Column Peter Buwalda

Niet op iemands naam komen kent gradaties, grijstinten, een enkele keer is het zelfs prettig en bijzonder chic

Soms kom je niet op iemands naam. Meestal is dat geen punt, ‘dingetje’ is dood en begraven of zit ver weg op een Canarisch eiland, maar soms staat ‘kom, hoe heet je nou toch, snel, denk na, Henk, Jan-Jaap, Herbert?’ voor je neus en moet je tijdens het hardhandig afgraven van je geheugen niet alleen leuk uit de hoek komen, maar ook bidden dat er geen derde lul bij komt staan aan wie je ‘hoe kan ik je naam nou vergeten, wat verschrikkelijk, neem het niet persoonlijk, er vallen gaten in de pudding, de randen staan droog, ik wil water’ geacht wordt voor te stellen.

Crisis.

Ooit kwam ik voor Café De Kater in Enschede een oud-klasgenoot tegen, we hadden samen in een vreselijk toneelstukje gespeeld, beweerde hij, wat je noemt een gênante vertoning, lachten we samen, al wist ik er helemaal niks meer van, waarschijnlijk had ik het gehele blijspel verdrongen, maar met de ausweis bitte van mijn naamloze vriend erbij. Helaas stelde hij voor een biertje te drinken in De Kater waar we al met een been in stonden, een aanbod dat ik schrikkend van mezelf uitbouwde tot een complete lunch: ik had wel eens gelezen dat kauwen je geheugen activeert, het gewrik en gemaal zet de grijze massa als een golfslagbad in beweging – zoiets.

Gelul. Een dubbele uitsmijter lang kwam ik niet op zijn naam. Later wel, natuurlijk. Maar toen was anoniempje alweer ingerukt, mij uitgewoond van het stiekeme gepieker achterlatend. Wel ben ik iemand die dan zogenaamd attent postuum een sms’je gaat zitten versturen. ‘Remco! Was leuk je gesproken te hebben. Tot over tien jaar maar weer?’ (De laatste twee zinnen heffen elkaar geniepig op, eigenlijk staat er alleen: ‘Remco!’)

Waarom vertel ik dit? Omdat het altijd erger kan, lezer. In mijn leven wel. Niet op iemands naam komen kent gradaties, grijstinten, een enkele keer is het zelfs prettig en bijzonder chic. Niet op… Theo Hiddema’s naam komen lijkt me bijvoorbeeld heel gedistingeerd, haha, help me even, oude baas, met wie hebben wij de eer? Maar het kan ook juist pijnlijker zijn dan gemiddeld, zowel voor de naamloze als jouzelf, gevallen waarin het niet alleen heel ráár is dat je moet passen, maar ook teleurstellend, kwetsend, beledigend zelfs, omdat de anonieme soldaat van dienst iemand is die je aardig vindt, met wie je een tamelijk intensief verleden deelt, je ouwe chef bijvoorbeeld, of een der schoonmoeders, je godsdienstleraar, vul maar aan, en nu staar je diegene angstig aan, je harde schijf spinnend als een pottenbakkersschijf, want hij wil dat je zijn boek…

Signeert.

Leegte. Een diep, intens gevoel van… blancoheid? Bestaat dat woord? Het gezicht van de man bloosde lichtjes, keek me lachend aan, het knipperende vraagteken op mijn exemplaar was gegarandeerd besmettelijk, dus keek ik maar naar de lege titel­pagina, zo, nou, still going strong dus, mompelde ik gaar, en schreef alvast op:

‘Voor…’

We keken elkaar lachend aan – kort, want ik loerde alweer naar beneden, piekerend, gravend, plotseling hoestend, het heerste namelijk, griep, kinkhoest, snap je? En ach, nu kreeg ik ook nog last van mijn oorlogswond. Als John Cleese in Fawlty Towers: last van mijn been. The old leg again! Trouble with the leg. The bloody war – Korean war. Trekkebenend stortte ik ter aarde en draaide schoppend rondjes. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden