Column Sheila Sitalsing

‘Niet naïef’ is de stoplap bij uitstek geworden voor politici die zich geen raad weten

Wanneer precies de woordcombinatie ‘we moeten niet naïef zijn’ haar intrede heeft gedaan in de Nederlandse politiek, kon ik niet achterhalen, maar ze behoort inmiddels tot het vaste repertoire van politici die niet goed weten wat ze met een situatie aan moeten, maar niettemin daadkracht willen uitstralen. Van premier Rutte moeten we tegenwoordig over heel veel dingen ‘niet naïef’ zijn: Russische inmenging op internet, Brexit, Saoedi-Arabië, Europa en de wereld, China, de stiekeme achterdeurtjes van Huawei.

‘Niet naïef’ is de stoplap bij uitstek geworden voor een toestand die ingewikkeld is, en waarin van politici beleid wordt verwacht terwijl ze geen benul hebben wat ze moeten doen, of niet durven te doen wat ze moeten doen, of weten dat er geen uitweg uit te vinden is zonder dat er slachtoffers vallen. Omdat de andere partij groter en sterker is en beter gebekt, of omdat we er ondanks alles schat-hemeltjerijk van worden, of omdat er belangen spelen die vele malen groter zijn dan wijzelf.

Dan rest het zorgelijke gezicht, gevolgd door het schrapen der keel en een ernstig ‘We moeten niet naïef zijn’. Soms volgt daarna het zinsdeel ‘maar we moeten niet te hard van stapel lopen/geen overhaaste conclusies trekken/ons niet laten meeslepen/rustig afwachten’. Dan weet je: de spreker is radeloos en de toestand is reddeloos. Hij wordt in elkaar geslagen en roept onderwijl krachtdadig tegen zijn belager: ‘Ik heb je heus wel door, hoor.’

Het is dan ook niet iets om van op te kijken dat het ­zinnetje een plek heeft veroverd in de China-strategie die het kabinet woensdag presenteerde, en die allesbehalve een strategie is, en die door onze diplomatiek redacteur ­Arnout Brouwers in deze krant met de wrede woorden ‘een rijke Postbus 51-folder’ werd gerecenseerd. Pagina 92 halverwege: ‘De ontwikkelingen overziend is het van belang dat Nederland niet naïef is, maar ook niet in een kramp schiet.’

De geoefende lezer weet genoeg: ze weten het niet, ze willen niemand voor het hoofd stoten, ze willen geen handelsrelaties verliezen, ze willen zich niet de toorn van een wereldmacht op de hals halen, ze weten niet zo goed wat ze ermee aanmoeten, en er wordt met enige nervositeit gekeken naar de 11 miljard euro aan Hollandse waar die jaarlijks naar China wordt geëxporteerd. Het is de bedoeling, zoals Brouwers het nauwkeurig omschreef, dat ‘China vooral niet moet denken dat Nederland specifieke maatregelen neemt tegen het land’.

De nota staat bol van de woordvarianten met het begrip ‘cyber’ erin (cyberveiligheid, cyberspionage, cybermacht, cyberstrategie – jawel, die hebben we ook, aan strategie­nota’s geen gebrek), want we zijn immers niet naïef. Maar over de simpele vraag of Huawei hier mag meewerken aan de aanleg van een 5G-netwerk, de ruggegraat van de toekomstige communicatie in dit land: geen woord.

De inkt van de rijke Postbus 51-folder was nog niet droog of de Volkskrant meldde, op gezag van onderzoeksjournalist Huib Modderkolk, dat Huawei mogelijk betrokken is bij Chinese spionage in Nederland, via een verborgen achterdeur naar niet nader gespecificeerde ‘klantgegevens’. De AIVD heeft de zaak in onderzoek. Huawei ontkent.

Binnenkort zullen we andermaal gerustgesteld worden door de boven ons gestelden: de toestand is controle, we moeten gewoon niet naïef zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden