Opinie

Niet minder inspraak bij azc's, maar juist méér

Insprekers moeten niet alleen zichzelf vertegenwoordigen, maar ook medestanders werven.

Confrontatie tussen voor- en tegenstanders van een azc in Steenbergen, 15 oktober 2015. Foto Freek van den Bergh

De angst voor de boze burger is bij veel bestuurders groot. Na de rellen in Geldermalsen en de heftige protesten in Steenbergen zien gemeentebestuurders met angst en beven uit naar inspraakavonden over de komst van een asielzoekerscentrum.

In Ede en Enschede zijn onlangs inspraakavonden afgelast met een beroep op de openbare orde. In Steenbergen is een verzoek om een referendum afgewezen. Gemeenten verzinnen van alles om oproer te voorkomen.

In diverse gemeenten zijn noodverordeningen afgekondigd en werden samenscholingen verboden. In Luttelgeest was de pers niet welkom. In Meppel werd geen inspraakavond, maar een informatiemarkt gehouden, waar politici tussen de burgers stonden zodat een frontale confrontatie tussen politiek en burgers werd voorkomen.

Zelfbestuur

De uiteenlopende maatregelen zijn alle gebaseerd op de veronderstelling dat de overheid de betrokken burgers moet intomen om te voorkomen dat het feest van de democratie ontspoort. Waar gemeenten jarenlang probeerden meer burgers bij de politiek te betrekken, lijkt de vraag nu vooral hoe betrokken burgers kunnen worden getemd. Dat is een gemiste kans. De besluitvorming over asielzoekerscentra is niet gebaat bij minder inspraak, maar bij meer democratie. Daarvoor is wel een nieuwe vorm van zeggenschap nodig.

De gedachten van de Britse socioloog Zygmunt Bauman kunnen daarvoor een inspiratiebron zijn. In een democratie hoort het te gaan over zelfbestuur. Een keer in de vier jaar stemmen is daarvan een slap aftreksel. Burgers moeten ook tussentijds hun stem kunnen laten horen. Bijvoorbeeld als het gaat om de komst van een nieuw asielzoekerscentrum. Tot zover is dat hetzelfde als bij de klassieke inspraak. Het punt is alleen dat we dan het gewicht van de stem niet kennen. Om te weten op hoeveel steun een standpunt kan rekenen, wil Bauman dat burgers hun stem aan een ander kunnen delegeren. Hij noemt dat vloeibare democratie.

Mensen hebben weinig vertrouwen in instituties en politici, maar wel in mensen die ze kennen. Met dit uitgangspunt verandert de inspraak over een asielzoekerscentrum. Burgers worden aangemoedigd om bij andere burgers steun te krijgen voor hun standpunt. Het betekent dat elke inspreker wordt gevraagd hoeveel steun hij van medeburgers heeft voor zijn standpunt. Die steun moet hij ook met handtekeningen en telefoonnummers kunnen aantonen. Op deze manier worden veel meer bewoners bij het debat betrokken. De kring wordt niet kleiner gemaakt, maar groter. Het staat iedereen vrij om dit niet te doen, maar dan legt zijn stem ook minder gewicht in de schaal, hoe hard hij ook schreeuwt.

Met deze simpele verandering worden burgers woordvoerders met een achterban. Een achterban van mensen die er waarschijnlijk niet blij mee zijn als namens hen wordt geroepen: 'daar moet een piemel in'. Wie woorden kiest die de achterban niet bevalt, kan steun verliezen. In deze aanpak komen verschillen in standpunten tussen bewoners makkelijker naar voren (tegen elke vorm van opvang, voor kleinschalige opvang, voor elke opvang).

Pieter Hilhorst. Foto Marcel Antonisse / ANP

Correctie van onderop

Vloeibare democratie biedt ook mensen die de discussie te heftig vinden een kans om hun stem toch te laten horen door hun stem te delegeren aan een ander. Mensen die nu hun mening nauwelijks durven te laten horen, kunnen zich gesteund voelen door hun achterban. In vloeibare democratie wordt het debat niet van bovenaf, door de overheid, in goede banen geleid, maar is de kans groter op correctie van onderop. In plaats van te moraliseren dat mensen zich moeten gedragen, krijgen woordvoerders verantwoordelijkheid.

Democratie is in essentie zelfbestuur. Nu kunnen burgers alleen een luid 'nee' laten horen. Het is veel beter als burgers ook mogen meepraten over wat wel kan. Het grootste verwijt bij de protesten is dat burgers zich niet serieus genomen voelen. Via vloeibare democratie kunnen ze daadwerkelijk invloed uitoefenen. De ongrijpbare menigte verandert namelijk in aanspreekbare woordvoerders. Met de woordvoerders kan ook gesproken worden over alternatieven.

Dit sluit ook aan bij het pleidooi van de burgemeesters Buijs (VVD, Boxtel) en Hamming (PvdA, Heusden) voor ruimte voor gemeenten om kleinschalige opvang te bieden (Ten Eerste, 22 februari). Hoe meer de bevolking wordt betrokken bij de opvang van asielzoekers, hoe groter ook de kans op succesvolle integratie. We hebben dus niet minder, maar meer democratie nodig in discussies over de komst van asielzoekerscentra.

Pieter Hilhorst was wethouder in Amsterdam. Over zijn kortstondige avontuur in de politiek schreef hij De Belofte, over macht, idealisme en politiek met daarin een pleidooi voor vloeibare democratie.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.