COLUMNMartin Sommer

Niet meer centralisme maar meer buffers, en juist meer van onderop

Rondom mijn Franse bedoeninkje zal het gras nu wel kniehoog staan. Ik kan er niet heen, maar hoor weleens wat over de Franse confinement. Het aantal klachten over de intelligente lockdown van Mark Rutte neemt toe. Maar dan weet je nog niet wat een domme lockdown is. Een kennis uit een dorp verderop mag niet naar haar atelier lopen, zegge 150 meter van haar huis. De broer van een vriend woont pal aan de Bretonse kust. Maar een strandwandeling? Driewerf non. Je mag niet met zijn tweeën in de auto boodschappen doen. Het zou eens op een uitje lijken. Kom je een gendarme tegen, dan is de boete 300 euro. La loi c’est la loi.

Fransen verwachten alle heil van de overheid en tegelijk wordt de staat gehaat. Tegen de confinement is al bijna opstand uitgebarsten. Dientengevolge mogen Fransen nu met mate hun oude moeder of vader bezoeken in het verzorgingstehuis. De keerzijde van de lossere lockdown in de vertrouwenssamenleving die wij veel meer dan Frankrijk zijn, is de vaderlandse volgzaamheid. Ga rustig slapen, Mark Rutte waakt. Maar het verpleegtehuis blijft dicht en dat is een drama.

Deze rare maanden lenen zich goed voor vergelijkend onderzoek naar Europese eigenaardigheden. Wij kijken met grote ogen naar de Zweden die maar op hun terrassen zitten. Nog verbazingwekkender is dat de Fransen het er zo slecht vanaf brengen. De jongste cijfers laten zien dat Frankrijk omgerekend bijna evenveel coronaslachtoffers heeft als Spanje. Terwijl de Franse zorg duur is, helemaal in handen van de staat én ons nogal eens ten voorbeeld wordt gesteld. De zorg daar is immers ‘geen markt’, zoals de SP onvermoeibaar laat weten.

Fransen zijn geobsedeerd door gezondheid. Als alle winkels in het dorp de geest hebben gegeven, is er altijd nog een hypermoderne pharmacie met flikkerend groen neonkruis. Ziekenhuizen staan er blinkend bij, de ambulance van de Samu (GGD) weet de verste uithoek te vinden. En uit die pharmacie vertrekt iedereen tevreden met twee grote plastic tassen vol medicamenten. Daar wordt nationaal grif voor betaald, Frankrijk legt 11,1 procent van het bbp neer voor de gezondheidszorg, precies 1 procent meer dan wij. Niemand lijkt erom te malen.

Sterker, nu het ernaar uitziet dat de overheid het met de zorg behoorlijk heeft laten afweten, denkt een groot deel van Frankrijk dat het ligt aan een tekort aan staatsinterventie. Niet alleen moet er meer geld naar de verzorgingsstaat, zoals blijkt uit een enquête van Libération, de overheid moet nog aanzienlijk meer van de samenleving overnemen, zich intensiever bemoeien met de bedrijven, en meer dan driekwart vindt dat zoveel mogelijk van de fabricage uit Azië moet terugkomen naar het moederland. President Macron, die het in deze crisis steeds warmer krijgt, verklaarde haastig ‘dat ik altijd in de staat heb geloofd’.

Dat is Frankrijk. Gek genoeg horen we soortgelijke geluiden ook in Nederland. In de Kamer werd een PvdA-motie aangenomen over de voorwaarden voor staatssteun. Bedrijven die overeind worden gehouden, mogen geen bonussen of dividend uitkeren. Dat spreekt voor zichzelf. Maar die bedrijven moeten ook getoetst worden op hun ‘toekomstige maatschappelijke betrokkenheid’ en ‘verduurzaming’. De Kamer is niet de enige die het land opnieuw aan het inrichten is en zich bemoeit met wat en vooral hoe er moet worden geproduceerd. Wie moet gaan uitmaken wat het goede, het ware en het schone bedrijf is? Niet de markt uiteraard, maar de overheid, die afhankelijk van de politieke snit uit Den Haag of uit Brussel moet komen.

President Macron, die het in deze crisis steeds warmer krijgt, verklaarde haastig ‘dat ik altijd in de staat heb geloofd’.Beeld EPA

Het is een merkwaardig ouderwets idee dat de centrale overheid alles beter doet. Een week geleden stond het verhaal in de krant over het mondkapjesdebacle. In Nederland deden de ziekenhuizen en zorginstellingen de inkoop van oudsher zelf. Dat liep aan het begin van de coronacrisis vast, waarna de minister deze taak naar zich toetrok. Vanaf dat moment gingen de ziekenhuizen duimen draaien, terwijl de nieuwe centrale instantie geen idee had hoe of wat. Zodat we nu, een dikke maand later, nog altijd kampen met een dramatisch tekort. Leve de centralisatie.

In Frankrijk is het niet beter. Alles is er van boven naar omlaag geregeld. De ziekenhuizen glimmen, maar het ontbreekt aan aandacht voor plaatselijk leed. Ondanks het vele geld en het centralisme werd in 2013 besloten dat een nationale reserve aan mondkapjes niet nodig was. En net als in Nederland kwam het testen op corona maar moeizaam op gang. Vergelijk dat met Duitsland, dat precies hetzelfde percentage als Frankrijk aan gezondheidszorg uitgeeft.

Waarom doet Duitsland het wat betreft aantal slachtoffers zoveel beter dan Nederland of Frankrijk? In Duitsland wordt veel getest, zodat ze in een vroeg stadium weten wie er besmettelijk is en wie niet. Kennelijk hebben ze in Duitsland hun zaakjes beter op orde. Bovendien waren er veel meer plaatsen op de intensive care. De verklaring luidt dat Duitsland federaal is en de zorg decentraal geregeld. Gezondheidszorg valt er onder de Länder, wordt van onderop georganiseerd, en vooral worden regionale politici erop afgerekend door hun kiezers. Donderdag meldde het journaal dat je in heel Duitsland alleen nog naar buiten mag met een mondkapje voor. Dat was nadat verschillende Länder daarmee waren begonnen. Dat moet de beweging zijn. Niet meer centralisme maar meer reserves, en meer van onderop.

Donderdag meldde het journaal dat je in heel Duitsland alleen nog naar buiten mag met een mondkapje voor.Beeld Photothek via Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden