Opinie Overheidssteun voor popmuziek

Niet iedere dj vliegt in een privéjet de wereld rond

Ja, er is een kleine groep zeer succesvolle dj’s in de Nederlandse dance. Maar de overheid steunt de groep daaronder te weinig, vindt Iason Chronis (dj Mason). Dat bedreigt de toonaangevende positie van de Nederlandse dance.

Iason Chronis (dj Mason) Beeld Iason Chronis

Amsterdam is momenteel ondergedompeld in het Amsterdam Dance Event (ADE), en het succes van de Nederlandse dance staat weer volop in de aandacht. ADE is inmiddels de toonaangevendste danceconferentie ter wereld met 400 duizend bezoekers. Willem-Alexander en beleidsmakers hossen graag op het podium naast top-dj’s als Martin Garrix en Tiësto – wereldsterren die astronomische gages verdienen met hun optredens en de rechten op hun muziek, en op wie we als land terecht trots mogen zijn. Maar het succes van deze sterren, inclusief privévliegtuigen en optredens voor volle stadions, beneemt ons het zicht op de beroepspraktijk van de grote groep onder de top. Daar bestaat een andere, kwetsbare werkelijkheid.

Ik ben zelf al 25 jaar actief als dance-artiest en ik ben op een punt in mijn carrière aanbeland dat ik me geen zorgen meer hoef te maken over mijn inkomsten. Maar om mij heen zie ik veel collega’s die keihard werken en toch moeten sappelen.

Net als in andere kunstvormen worden in dance grenzen verlegd en nieuwe artistieke gebieden verkend in minder commerciële substromingen. In die genres is de muziek niet commercieel genoeg voor radio en tv. Daardoor verdienen de meeste kleinere en middelgrote dance-artiesten vrijwel niets aan het uitbrengen van muziek. Platen worden doorgaans alleen uitgebracht voor de aandacht die dat oplevert en de mogelijkheden om vervolgens te kunnen optreden in clubs en op festivals door het land.

Maar aangezien er evenveel mensen dj willen worden als er jongens willen voetballen bij Barcelona, is het voor de meesten dringen om een plek om op te kunnen treden en is dat vaak onbetaald. Artiesten die al meer naam hebben gemaakt in undergroundclubs en op festivals, brengen voornamelijk muziek uit om (betaald) op te kunnen blijven treden. Hoe leuk draaien ook is, zij moeten vervolgens meermaals per week tot 5 uur ’s ochtends in een club achter de draaitafels staan om te kunnen rondkomen. Minder optreden, bijvoorbeeld om een gezin te beginnen, is dan al meteen een probleem – financieel, en qua zichtbaarheid als artiest. Een vruchtbare voedingsbodem voor persoonlijke problemen.

Popmuziek (waaronder dance valt) verdient een stimulerender beleid van de overheid, zoals dat waarvan andere Nederlandse exportproducten profiteren. Niet alleen om ervoor te zorgen dat het aanbod niet verschraalt. Ook om puur economische redenen: als een dance-artiest eenmaal doorbreekt, ontstaat er een hele industrie omheen van (tour)managers, boekingsagenten, uitgevers, designers, marketeers. Dat levert de BV Nederland veel op.

Subsidiemogelijkheden zijn nu nogal beperkt. Wel is er onder andere Dutch Music Export en Upstream, waar je subsidie voor een plaat, marketing of tour kunt aanvragen. Maar deze subsidies sluiten niet altijd even goed aan bij de specifieke situatie van dj’s, die toch moeilijk vergelijkbaar is met die van bijvoorbeeld een kamermuziekensemble. Zo moet je als freelance-dj eerst een stichting oprichten om reiskostenvergoedingen te mogen ontvangen van een fonds. Een probleem dat minder leeft bij bands en ensembles die al vaker als rechtspersoon zijn georganiseerd. Of je moet eerst zelf duizenden euro’s investeren voordat zo’n zelfde bedrag wordt aangevuld door een fonds.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft sommige culturele instellingen en festivals elke vier jaar een vaste subsidie (de culturele Basisinfrastructuur), waar bijvoorbeeld wel het Nederlands Filmfestival, het Concertgebouworkest en het Holland Festival onder vallen, maar het Amsterdam Dance Event niet. En dat terwijl Nederland, mede dankzij ADE, een van de belangrijkste danceproducerende landen ter wereld is.

En zo voert de Nederlandse overheid een tweeledig beleid: wel goede sier maken met de successen van dance, maar nauwelijks ondersteuning bieden. Vanwege een vertekend beeld door het succes van een heel kleine top. Intussen zit de concurrentie uit andere landen ook niet stil. Frankrijk en Zweden voeren een veel constructiever beleid om makers te beschermen en te stimuleren. Nederland zou daar een voorbeeld aan moeten nemen: door muziekonderwijs op alle basis- en middelbare scholen weer verplicht te maken, en aan te laten sluiten bij de muziek van nu. Door podia de financiële middelen en prikkels te geven om meer talent te programmeren. Door kennis van makers te bevorderen. Kortom: door te investeren in de humuslaag van dance, zoals ook Ajax in haar jeugdspelers investeert. Dance heeft zich inmiddels bewezen als een volwaardige kunstvorm die een breed publiek aanspreekt, dwars door de samenleving heen. Investeer daar in, want we zijn onze toonaangevende positie ook zo weer kwijt.

Iason Chronis (Mason) is een Amsterdamse dj en producer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden