een avond waar het weer eens over doping ging. Ik zei dat de clubarts van het grote Ajax van Cruijff en Neeskens uit de jaren zeventig een beruchte dopingarts was, die zijn kennis op dat terrein graag inzette voor de eer en glorie van de club. Met veel succes: drie Europa Cups op rij. Ik dreigde al te worden gelyncht vanwege deze heiligschennis, toen een oudere heer achter in de zaal zijn stem verhief: hij bevestigde wat ik had gezegd. En hij kon het weten, want hij was erbij. Eddy Merckx, de grootste wielrenner aller tijden, is in zijn eentje het grote Ajax van België. Wie hem in Vlaanderen beticht van het gebruik van stimulerende middelen, kan ook beter een goed onderduikadres zoeken.

Het kwaad, dat zijn de anderen. Froome bijvoorbeeld, de Britse kopman van het onaantastbare Sky, pion van het grootkapitaal dat de sport in zijn greep houdt. Sky is het Real Madrid van het wielrennen: iedereen hoopt dat de ploeg eindelijk eens flink op haar sodemieter zal krijgen. Iedereen wil dat de reus wordt verslagen door een Klein Duimpje.

Dat leek twee weken lang te gaan gebeuren; vrijdag bleek het een illusie. Maar Froome te zien toeslaan was ondanks alles prachtig. Hij trok zijn verloren gewaande krachten los met moed en grote risico’s. Hij was de gedoemde in het onheilspellende gebergte, de hoofdpersoon in een Wagner-opera. Hij zette alles op het spel om de werkelijkheid zijn kant op te dwingen.

Net als overal blijft ook in de sport veel meer verborgen dan er aan de oppervlakte komt. Je kijkt je ogen uit, maar je ziet maar een fractie. Dat is niet erg, maar juist mooi, want het laat ruimte voor speculaties en veronderstellingen bij de koffieautomaat. Volledige transparantie zou het einde van de sport betekenen of in elk geval de absolute saaiheid: niets interessanter dan het duistere raadsel van de wonderbaarlijke zege.