ColumnMartin Sommer

Niet racisme, maar juist gelijkheid is hier sinds jaar en dag de norm

Bijna twee jaar geleden alweer overleed de grote historicus H.L. (Henk) Wesseling. Bij leven ging ik met enige regelmaat bij hem in Oegstgeest op bezoek. Voor de krant bevroeg ik hem over zijn boeken. Soms was er ook geen aanleiding, dan was het gezellig, Wesseling kon goed roddelen en had een zuiver oordeel. Hij was een uitgesproken liberaal en vond dat de geschiedenis geen boodschap voor ons in petto heeft.

Dat er onmin bestond over de historische canon – wij spreken nu ruim tien jaar terug – vond hij gedoe over niks. Hij wees op het paspoort model 1994, waarin als achtergrond een aantal bekende gebeurtenissen en grote Nederlanders uit de geschiedenis was afgedrukt. Dat paspoort liep vrijwel gelijk op met de vensters van de latere canon, en ja, Drees prijkte in allebei. Wesseling vond dat we het in Nederland over de vaderlandse geschiedenis grosso modo eens waren. Maar nu is Drees eruit en ook in de eensgezindheid vallen gaten.

Ik vroeg Wesseling eens wat hij dacht over het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn. Ik meende dat de gemoederen flink opliepen. ‘Zijn er dooien gevallen, dan?’, was het typerende Wesseling-antwoord. Nee, dat was niet zo, en ook nu is dat niet het geval. In de krant stond dat Hanco Jürgens, historicus verbonden aan het Duitsland-instituut, vindt dat Coen moet worden verwijderd van het plein in Hoorn. Wesseling vertelde me destijds dat er in de jaren dertig in Duitsland vooraanstaande historici waren die ook vonden dat Coen weg moest. Zij waren ervan overtuigd dat de VOC een Joodse onderneming was, en de naam Coen een samentrekking van Cohen.

‘Zijn er dooien gevallen, dan?’, vroeg H.L. Wesseling toen ik hem vroeg naar de onrust over het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn. Nee, dat was niet zo, en ook nu is dat niet het geval. Beeld Joost van den Broek

Zo kun je als historicus niet voorzichtig genoeg zijn met het verbeteren van het verleden. In deze krant werd gesproken over ‘eerbetoon’ aan het beeld van Coen. Bij eerbetoon kan ik me weinig voorstellen. Ja, Thierry Baudet ging bloemen leggen, waarbij vooral de vraag is wat historicus Derk Jan Eppink daarvan denkt. Beelden worden zelden vereerd, J.P. Coen behalve door een halve zool op Facebook al helemaal niet. Standbeelden zijn straatbehang, niemand weet trouwens nog iets van geschiedenis. Je bent aan een beeld gehecht zoals aan een boom op een plein. Men rookt een jointje in de schaduw, of zit ernaast op het terras. Tot het plein door de ME wordt leeggeveegd omdat er gereld wordt vanwege Coen.

Thierry Baudet ging bloemen leggen bij het standbeeld van J.P. Coen, waarbij vooral de vraag is wat historicus Derk Jan Eppink daarvan denkt.Beeld Twitter

Wesseling was tegen het verwijderen van beelden en tegen historici die zoiets bepleiten. Een beeldenstorm geeft blijk van de opvatting waarin goed en slecht, zwart en wit, schuldig en onschuldig vastliggen. Wie naar Coen kijkt, wordt kennelijk aangestoken door een racistisch virus. Dan begint vanzelf de verering, of de belediging, afhankelijk van je huidskleur. Als het beeld weg is, is ook het besmettingsgevaar weg.

In de antiracistische theorie sjouwen blanken het gedachtengoed van vierhonderd jaar geleden met zich mee, zoals zwarte burgers hun slavernij. Maakt niet uit of je van de veenkoloniën komt, dan wel van de grachtengordel, of dat je Surinamer dan wel een Ghanese Nederlander als Akwasi bent. Er is geen ontwikkeling, geen verandering van ideeën ook. Schuldig of onschuldig blijft altijd goed.

Geschiedenis is datgene wat ons verbindt, schreef een andere door mij bewonderde historicus, A.Th. van Deursen. Intussen lijkt het er meer op dat geschiedenis datgene is wat ons scheidt. Dat is geen vrolijke vaststelling. Om die reden hoorde ik ervan op toen premier Rutte, historicus nota bene, opmerkte dat Nederland een ‘systemisch probleem’ heeft met racisme. Hier ontglipte hem het sociologische jargon waar hij normaliter zo’n hekel aan heeft. En daarmee voegt hij zich, zonder twijfel onbedoeld, bij het idee van het historisch ingebakken onrecht in het Nederlandse bestel.

Premier Rutte, historicus nota bene, merkte op dat Nederland een ‘systemisch probleem’ heeft met racisme. Hier ontglipte hem het sociologische jargon waar hij normaliter zo’n hekel aan heeft.Beeld ANP

Systemisch is een raadselachtig woord. Maar als er in Nederland iets systemisch is, dan is het de gerichtheid op gelijkheid. Dat gaat terug op de Grondwet van 1848 en is nog altijd artikel 1. Voordien was systemische ongelijkheid van de standen inderdaad de regel. Daarna niet meer. Geen land waar gelijkheid zo’n dwingende norm is als hier. Discriminatie bestaat en is taai, de stapel rapporten, maatregelen, protocollen daartegen is metershoog. Dat wijst er niet op hoe slecht het hier is gesteld, maar hoe onverbiddelijk de norm is. De Gouden Koets gaat echt niet terugkomen met dat paneeltje van ‘de dankbare koloniën’. Naarmate de gelijkheidsregel dwingender is, wordt het kleinste incident, de geringste rimpeling of televisie-uitspraak onverdraaglijker. Alles staat hier in het teken van gelijkheid. Diederik Samsom wees er tijdens het vorige kabinet weleens op dat Nederland na de crisis in 2009 het enige Europese land was dat de inkomensgelijkheid overeind had weten te houden. Intussen is niet alleen in de PvdA de heersende opvatting dat ook de economische ongelijkheid erger is dan ondraaglijk.

De woede zit niet in de dingen, maar in de mensen zelf, zei Rousseau al. Wesseling had zoals bekend een voorliefde voor Frankrijk, waar ze nu al tien jaar hun guerres de mémoire uitvechten, herinneringsoorlogen. Eerst over de Tweede Wereldoorlog, daarna over de Algerijnse oorlog, daarna over de slavernij. De juiste mening werd per wet gedecreteerd. Het werd verboden om de slavernij te bagatelliseren. Wesseling keerde zich ertegen in een Frans actiecomité dat ‘Liberté pour l’histoire’ heette. Tot nu toe is het in Nederland niet zover gekomen. Het délit d’opinion bestaat hier niet. Nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden